De beschermengel
Staan we er helemaal alleen voor in dit aardse leven? Of voelen we ons soms ook geholpen of misschien zelfs gedragen door iets of iemand op de lastiger momenten? We zeggen het wel eens terloops, bijvoorbeeld als echt grote pech uitbleef: ‘Er zat een engeltje op mijn schouder.’ Huib de Ruiter denkt hardop na over deze tere verbinding met de geestelijke wereld. Over beschermengelen en hun aanwezigheid in ons leven. Wat kunnen zij doen voor ons? En wat kunnen wij doen voor hen?

Tekst Huib de Ruiter Beeld Filmstill uit ‘Der himmel über Berlin’, Wim wenders, 1987
Vrijwel iedereen heeft wel eens gehoord van een beschermengel. Vaak wordt die geassocieerd met kinderen, maar we hebben allemaal wel eens situaties meegemaakt of van incidenten gehoord waarbij iets goed is gegaan – vaak op miraculeuze wijze. Een man fietst in een verder verlaten polder en valt plots, door een hartstilstand. Net op dat moment komt er een ambulance aanrijden. De ambulancebroeders zien het gebeuren en kunnen de man ter plekke reanimeren, met succes. Een ander voorbeeld: er komt een auto aanrijden in een rustig zijstraatje waar kinderen midden op straat aan het spelen zijn. De bestuurder rijdt zomaar over een kind heen. Desalniettemin zodanig, dat het kind buiten schrammen en builen niet zwaargewond raakt en het overleeft. Voor dit soort gebeurtenissen geldt het gezegde: ‘dat was een geluk bij een ongeluk’. Op zulke momenten realiseren we ons ook vaak: het had veel erger kunnen zijn. Het zijn heftige ervaringen en mensen kunnen er nog lang door ontdaan zijn. Toch zou er ook reden kunnen zijn voor dankbaarheid. We zouden het bij wijze van spreken kunnen vieren dat het precies zo afliep en niet anders. Dan zeggen we: ‘zij of hij had een engeltje op de schouder’.
Geestelijk aanwezig
Engelen zijn hogere geestelijke wezens. Wij kunnen hen met ons aardse bewustzijn niet zien – we zien slechts de materiële wereld, niet de geestelijke – maar ieder mens heeft een beschermengel. Onze beschermengel begeleidt ons altijd, dag en nacht. Maar hij laat ons vrij, stuurt ons niet. De mens is op de aarde om te leren omgaan met die vrijheid, en om te leren omgaan met goed en kwaad. Waar het kan ondersteunt de engel ons en helpt ons. Maar hij lost niet alles op. Juist doordat wij fouten maken, verkeerde beslissingen nemen of kwaad doen, leren wij, vroeg of laat, om dat niet meer te doen. De engel is er steeds bij, en kijkt met veel geduld, engelengeduld, toe hoe wij ons ontwikkelen.
Nu kan een mens zich op vele gebieden en manieren ontwikkelen. Het moeilijkste en het belangrijkste is onze morele ontwikkeling. Hoe gaan wij goed om met onze medemens? Zijn we in staat om naar ons geweten te luisteren? Kunnen we leren om eerlijk te zijn, ook tegenover onszelf, en ons egoïsme beperken? En dan: durven we te handelen naar deze inzichten? Iedere nacht zijn we bij onze engel en kijken samen naar wat er goed ging en naar wat beter kan. Overdag weten wij daar niets meer van, maar iets werkt toch door in ons doen en laten.
Aards bewustzijn
De werking van het geestelijke, van de engelen, kunnen we vaak wel waarnemen of op zijn minst vermoeden. Niet alleen door gelukkig verlopen voorvallen, maar bijvoorbeeld ook door toevallige ontmoetingen die ons soms erg kunnen verrassen of inspireren. Of door gesprekken die heel bijzonder verlopen en soms ook wel eens grote gevolgen hebben.
In de geestelijke wereld zijn er buiten de engelen nog een heel aantal andere geestelijke wezens van allerlei rangen en standen. Die worden de hiërarchieën genoemd.
