Groeipijn. Jong zijn in 2021

Door Redactie - In: geestelijke gezondheid, opvoeden - 2 april 2021

Tekst Manon Berendse  |  Beeld Jörgen Caris @ aarden in de uiterwaarden


Wat een jaar maakten onze jongeren mee. Eerst in relatieve stilte vanachter talloze schermpjes thuis, maar sinds januari met steeds meer aandacht van bezorgde ouders, leerkrachten en mensen die het weten kunnen. Juist nu je tienerjaren beleven en je persoonlijkheid ontwikkelen is taai. Wat hebben jonge mensen nodig in het coronatijdperk? Wat is gezondmakend?

Groeipijn. Jong zijn in 2021

Toen we in de vroege zomer van 2020 nog maar net op adem kwamen van de eerste lockdown publiceerde Unesco al het document Education in a post-COVID world: nine ideas for public action. We waren er nog niet aan toe, maar onderwijsspecialisten uit alle hoeken van de wereld legden alvast de vinger op de zeerste plek: COVID-19 zal nog veel meer sporen gaan trekken – zeker ook door jonge levens. Er verscheen nóg een interessant boek dat vanuit groot gevoel voor urgentie werd geschreven door antroposofisch kinderarts Michaela Glöckler. Zij ziet al langer hoe onderwijssystemen in tal van landen onder druk zijn komen te staan – wat een gezonde ontwikkeling ondermijnt van kinderen, jongeren, adolescenten én hun leerkrachten. Glöckler houdt in haar boek Education for the future een vurig pleidooi voor het bewuster creëren van de condities, op school én thuis, die mensenkinderen bemoedigen, vertrouwen schenken en hun levensvreugde voeden. Bovendien zou ieder kind, ongeacht het soort diploma dat hij begeert, het recht moeten hebben om tot en met zijn 18e levensjaar naar school te gaan. Waarom? Omdat dat het natuurlijke moment is waarop je in staat bent om je eigen keuzes te gaan dragen.

Levensjaren als graadmeter

Ruggengraat van Glöcklers boek is de uitgebreide beschrijving van de eerste 21 jaren in een mensenleven, bezien vanuit de ontwikkelingspsychologie. Wat maken we ons stap voor stap eigen, jaar na jaar? Hoe worden we wie we zijn? Welke weerstanden komen we daarbij tegen? De eerste zeven levensjaren worden regelmatig geduid door antroposofisch artsen en behandelaars, maar vanaf het achtste is het vaker sprokkelen geblazen, zeker als de hormonen een vlucht naar voren nemen, de pubertijd in. Hoe helpend is het voor ouders en opvoeders om te kunnen lezen over wat zich allemaal nog gaat ontvouwen. Van jaar tot jaar, maar ook in de samenhang tussen die opeenvolgende ontwikkelingen. Soms luistert het nauw: een twaalfjarige kan je nog spontaan willen helpen en in grote harmonie leven met zijn huisgenoten, terwijl een half jaar later onder datzelfde dak om het minste of geringste bommetjes barsten van woede en onmacht. Zeker nu gezinnen elkaar zo intensief meemaken kan het lucht geven om uit te zoomen. Hoe ontwikkelen kinderen zich? Waaraan kunnen ze steun hebben? Glöckler verbindt haar schetsen van ieder levensjaar namelijk ook met het fijnmazige vrijeschoolcurriculum. Dat is ook interessant voor mensen die niet kiezen voor het vrijeschoolonderwijs, omdat niet de centrale eindexamens einddoel zijn in dit pedagogische gedachtegoed, maar de opvatting dat onderwijs je voorbereidt op het leven zelf.

Wat is gezondmakend?

