Citroen en kweepeer als versterkers van het immuunsysteem

Door Redactie - In: diversen, voeding - 23 januari 2012

Tekst I Mieke Linders


Arts-onderzoeker Erik Baars gepromoveerd in Wageningen

Stroom was aanwezig bij de promotie van de lector Antroposofische Gezondheidszorg aan Hogeschool Leiden, Erik Baars. Hij promoveerde op een brisant onderwerp: de wetenschappelijke onderbouwing van een antroposofisch geneesmiddel.

Citroen en kweepeer als versterkers van het immuunsysteem

Aan Wageningen UR (University & Research Centre) verdedigde Erik W. Baars op vrijdag 18 november 2011 zijn proefschrift Evidence-based curative health promotion: a systems biology-orientated treatment of seasonal allergic rhinitis with Citrus/Cydonia comp.. De promovendus benadrukte het belang van het ontwikkelen van een gezondheidsbevorderende benadering in de geneeskunde als aanvulling op de gangbare ziektebestrijdende methode. Hij deed dit onder meer aan de hand van onderzoek naar de werkzaamheid, het werkingsmechanisme en de veiligheid van het middel Citrus/Cydonia (citroen/kweepeer) bij hooikoorts.

Erik Baars leverde een moedig en waardevol proefschrift dat het gevestigde medische model wil ontsluiten voor andere benaderingen in de geneeskunde, zoals CAM (complementary and alternative medicine). CAM wil een aanvulling zijn op de conventionele geneeskunde. Met enig voorbehoud valt ook de antroposofische geneeskunde hieronder, omdat zij uit zichzelf een volledig geïntegreerde positie inneemt. Hoewel van de methoden van CAM vaak al langdurig gebruik wordt gemaakt, waarbij werkzaamheid en veiligheid in de jarenlange praktijk zijn ‘bewezen’, worden ze vaak niet geaccepteerd door de reguliere geneeskunde. Het bewijs voor de werkzaamheid wordt als te weinig, te onwetenschappelijk of als te pseudo-wetenschappelijk gezien.

De tijd lijkt rijp voor een verbreding van zicht in de conventionele geneeskunde. Aan de hand van een indrukwekkende hoeveelheid onderzoek en literatuur schetst Erik Baars ontwikkelingen in de gezondheidszorg. In methoden van onderzoek, met name in de moleculaire en systeembiologische geneeskunde, is de afstand kleiner geworden tussen de opvatting dat een organisme is terug te brengen tot zijn kleinste deeltjes (reductionisme), tegenover de opvatting dat ‘het geheel meer is dan de som der delen’ (holisme).

De prognose van een verder stijgende levensverwachting onder vrouwen en mannen in Nederland zal zorgen voor een toename van het aantal chronische ziekten en van oplopende kosten in de gezondheidszorg. Patiënten zijn mondiger en zelfstandiger geworden. En wereldwijd valt een grotere belangstelling waar te nemen van patiënten voor aanvullende vormen van gezondheidszorg.

Deze ontwikkelingen benadrukken het belang van een ‘gezondheidsbevorderende’ geneeskunde, naast die van de ‘ziektebestrijdende’. Een geneeskunde die patiënten middelen en praktijkmethoden aanreikt om preventief en curatief bij te dragen aan de eigen gezondheid en die daarmee kan bijdragen aan een kostenvermindering in de gezondheidszorg.

Gezondheid door zelfregulatie

Tegenover de gezondheidsdefinitie van de wereldgezondheidsorganisatie (WHO) van 1948, namelijk gezondheid als een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welzijn, plaatst Erik Baars ‘gezondheid door zelfregulatie’. Gangbare definities van gezondheid gaan uit van eindstadia en gaan voorbij aan mechanismen die gezondheid veroorzaken en in stand houden. In met name de antroposofische geneeskunde wordt het menselijke organisme als één geheel gezien met lichaam, ziel, en geest (individu). Door middel van het zelfgenezende vermogen van het lichaam wil het organisme de heelheid en balans van de lichaamsfuncties in stand houden, dan wel herstellen, eerder dan de symptomen van ziekte bestrijden. Een voorbeeld van zelfregulatie is het heilzame effect van koorts bij infectieziekten, vooral in de kinderleeftijd. Ook het chronobiologische ritmische systeem, het totaal van levensritmes in een organisme, kan gezien worden als een zelfregulerende en gezond makende activiteit. Zelfregulerende mechanismen als het immuunsysteem zijn deels al bij de geboorte aanwezig. Andere kunnen tijdens het leven (verder) worden ontwikkeld, zoals de psychologische zelfregulatie. Een gezond lichaam regelt zichzelf in een voortdurende wisselwerking met zijn omgeving, zowel fysiek en mentaal als sociaal. Gezondheid en ziekte volgens dit model onderscheiden zich door de aan- of afwezigheid van voldoende zelfregulerende mechanismen of processen.