Er zijn negen ‘rangen’, met daarboven nog de Goddelijke Drie-eenheid. Onderaan, boven de mens, begint het met de engelen en aartsengelen en dan verder opstijgend tot bovenaan de Cherubijnen en Serafijnen. Zij hebben allen meegeholpen om de mens en de aarde te creëren.
De grote dichter Vondel heeft in zijn verzen deze hiërarchieën ook benoemd. Of hij enige notie had van de grootsheid van deze geestelijke wezens is de vraag: hij sprak van ‘cherubijntjes ‘ en ‘serafijntjes’. Ook in onze tijd wordt vaak gesproken van ‘engeltjes’ en in de kunst worden engelen ook nog wel eens als heel jong afgebeeld, alsof het kleuters zijn. Maar ‘engeltjes’ bestaan niet. Kinderlijke voorstellingen van engelen, die bestaan wel.
Contact met je engel
Het kan heel waardevol zijn om in contact te komen met je eigen engel. Ik heb het wel vaker patiënten aanbevolen die worstelden met moeilijke vraagstukken. Het kan bijvoorbeeld gaan om gezinsproblemen, relatieproblemen of over grote beslissingen die genomen moeten worden. Als je ervoor openstaat, kun je leren om in contact te komen met jouw eigen engel. Dit kan door op een rustig moment, bij voorkeur ’s avonds, ook zelf innerlijk tot rust te komen. Vervolgens kun je vragen: mijn engel, bent jij daar? Het gaat erom deze vraag eerlijk en vanuit je hart te stellen. Je kunt deze vraag gerust een paar keer herhalen.
Als er een antwoord komt zal het bestaan uit een bepaalde gewaarwording, een gevoel. Een instemming, een ‘ja‘, zal je een gevoel geven van energie, die zich uitbreidt en naar boven gaat. Het kan ook zijn dat je een heel aantal keren geen duidelijke reactie gewaarwordt. Dan kan het goed zijn om het een tijd met rust te laten.
Juist in moeilijke tijden kun je de benodigde innerlijke rust niet altijd aanboren. De kunst is dan om geduld te hebben en innerlijk open te blijven. Is er op een gegeven moment wel een reactie, dan kan naast een ‘ja ‘ als antwoord ook een ‘nee’ waargenomen worden, namelijk als een energetische beweging terug, naar binnen, naar beneden. Als het contact met de engel gelegd is, dan kan dat in allerlei levenssituaties een grote steun betekenen.
We kunnen de engelen ook iets teruggeven door aan ze te denken, hun onzichtbare aanwezigheid serieus te nemen en daar dankbaar voor te zijn.
Engelengeduld
In het gewone leven zijn vragen vaak waardevoller dan antwoorden. Dat geldt nog veel sterker als we ons tot het geestelijke richten. Door vragen te stellen kan de geestelijke wereld en onze beschermengel in het bijzonder ons nog meer en nog beter helpen.
Ook door te gaan slapen met een bepaalde vraag in gedachten, in het gemoed, kunnen antwoorden komen, kunnen dingen veranderen, kunnen de volgende ochtend nieuwe gedachten en inzichten opkomen. Dat is zo’n bekende ervaring, dat we daar een spreekwoord voor hebben: ‘De ochtend is wijzer dan de avond’.
Geestelijk gezien zijn wij mensen, wij aardedeburgers, nog maar jong. We zijn vergelijkbaar met kinderen, met kleuters. En net zoals wij mensen met hart en ziel houden van onze kleuters, en hen met veel geduld steeds weer helpen en begeleiden, zo hebben de engelen eindeloos geduld met ons. Onze engel begeleidt ons niet alleen in dit leven, maar ook door opeenvolgende levens. Dit te weten is van grote betekenis. Als we eenmaal sterven en over de drempel gaan en in de geestelijke wereld aankomen, zal die wereld heel anders van karakter zijn. Er zal veel te vragen zijn. Onze engel zal die vragen met engelengeduld beantwoorden.
Huib de Ruiter is oud-huisarts van Gezondheidscentrum De Lemniscaat in Leiden. Hij bestudeert de werkzame eigenschappen van grondstoffen voor antroposofische geneesmiddelen. In Ita deelt hij zijn bevindingen.