Door de ingrijpende sociale isolatie die COVID-19 met zich meebrengt is de onderliggende vraag die Glöckler stelt nog urgenter geworden: wat is gezondmakend voor jonge mensen in de groei? Hoe houden zij hun lichaam, ziel én hun geest vitaal in een wereld die steeds vluchtiger, fragmentarischer en dwingender wordt? Hoe kunnen we bewuster werken met het principe van ‘salutogenese’, ons zelfherstellend vermogen? Wat is er zo kwetsbaar aan de ontwikkeling van mensenkinderen? Kennis vergaren is slechts het topje van de ijsberg – onder de waterspiegel gaat het in de tienerjaren vooral om de ontwikkeling van het gevoelsleven en de wilskracht. Onafhankelijk leren denken, empathie ontwikkelen, creatief kunnen en durven zijn. Hier schrijnt het onderliggend lijden van tieners en adolescenten, want hoe voed je deze opwekkende vermogens als je wereld zo klein gemaakt is? Daarover is Glöckler stellig. Ze mailt: ‘Leerstof kan best een jaartje wachten, maar een gezonde fysieke en geestelijke ontwikkeling niet – als je 12 jaar oud bent, heb je andere behoeften en mogelijkheden dan wanneer je 13 jaar wordt. Het coronatijdperk zouden we daarom veel consistenter moeten associëren met een intens productieve ontwikkeling op kunstzinnig en cultureel gebied – dat zijn veel voedender substanties, evenals fysieke inspanning: veel buiten zijn en ervaringen opdoen in de natuur. Je blindstaren op intellect en ‘output’ laat een groot deel van het potentieel van al deze jonge mensen onberoerd. Als je gezond bent, kun je veel leren in een korte tijd – omdat je de motivatie en de kracht hebt om dat te doen. Dáárin hebben we hen te begeleiden.’

Schermvrij opgroeien?

Wie Glöckler een beetje volgt via haar publicaties en talrijke online activiteiten, kent ook haar grootste zorg: de wildgroei van digitale middelen – thuis, op school, zelfs tot in kinderdagverblijven rukken de beeldschermen op. De kunst is om te blijven afwegen wat digitale middelen werkelijk toevoegen aan de doelen die we beogen binnen onderwijs en opvoeding. Waar en wanneer kunnen zij fysieke ervaringen en intermenselijk contact ondersteunen? Ouders en leerkrachten zouden daarom in vrijheid moeten kunnen blijven kiezen of, hoe en wanneer digitale middelen een rol gaan spelen binnen de wetmatigheden van de fysieke, mentale en spirituele ontwikkeling van hun kinderen. Glöckler maakt zich hiervoor sterk tot in de EU, via ELIANT (Alliantie van Initiatieven voor Toegepaste Antroposofie). Ze sprak er ook uitgebreid over tijdens het medische wereldcongres Crossing Bridges – Being Human! vorige herfst in Dornach. Glöckler: ‘Een gezond gevoelsleven kun je alleen ontwikkelen te midden van echte mensen en analoge processen. Hoe gedifferentieerder, relationeler en empathischer het gevoelsleven zich kan ontwikkelen, hoe rijker de sociale competenties later zullen zijn. Mediaconsumptie op jonge leeftijd leidt tot serieuze empathische stoornissen.’ In die zin is het coronatijdperk één groot experiment met de generatie die nu al topzware wereldcrises op zijn bordje heeft liggen. Innerlijke vrijheid ontwikkelen is daarom van wezenlijk belang, vindt Glöckler: ‘Met meer innerlijke kracht kunnen we grotere uiterlijke problemen oplossen.’ Mensen die werken voor techreuzen in Silicon Valley kiezen bijvoorbeeld opmerkelijk vaak voor een schermvrije opvoeding van hun eigen kroost. IT-bonzen als Bill Gates (Microsoft), Jeff Bozos (Amazon) en wijlen Steve Jobs (Apple) maakten digitalisering mogelijk tot in alle uithoeken van de wereld, maar gaven hun eigen kinderen tot diep in hun tienertijd geen smartphone of tablet. Glöckler: ‘Pas op je zestiende zijn de frontale hersenen zo ver gerijpt dat je onafhankelijk leert denken en oordelen. Dan word je minder gevoelig voor het verslaafd raken aan games of social media. Creatief denken en ondernemend handelen leer je niet achter een beeldscherm, maar in de omgang met mensen.’

