Een intiem gesprek

Bij het verkennen van het begrip intimiteit voor dit themanummer ontstond het idee voor een gesprek dat de generaties overstijgt. Wat hebben een voormalig huisarts (68 jaar) en een studente (22 jaar) elkaar te vertellen? Met welke vragen leven zij en hoe is het begrip intimiteit aanwezig in hun levens? Een verkorte weergave van een bijzondere ontmoeting. 

Tekst Merle Doesburg & Johanna Priester  |  illustratie Ruth van Beek /Kinderen uit de lichtjeswereld

Merle (M). Ik ben bezig met een kunstopleiding en we zijn bezig met onderwerpen die ons heel erg na aan het hart liggen. Dat is bij mij nu intimiteit en ik heb ontdekt hoe breed dit begrip is. Hoe kan ik bijvoorbeeld intiem zijn binnen een vriendschap of met mezelf, voorbij het seksuele? Ik ben wel heel benieuwd naar jouw relatie hiermee en hoe die geïnspireerd is vanuit de antroposofie.

Johanna (J). ik denk dat we dit begrip eer aandoen als we het in een bredere context zetten. Omdat seksualiteit eigenlijk te veel geïsoleerd wordt, als iets om naar te verlangen of juist te vermijden. Terwijl intimiteit raakt aan het hele mensbeeld van de antroposofie. Eigenlijk is alles met elkaar vervlochten en zijn lichaam en geest met elkaar verbonden, altijd. Dat wat je lichamelijk doet, heeft invloed op hoe je zielsmatig in het leven staat en op hoe je geestelijk met dingen bezig bent. En andersom. Dit alles weer meer in samenhang krijgen, vind ik belangrijk.

M.          Want veel is nu super los geraakt van elkaar.

J.            Precies. Daar zie je ook aan dat het heersende wereldbeeld sterk door de materie, door het zichtbare, wordt bepaald. Materie kenmerkt zich doordat het gefragmenteerd is: je kunt het in stukjes snijden die je naast elkaar kan leggen, rangschikken en ordenen. Terwijl het onzichtbare stuk van ons bestaan juist veel meer eenheid heeft.

M.          Wat is onzichtbaar en wat zichtbaar?

J.            Ik zou zeggen: het levende is onzichtbaar. Want wat is leven nou eigenlijk? Dat kan je niet aan de materie aflezen, want het leven zelf kun je eigenlijk niet zien. Als het alleen maar dode materie zou zijn, zou het uit elkaar vallen. Als er leven in komt, wordt het ineens een geheel en krijgen al die onderdelen een relatie met elkaar en een bepaalde functie binnen dat geheel. Hoe die samenhang ontstaat of wat het precies is, zie je niet. Bij anticonceptie bijvoorbeeld, heb je met de relatie te maken en met seksualiteit, met intimiteit en met praktische problemen waar jouw generatie voortdurend besluiten in moet nemen. Als je het even plat slaat: een dier plant zichzelf voort en wordt gestuurd door zijn driften, dat gebeurt gewoon. Vanuit de materiële kant bezien kun je deze processen technisch blokkeren; als je je laat steriliseren bijvoorbeeld, dan houdt het op. Dan staat het natuurlijke leven aan de ene kant en het puur materiële aan de andere kant. Maar ik denk dat de opgave van deze tijd juist is dat we die twee steeds meer bij elkaar moeten brengen en dat dan pas het echt menselijke ontwikkeld kan worden.

M.          Wij hebben nu de vrijheid om dat echt zelf te doen, ook al zullen we daarin soms te veel de ene kant op schieten of de andere.

J.            De kunst is inderdaad om in het midden te blijven. Neem de pil: eigenlijk is die er nog maar heel recent: mijn ouders hebben die niet gebruikt. Dus eigenlijk kunnen we nog maar sinds kort zelf verantwoordelijkheid nemen voor ons nageslacht. Dat is het grotere beeld.

M.          In de generatie van jouw ouders en grootouders was er dus nauwelijks anticonceptie. Dus toen moesten vrouwen meer op hun lijf letten. Ik merk dat er in mijn generatie heel sterk een verwijdering van het lijf is. Ik ken maar heel weinig vrouwelijke leeftijdgenoten die weten wat er in hun lichaam gebeurt. Zelf ben ik sinds een jaar heel bewust bezig met mijn periode. En ik verbaas me erover hoe weinig we hierover weten en in de opvoeding meekrijgen, terwijl het zo’n groot thema is.

J.            Terwijl er toch juist heel veel over wordt gepraat, en iedereen aan het sporten is en bezig is met voeding.

M.          We zijn wel heel erg op het lichaam gefocust, maar voor mijn gevoel gebeurt dat niet van binnenuit. Ik heb bijvoorbeeld veel vriendinnen die klakkeloos de pil nemen of een spiraaltje en daar geen vraagtekens bij zetten. Zelf ben ik best kritisch omdat je daarmee niet bewust bent dat als je vrijt, je eigenlijk bezig bent met het maken van een kind. Dat je wel wilt aansluiten bij je lichaam, maar daar geen echte verantwoordelijkheid voor wilt dragen.

