Prikkels graag

Maar niet te veel

Tekst Johanna Priester  |  beeld Urban Vintage on Unsplash

Wandelend door de polder mijmer ik over alles wat op dat moment op mij af komt. Wat is eigenlijk een prikkel? Om mij heen neem ik van alles waar: een briesje, het licht, voorzichtige zonnewarmte, planten, dieren, geuren, geluiden. In mij neem ik de beweging van mijn lichaam waar, en warmte, gevoelens en emoties. Op welke manier komen mijn buiten- en binnenwereld samen?

Er komen heel wat prikkels zomaar ongemerkt binnen, als het ware zonder onze toestemming. Onze zintuigen staan altijd open zodra we wakker zijn, helemaal afsluiten is dus onmogelijk. Maar elke prikkel moet wel verteerd worden, want het is allemaal niet-Ik dat daarbuiten leeft. De geuren, geluiden, kleuren en bewegingen zijn niet-menselijk en bovendien absoluut ‘niet-Johanna’, ze zijn mij in letterlijke zin wezensvreemd. Als ik ze niet verteer, dan zou ik (mijn Ik) verdwijnen te midden van al die vreemde prikkels. Ik zou vervloeien met mijn omgeving.

Ontmoeting

Tussen mij en de prikkel moet daarom iets gebeuren. Er zal een interactie moeten ontstaan, een soort weefsel van inter-esse (letterlijk: tussen-zijn). De eerste stap van dit proces gebeurt razendsnel en kan al heel gauw uitmonden in een oordeel: iets is mooi of lelijk, lekker of vies, aantrekkelijk of bedreigend. We hebben de neiging om zo’n prikkel direct te omarmen (sympathie) of af te stoten (antipathie). Eigenlijk is er dan nog geen werkelijke ontmoeting geweest. Echt kennen en daarna verteren heeft nog geen kans gekregen. De prikkel is daarmee nog steeds wezensvreemd.

Grens tussen binnen en buiten

Allergie kan je beschouwen als een paniekreactie op een prikkel waar je al eens eerder een slechte ervaring mee hebt gehad. Zonder aarzelen gaan daarbij direct alle alarmbellen af, bijvoorbeeld in de vorm van overvloedig slijm om het vreemde weg te spoelen. Tijd voor een echt contact met de prikkel (“Ben jij wel echt gevaarlijk?”) is er niet, je lichaam schiet meteen in een antipathie-reactie. Meestal ontstaat een allergie omdat die specifieke prikkel bij eerdere contacten ongevraagd te diep heeft kunnen binnendringen. Met andere woorden: er was te veel openheid, te veel sympathie. De grens tussen binnen (het eigene) en buiten (het vreemde) was te dun, vaag of poreus. En daarmee raakt je eigenheid bedreigd, dus bij volgende contacten moet dat voorkomen worden. Niet voor niets ervaren we verschijnselen van allergie vooral op de grensvlakken tussen binnen en buiten: aan huid en slijmvliezen. Denk er daarbij aan dat ook de inhoud van maag en darmen als ‘buiten’ moet worden beschouwd: voedsel is dan nog niet verteerd en eigen gemaakt. Overigens komt intolerantie misschien wel vaker voor dan echte allergie. Bij intolerantie is er geen sprake van een soms levensbedreigende paniekreactie, maar past meer het woord irritatie. Ons lichaam wordt dan ‘humeurig’ en uit dat in bijvoorbeeld jeuk of buikpijn.

Eigenheid voeden

Directe omarming of afstoting is dus niet de manier om een prikkel te verteren. Verteren vereist echt leren kennen, leren plaatsen en de prikkel neutraliseren tot iets objectiefs waarmee je vervolgens jouw eigenheid kunt voeden. Daarvoor is een gesprek nodig tussen jou en de prikkel, een heen en weer gaan voordat je tot een conclusie komt. Aan bijvoorbeeld het kneden van het voedsel in maag en darm kun je aflezen dat er een gesprek gaande is. En de conclusie van zo’n gesprek kan zijn dat je er opbouwkrachten uit haalt voor je lichaam. Voor een gesprek of ontmoeting zijn rust en tijd nodig: eerst kennismaken, niets overhaasten. Eén van de oorzaken van de toename van allergieën en intoleranties is ongetwijfeld de overvloedige hoeveelheid aan prikkels die we tegenwoordig te verwerken krijgen. Het is onmogelijk om alles dan goed te verteren, en al gauw kan er dan een prikkel tussen zitten die – onverteerd – ongemerkt te diep binnendringt. Daar worden lijf en ziel prikkelbaar van!

