Column Kalle Heesen – Handen af!
‘Voel jij je ook wel eens een soort draadloos oplaadstation?’ grinnikt een collega terwijl ik voor de stal zit en mijn dreumes bij me op schoot kruipt. Ik snap wat ze bedoelt. Zeker jongere kinderen kunnen soms opeens vanuit hun spel bij je op schoot kruipen, zich even helemaal ‘in’ je nestelen en dan net zo snel weer wegvliegen om verder te spelen.
Wat met mijn eigen kinderen zo normaal is, is bij de kinderen die we op de boerderij opvangen opeens lastig. ‘Fysiek contact’ en ‘jeugdzorg’ gaan lastig samen. Zeker als je als man geboren bent. Mijn vrouwelijke collega mag nog een jongen helpen onder de douche, maar als ik als man dat doe bij een meisje, is het gelijk verdacht. Doodmoe word ik er soms van. Maar zo is de opinie nou eenmaal: vrouwen ‘horen’ te zorgen, van nature. Dat mannen die vaardigheid ook hebben, voelt nog altijd vreemd. Mannen zijn van de ‘stoere dingen’, van grenzen stellen en zo.

Helaas is ook dat in de zorg tegenwoordig lastig. Zodra je een (fysieke) grens stelt, kan dat gezien worden als een ‘vrijheidsbeperkende maatregel’ en volgens de wet Zorg en Dwang moet je dan gelijk drie commissies ernaar laten kijken voordat je dat mag inzetten. Grenzen stellen moet door te praten – met een drie jarig kind bijvoorbeeld – over of ‘hij of zij wel snapt dat het nu echt etenstijd is en dat het voor de begeleider ook niet fijn is om zo lang met de rest van de kinderen te moeten wachten’.
Mijn, vast simplistische, mannelijke aanpak is domweg het kind op de schouder gooien en roepen: ‘Ik ben het eet-monster en ik neem je mee naar de tafel, brrrr’, (of een ander monsterlijk geluid). Maar zoals gezegd: aanraking is niet gewenst. Wat daarbij niet gesnapt wordt, is dat de aanraking (lees: de tastzin) twee kanten heeft. De ‘dit is mijn fysieke grens en dat is jouw grens’ -kant (zoals wanneer een arts de borst van een vrouw onderzoekt) en de ‘mag ik door die fysieke grens van jou heen voelen naar wie daar onder verstopt zit?’ (diezelfde borst, maar nu aangeraakt door een geliefde). Twee totaal andere vormen van aanraking!
Beide kanten zijn zinvol, maar op verschillende momenten. Als je luiers verschoont, een gezicht wast of een kind afdroogt, ervaart het kind dat hij ergens ophoudt en dat daar de wereld begint. Best fijn eigenlijk om te merken dat je ergens ophoudt en niet verantwoordelijk bent voor de hele wereld. Voor een warme knuffel gebruik je de andere kant van de tastzin: je laat het kind merken dat zij / hij nog even ‘samen’ kan zijn met jou als ouder of opvoeder.
Omdat er te veel mensen zijn die dit onderscheid niet meer snappen, bannen we alles maar uit. Daarmee gooien we het kind én het badwater weg: geen warme knuffels meer waaraan kinderen zich zo lekker kunnen opladen. En ook geen fysieke grenzen meer, die stiekem zó veel veiligheid kunnen geven. Het is hoog tijd voor een herwaardering van de tastzin – zeker in de zorg.