Wat kan er wél?

Je kunt jezelf alleen maar leren dragen als je hebt ervaren dat anderen jou dragen. Binnen de vrijeschoolpedagogie vind je dit principe terug in het verzorgen van de driehoeksrelatie tussen kind, leerkracht en ouder. Als je elkaar goed leert kennen en durft te vragen om mee te kijken naar elkaars vragen en dilemma’s, kan er een opbouwende kracht vrijkomen die toekomstgericht is. Het vraagt inspanning, maar levert een gezonde bedding op waarin kinderen kunnen gedijen en zich verder kunnen ontwikkelen. Hoeveel scholen zouden de moeite hebben genomen om met leerlingen en ouders terug te blikken op wat er nu eigenlijk gebeurt in al dat afstands- en thuisonderwijs? Juist in tijden van crisis is het belangrijk om stil te staan bij de vraag wat je in ontwikkeling wilt brengen. Wat heeft prioriteit en wat is wisselgeld? En, heel praktisch, hoe zouden we dat dan kunnen doen? Glöckler herinnert ons eraan dat dat hoe ook nu geworteld zou moeten zijn in de echte wereld. ‘Hoe zelf-actiever kinderen en jongeren kunnen blijven, aangemoedigd door ons, hoe beter.’ Dat is wat ons te doen staat: een volwaardig appèl doen op alle vermogens die kinderen en jongeren in zich dragen, als ruwe diamanten: emotioneel, kunstzinnig, sociaal, cognitief én fysiek.


Verder lezen:

Education for the future | Michaela Glöckler  |  Wynstones Press
Gezond opgroeien in een digitale mediawereld  |  Klaus Scheler e.a. |  Pentagon
De ontwikkelingsfasen van het kind  |  Bernard Lievegoed  |  Christofoor

ELIANT pleit voor humaan onderwijs in Europa. Digitalisering van het onderwijs staat sinds 2020 hoog op de agenda in Brussel. Met een internationale petitie pleit ELIANT ervoor om te blijven denken vanuit ontwikkelingsdoelen in plaats vanuit beschikbare middelen. Kijk hier voor meer achtergrondinformatie en onafhankelijk onderzoek naar de effecten van digitalisering op kinderen en jongeren in de groei, met een praktische factsheet.
 

Ook Nederlandse basisscholen dienen invulling te gaan geven aan het nieuwe begrip digitale geletterdheid, wat vrijwel zeker onderdeel wordt van het curriculum tussen 2022 en 2024. Hoe? Dat bepalen scholen grotendeels zelf. Informeer je dus goed over hoe de school van jouw kinderen hieraan werkt.


Een volwaardig appèl

Drie mensen vertellen over hun ervaringen met kinderen en jongeren in 2020 op deelgebieden die onze onverdeelde aandacht verdienen: natuurbeleving, wilskracht aanspreken en scheppende vermogens ruim baan geven.

Aarden in de Uiterwaarden

Al twaalf jaar neemt Kasper Heineke kinderen mee naar adembenemende plekken langs de Waal. Ze zijn tussen 8 en 12 jaar oud en vermaken zichzelf met water, zand, de wind en elkaar. "Er zijn natuurlijk wel duidelijke afspraken hè? We moeten elkaar altijd kunnen zien en we zorgen voor elkaar. Maar zodra we de rivier de Kil zijn overgestoken en er een vuurtje brandt, voelen ze zich vrij – net zoals een speelkwartier op school hen kan optillen. Wat ik stimuleer is dat hun energie gelijk wordt aan die van dat stukje ongerepte aarde. Leerkrachten gaven me dat ook vaak terug: 'Zeker weer aardedag geweest?' vroegen ze dan. Ze ervaren dat de kinderen daarna meer in balans zijn. Kinderen moeten zo veel, zeker binnen alle coronabeperkingen. Hoe gaat het er dan wel niet aan toe in de steden? School uit, auto in, naar huis, lift in, flat in. Veel energie in hun lijf wordt ook nog eens onderdrukt door tv of games. Vind je het gek dat ze klierig worden? Ze moeten naar buiten! Liefst op blote voeten. Artsen zouden hen geen pillen moeten voorschrijven, maar een rondje aarden in de natuur. Trouwens, elke opvoeder kan zich laven aan buiten zijn. Door weg te blijven van geijkte paden komen je zintuigen vanzelf op scherp te staan. Je hoort vogels, ziet iets wat je niet verwacht, voelt de wind of het gras. Zo word je vatbaarder voor verwondering en daar word je heel relaxed van."  |  kaspadre.nl