Citrus/Cydonia en hooikoorts

Naast het bijdragen aan de ontwikkeling van een definitie van gezondheid door zelfregulatie worden in het proefschrift van Erik Baars methoden ontwikkeld en getest om deze zelfregulatie te meten. Zo konden door monitoring van patronen (via biomarkers) effecten worden gemeten na toediening van het middel Citrus/Cydonia comp. (citroen/kweepeer) op het immuunsysteem bij hooikoortspatiënten. Van 22 patiënten werd de toestand voor en na de behandeling gevolgd, bij de werking van dit middel in de vorm van een neusspray en via subcutane injectie (injectie in het bindweefsel van de huid). De resultaten moedigen aan om verder onderzoek te doen met grotere aantallen en een vergelijking te maken met gegevens van gezonde personen.

Een volgend doel was het bestuderen van de effecten en de veiligheid van de behandeling van hooikoorts met Citrus/Cydonia comp. als voorbeeld van een gezondheidsbevorderende behandeling. Een onderzoek naar de ervaringen van 39 huisartsen die een behandeling met Citrus/Cydonia comp. bij hooikoorts voorschreven, levert het eerste op de praktijk gebaseerde bewijs voor positieve resultaten van de behandeling.

Twee in vitro (in het laboratorium) onderzoeken gingen de effecten en veiligheid na van Citrus/Cydonia op cellen door middel van bloedmetingen. Het resultaat van dit onderzoek geeft aan dat Citrus/Cydonia mogelijk in staat is het verstoorde immuunsysteem te herstellen, zodanig dat alle symptomen permanent verdwijnen.

Een ander onderzoek gaat de werking na van Citrus/Cydonia in combinatie en Citrus en Cydonia afzonderlijk toegediend. Activiteiten van immuuncellen van vijf gezonde en vijf patiënten met graspollenallergie werden in vitro geanalyseerd en vergeleken na toediening van de extracten van de drie middelen. Het bleek dat het combinatiemiddel geen betere effecten opleverde dan de afzonderlijke middelen. Er werd wel een verschil in werking tussen citroen en kweepeer waargenomen. Vervolgonderzoek werd aanbevolen.

Graspollenallergie

Onderzoek werd gedaan naar een groep van dertien patiënten met gemiddeld negen jaar een graspollenallergie die voorheen reguliere medicatie gebruikten vanwege de ernst van de symptomen. Voor aanvang en tijdens het hooikoortsseizoen werden bij twaalf patiënten Gencydo-injecties (een citroen-kweepeer-preparaat van Weleda) ingebracht. Bij één alleen tijdens het seizoen. Als uitkomstmaten werden gebruikt: de nasale en niet-nasale hooikoortssymptomen, het gebruik van de reservemedicatie (antihistaminica en corticosteroïden) en subjectieve ervaringen. Er was een duidelijke aanwijzing dat Gencydo effectief werkzaam was in een groot deel van de subpopulatie.

Onderzocht werd verder de werkzaamheid en veiligheid van twee toedieningswijzen: de subcutane injectie en de neusspray. Twee parallelle groepen (nationaal, gerandomiseerd) werden vergeleken. Er was een behandelperiode van zes weken voor 23 patiënten na een periode zonder behandeling van een of twee weken. De effectmaten waren: hooikoorts gerelateerde immunologische veranderingen, de ernst van de symptomen en de veiligheid. Bloedmonsters werden voor en na de behandeling genomen. Beide manieren van toediening bleken veilig en klinisch effect te ressorteren.

Onderzoek naar veiligheid van antroposofische en homeopathische injectievloeistoffen gebeurde ook door middel van de systematische evaluatie van bijwerkingen. Deze werden verkregen uit bestanden van de geneesmiddelenbewaking van acht Duitse homeopathische en antroposofische fabrikanten uit de periode 2000-2009. Een uitstekend veiligheidsprofiel was het resultaat met overall zeer zeldzame bijwerkingen en geen gemelde bijwerkingen van Citrus/Cydonia medicatie.

Ten slotte wordt het onderzoek genoemd van de gegevens van 1913 reguliere huisartsen met die van 79 huisartsen met CAM-training (acupunctuur 25, homeopathie 28, antroposofie 26).