Heen en weer bewegen

Gelukkig is er veel dat je kunt doen om een goed gesprek-met-prikkels op gang te brengen. Je kunt een allergische aanleg leren hanteren – en al doende zelfs iets leren van je aanleg. Of je kunt wellicht bij je kind een allergie voorkómen. Het gaat erom met interesse de indrukken toe te laten zonder je erin te verliezen. Je beweegt heen en weer tussen het vreemde en het eigene. In de polderwandeling kijk je bijvoorbeeld met aandacht naar het in de lucht biddende valkje, je voelt als het ware zijn concentratie en beweging, maar tegelijk blijf je je bewust van de menselijke manier waarop jouw benen bewegen. Of je bekijkt hoe de boom die je bij een vorige wandeling aandachtig hebt bekeken, nu verder is uitgebot. Jouw menselijke, persoonlijke herinnering verbindt zich met het groeiproces in de boom en maakt deze verteerbaar. Door deze aandacht en liefde aan steeds maar enkele prikkels te schenken zorg je dat al die andere indrukken minder gemakkelijk binnenkomen. Je bent dan niet meer poreus, maar zet de deur selectief open voor iets wat je zelf gekozen hebt.

Aandacht en liefde

Iets soortgelijks kun je doen met voeding, die zo vaak een bron van allergie kan zijn. Allereerst is het goed om erop te letten dat een gerecht niet al te veel ingrediënten heeft, en liefst helemaal geen ingrediënten van onnatuurlijke oorsprong. Zeker voor kinderen is dat van belang: zij hebben immers veel minder ervaring met prikkels, dus voor hen is veel meer nieuw, onbekend en dus extra ‘vreemd’. Doseren helpt hen om niet overspoeld te raken.

Voeg je aandacht en liefde toe tijdens het koken – al geniet je maar heel even van het mooie patroon van een doorgesneden kool – dan bereid je daarmee je vertering al voor. Op een min of meer vaste tijd eten, een tafelspreuk, op elkaar wachten voor je begint, afsluiten met een simpel dankjewel: het zijn allemaal elementen van het gesprek tussen jou en de wezensvreemde buitenwereld die je wilt opnemen. Bij kant-en-klaarmaaltijden kan je proberen met nauwkeurig proeven alle ingrediënten te herkennen, met een dankbare gedachte richting al die mensen die hebben bijgedragen aan dit gerecht.

Sneaky stortvloed

Kijken we meer naar de visuele en geluidsprikkels die ons bereiken via al onze schermpjes, dan is overduidelijk dat we daar al gauw in een stortvloed terechtkomen, en dat nauwelijks iets van dat al werkelijk de kans krijgt om verteerd te worden. Heel sneaky worden we daar verleid om direct te oordelen en uitsluitend in sympathie of antipathie te blijven steken. Het scheelt al enorm als je je daarvan bewust bent en dat uitspreekt. Een filmpje minder, een gesprek meer is enorm veel waard.

Ondervoed?

Te midden van al die overprikkeling-zonder-vertering kan het zomaar gebeuren dat je ondervoed raakt. Ondervoed omdat je nergens echt mee in aanraking komt, niets echt leert kennen, geen opbouwkrachten meer vindt. Onstilbare behoefte (tot verslaving aan toe) wijst erop dat je iets wezenlijks almaar niet binnenkrijgt. Meer aandacht voor minder prikkels helpt dan om te vinden waar je – naar lichaam of ziel – ècht behoefte aan hebt. Dan komt uiteindelijk wel in je op welke prikkels je gericht, uit eigen keuze, wilt toelaten. En wilt ontmoeten, want daar gaat het uiteindelijk om. Altijd.

Johanna -Priester-
is oud-huisarts en deelt haar kennis over ziek zijn en gezond worden nu op andere manieren. Ze schrijft op puntjes.nu kleine overwegingen. In Ita schrijft ze over het versterken van zelf-inzicht, gezond gedrag en over het aanvaarden van dat wat nu eenmaal hoort bij het leven.

Word lid

Word lid en ontvang 3x per jaar ons inspirerende ledenmagazine Ita. Ook ontvang je 4x per jaar onze nieuwsbrief met nieuws over antroposofische gezondheidszorg en tips over bijeenkomsten en conferenties. Antroposana strijdt voor behoud van antroposofische gezondheidszorg en daar hebben we je steun bij nodig. Want met jouw steun is deze zorg er voor iedereen!