Opvoeden van de wil

Karsten Timm, euritmieleerkracht op het Karel de Groote College in Nijmegen heeft het serieus geprobeerd; euritmielessen verzorgen tijdens de lockdown. 'Dat scherm tussen mijn leerlingen en mij heeft ons veel geleerd over wat essentieel is bij het beoefenen van deze kunstvorm. Ook al gebruikte ik Teams uitsluitend voor het uitleggen en bespreken van de opdrachten en gingen daarna de computers uit – echt euritmie werd het niet. Vonden ook de leerlingen. Euritmie is een sterk procesgedreven kunstvorm die ontstaat doordat je elkaar fysiek ontmoet op een plek. Ik reik iets aan, de leerlingen reageren en dan voel ik weer aan wat ze nodig hebben: structuur bijvoorbeeld, of humor. Die dynamiek verbindt de kinderen enorm en viel tijdens de lockdowns weg. Dat werd ervaren als een gemis, zeker in de hogere klassen. Dat zijn de jaren waarin leerlingen zelf gaan verkennen wat euritmiegebaren, klanken en taal hen zeggen. Jongere kinderen bewegen bij wijze van spreken nog omdat de leerkracht daarom vraagt, maar vanaf een jaar of twaalf verandert dat en vragen ze zich af: wat betekent dit gedicht of deze choreografie voor mij? Voor pubers kan euritmie bloot voelen: je hebt er geen boek of computer voor nodig, alleen jezelf. Euritmie is er dus alleen als je dat zelf wilt. Na de lockdowns hadden ze echt honger naar het bewegen als één groep, en de onbewuste behoefte om aangesproken en gevoed te worden in hun tastzin, levenszin, evenwichtszin en bewegingszin, zoals we die in de antroposofie onderscheiden. We noemen het ook wel de wilszintuigen. Deze kwaliteiten kunnen ze nu weer aanspreken: met euritmie voed je in feite de wil op. School is daar de ideale plek voor: hier kunnen jongeren elkaar ontmoeten, elkaar waarnemen en van elkaar leren. Na al dat stilzitten kunnen ze nu weer op adem komen.'

Kunstzin is levenszin

Gerrie Strik, rector van de Vrije Hogeschool, werkt met jongeren vanaf 17 jaar die een tussenstap maken na de middelbare school of die zich heroriënteren na een afgebroken studie. "Wat we al langer zien, is een staat van collectieve uitputting. Jonge mensen zijn te vroeg en te veel bezig met het waarmaken van ambities die we elkaar zijn gaan opleggen. We hebben een prestatiemaatschappij gecreëerd waarin nauwelijks ruimte of tijd lijkt te zijn voor het opbouwen van een basisvertrouwen, van waaruit jongeren ontspannen kunnen nadenken over wat ze op eigen kracht in de wereld willen brengen. Die tijd van leven moeten we hen blijven gunnen. Niet om te 'excelleren' of om ónze ambities waar te maken, maar om dóór te rijpen naar hun eigen levensmotief. Te ontdekken en te genieten, zonder de dwingende 'targets' of druk van sociale media, waaraan jongeren maar al te graag willen voldoen. Wat daarvoor nodig is? Levend onderwijs. Loskomen van de overload aan schermtijd. Jongeren moeten op zoek kunnen gaan naar antwoorden op vragen als: Wat kan ik? Wie ben ik? Wat wil ik? Identiteit, hoe vloeiend ook, ontwikkelt zich in levende verbintenissen. De kunsten helpen hen uit hun hoofd, weer meer hun lijf in: via muziek, moderne dans, beeldend, creatief schrijven, zélf iets maken – laat de dingen maar weer eens echt door je handen gaan! En als hun levenszin dan weer een beetje stroomt, kunnen ze met elkaar op zoek gaan naar de rode draden die door hun levens lopen. Zo kunnen ze zich hun eigen toekomst weer gaan herinneren en mettertijd gaan bijdragen aan een menswaardige samenleving."  |  vrijehogeschool.nl