Het bleek dat de huisartsen met CAM-training van nul tot dertig procent lagere zorgkosten hadden en lagere sterfteaantallen, afhankelijk van leeftijd en soort van CAM. Minder ziekenhuisopnames en minder medicatie werden geconstateerd.

Methode van onderzoek

Met deze onderzoeken levert Erik Baars bewijzen voor de kwaliteit, veiligheid, werking, werkzaamheid en kosteneffectiviteit van een evidence-based gezondheidsbevorderende benadering. Hij beschrijft de goetheaanse fenomenologische methode als een kwalitatieve methode van onderzoek die zowel de ‘lagere’ niveaus van een organisme bestudeert (atomen, subatomen, enzovoort), alsook de ‘hogere’ (de omgeving waar een organisme deel van uitmaakt, de maatschappij, de niet-materiële krachten aanwezig in levende organismen, enzovoort). De zoektocht naar patroonherkenning in dit type onderzoek sluit aan bij de toegenomen interesse in onderzoek naar systemen de laatste tientallen jaren bij de biologie, de farmacologie en de geneeskunde.

De eerder heersende benadering van ‘één gen, één geneesmiddel, één ziekte’ schiet algemeen tekort door zowel de complexiteit van ziekte als van het menselijk organisme. Hierdoor nam de interesse voor een aanvullende preventieve en curatieve gezondheidsbevordering toe in de maatschappij en de gezondheidszorg. In 1925 waren het Rudolf Steiner en Ita Wegman die al de mogelijkheden herkenden van Citrus en Cydonia, op basis van waarneming van een kwalitatief patroon op het organisatieniveau van de planten. Dit laat zien dat onderzoek op basis van subjectieve, kwalitatieve patroonherkenning mogelijk is.

De tekortkoming van het goetheaanse onderzoeksmodel, zo schrijft Baars, is dat het tot nu toe uitsluitend werd toegepast in de wetenschappelijke en klinische praktijk, maar niet voldoet aan de huidige wetenschappelijke eisen. De genoemde onderzoeken zijn gebaseerd op kleine groepen patiënten, gegevens ontbreken nog van gezonde proefpersonen en van hooikoortspatiënten die variëren in ernst van de symptomen. Erik Baars wil dan ook graag zijn onderzoek voortzetten. Zoals tijdens de promotie werd opgemerkt, kwam het woord ‘towards’ (‘op weg naar’) opvallend vaak voor. Erik Baars benadrukte dat door zijn proefschrift stappen waren gezet die om vervolg vroegen.

De promotiecommissie bij monde van professor Savelkoul, immunoloog aan de Wageningse universiteit, prees ten slotte zeer het baanbrekende werk dat Erik Baars verrichte naar gezondheidsbevordering, de vele onderzoeksgebieden die hij daarbij bestreek, zijn doorzettingsvermogen en zijn geconcentreerde verdediging. De commissie gaf het proefschrift en de verdediging respectievelijk de kwalificaties ‘goed’ en ‘zeer goed’.


Op weg naar een geïntegreerde antroposofische geneeskunde

Citrus/Cydonia is een antroposofisch geneesmiddel. De antroposofische geneeskunde gaat uit van een niet-materiële organisatie in de natuur naast de materiële, en van de ‘hogere’ complexe organisatie van organismen in ruimte, tijd en functie. Deze hogere complexe organisatieniveaus van organismen kunnen subjectief-kwalitatief worden onderzocht en met behulp van de statistiek kunnen patronen worden ontdekt. Bij een diagnose kunnen de hogere en lagere niveaus beide worden nagegaan. De behandeling is systeemgeoriënteerd, wat bijvoorbeeld tot uitdrukking komt in het feit dat ze gebruik maakt van meerdere substanties of therapieën. Tegelijk of in fases kunnen aspecten op diverse niveaus worden beïnvloed. Hogere niveaus kunnen worden gestimuleerd om de lagere te reguleren en zo heelheid en balans terugbrengen.

Dit soort behandeling vraagt een eigen actieve inbreng van het organisme en van de patiënt en is daarmee gezondheidsbevorderend. Deze behandelingsmethode is relatief nieuw naast andere verschuivingen in de geneeskunde. Erik Baars veronderstelt dat het enige tijd zal vergen voordat het zover is dat deze vorm van geneeskunde voldoende evidence-based en voldoende bekend is en als belangrijk wordt gezien. Wanneer ze evenwel eenmaal geïntegreerd is in de gezondheidszorg naast de ziektebestrijdende methode, zal het beste van twee werelden samengevoegd zijn.