J.            Ja, ik denk dat je daar een essentieel punt raakt, dat we inderdaad ontkoppeld zijn geraakt. Je had het over oudere generaties. Ik denk aan de ene kant niet dat die mensen zo bewust met hun eigen lichaam bezig waren, maar er wel beter in zaten. Gewoon door meer fysiek werk te doen, veel te lopen, op het land te werken, alles met de hand te moeten doen. Dan gebruik je je lijf voortdurend en ben je daarin echt aanwezig. Als er dan iets gebeurt of de cyclus weeft daar doorheen, blijf je in jezelf rusten. Nu zijn al die aspecten een beetje uit elkaar geschoven.

M.          En kunnen we veel meer manipuleren. Er zijn genoeg vrouwen die een half jaar lang de pil doorslikken. Dan erken je niet dat de cyclus iets natuurlijks is.

J.            Precies. In haar boek Liefde & Seksualiteit stelt Jeanne Meijs hierover een interessante vraag: voorkom je vruchtbaarheid of voorkom je zwangerschap? Dat vind ik wel een interessante manier van kijken. Ze zegt: de pil gebruiken maakt een vrouw weliswaar tijdelijk, maar op dat moment echt onvruchtbaar. Er is geen eisprong meer. Terwijl een condoom zwangerschap voorkomt. En dan wordt de vraag: als ik lichamelijk mijn eigen vruchtbaarheid helemaal stilzet, wat heeft dat dan voor gevolgen voor mijn zielsmatige vruchtbaarheid? Word ik dan misschien ook minder creatief of minder beweeglijk in mijn denken?

Het principe van ontkoppeld raken speelt denk ik al heel vroeg. Het gebeurt ook bij jonge kinderen die steeds minder buiten spelen, minder lopen, niet fietsen of iedere dag met de auto naar school worden gebracht. Of bij ouders die bang zijn om hun kind te zien lijden. Maar daardoor ontneem je jezelf juist het gezond bewonen van je eigen lichaam. Dan ga je er óver denken in plaats van je lijf van binnenuit doorvoelen. Het interessante van die meer natuurlijke methodes van geboortebeperking of voorbehoedmiddelen is dat ze je uitdagen om juist naar binnen te voelen. De meest simpele methodes werken met temperaturen, dat kan je gewoon met een thermometer doen. Maar je hebt ook methodes waarbij je het vaginaslijm bekijkt. En dat je gaat waarnemen of je de eisprong voelt, want dat kun je trainen. Ik vergelijk het wel eens met muziek herkennen: als je muzikaal niet zo ontwikkeld bent, kun je toch steeds fijnzinniger leren luisteren. Steeds nauwkeuriger, tot je bij een fragment al hoort van welke componist het is. Zo’n zintuig hebben we ook naar ons lichaam toe – het heeft zelfs een naam: levenszin.

Als je weinig gelegenheid hebt om te spelen, te vallen en het eindeloos opnieuw te proberen, krijg je een minder sterke verbinding met je lichaam. Dan kun je later minder goed voelen of een signaal belangrijk is, of je neemt het niet op tijd waar. Bij natuurlijke geboortebeperking heb je je zintuigen juist nodig.

M.          Dat herken ik wel. Ik zit zo vaak in de boeken met mijn hoofd, of in de wolken, en ben dan helemaal niet aanwezig. Dan voel ik niet of iets opkomt of verandert. Doordat ik nu mijn vaginaslijm check en mijn temperatuur meet, heb ik mijn lichaam veel beter leren kennen. Ik merk nu veel meer dat mijn lichaam een levend wezen is. Vervolgens ben ik de vier seizoenen gaan verbinden met mijn cyclus. Als je aan het bloeden bent, dan heb je eigenlijk winter; het grote schoonmaken, gevolgd door rust. Daarna komt de lente op en met je eisprong is het zomer. Dan heb ik vaak de meeste zin om dingen te doen en wil ik veel buiten zijn. Als ik moeier word, komt de herfst. Mooi, hoeveel we gemeen hebben met de seizoenen. Mijn zus doet dit nu ook en dan zeggen we wel eens: ‘ik kan dan afspreken, want dan is het zomer’. In die dagen kun je meer dragen. Dan leef je echt met wat er van binnen gebeurt.

Johanna Priester en Merle van Doesburg spraken elkaar op 16 mei 2025. Lijkt het je leuk om als twintiger of dertiger ook eens mee te praten over een thema in Ita? Mail ons: redactie@antroposana.nl.

Word lid

Word lid en ontvang 3x per jaar ons inspirerende ledenmagazine Ita. Ook ontvang je 4x per jaar onze nieuwsbrief met nieuws over antroposofische gezondheidszorg en tips over bijeenkomsten en conferenties. Antroposana strijdt voor behoud van antroposofische gezondheidszorg en daar hebben we je steun bij nodig. Want met jouw steun is deze zorg er voor iedereen!