Gerrie Strik verzorgde op 25 maart j.l. een webinar over de dramatiek in het leven van jongvolwassenen op uitnodiging van de Antroposofische Vereniging. U kunt hier terugkijken.


Ontwikkeling tussen 12 en 19 jaar

12 Kindertijd voltooid, wat nu? Open en geïnteresseerd, groot gevoelsleven, in harmonie willen zijn met de directe omgeving. Individuele 'autoriteit' wordt wakker en daarmee de eigen stem van het bewustzijn.

13 Grenzen overschrijden, woede en machteloosheid Niet langer grenzen willen respecteren, omdat wilskrachten wakker worden en kracht bijgezet kunnen worden met woede. Maar grip op de wil is er nog niet, waardoor er flinke wrijving kan ontstaan, juist met de mensen met wie een dertienjarige zich eerder het diepst verbonden heeft.

14 Verlangens & tegengestelde gevoelens Het gevoelsleven is nu op volle kracht gekomen, wat zich uit in krachtige verlangens die heen en weer schieten tussen groot geluk en diepe wanhoop. Zichzelf zoeken en de betekenis van de wereld verkennen is soms een emotionele achtbaan. Verleidingen lonken en grenzen worden geslecht met grote durf en de wil om echt iets te riskeren.

15 Het persoonlijk bewustzijn ontwaakt Dingen uitproberen en zien wat er gebeurt, maar de binnenwereld is nog zacht en kwetsbaar. Behoefte aan het grotere plaatje, verbanden leren begrijpen, ontdekken wat telt. De wilskracht manifesteert zich: het ‘ik’ wordt sterker, de mening van anderen wordt minder belangrijk. Jongens verkennen zichzelf vanuit hun fysieke kracht, meisjes meer vanuit hun gevoelsleven.

16 Verantwoordelijkheidsgevoel en plichtsbesef Leren middelen tussen het zelf en de wereld. Gewaarworden van zichzelf. Inzien van verantwoordelijkheid naar zichzelf en de omgeving en die willen erkennen. Het onafhankelijk denk- en zelfsturend vermogen komen op gang en daarmee het vermogen om verleidingen enigszins te weerstaan.

17 Leren om het lijden van de wereld te verdragen Grote empathie, reflectie op het eigen ik en de wereld. Zich verbonden weten met grote culturele en ontwikkelingsvraagstukken van de mensheid. Verlangen om de wereld iets te willen geven, maar nog niet het vermogen vrij hebben om dat te doen. Prestatiedruk leidt tot uitstel van de noodzakelijke processen die juist helpen bij volwassenwording.

18 Moed voor de toekomst Wilskrachten komen vrij. Vermogen tot het onderscheiden van eigen situatie en die van de wereld. Helder zien wat ertoe doet. Grip willen hebben op gevoelsleven, rustig kunnen observeren, innerlijke rust vinden. Aandacht voor hoe het individu verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen ontwikkeling ten opzichte van zijn omgeving. Nieuwe mogelijkheden voelen voor sociaal engagement en concreet handelen.

19 Doen wat nodig is Echt verankerd raken binnen zichzelf: bewust van eigen mogelijkheden én tekortkomingen. Zichzelf goed kunnen motiveren om een hoger doel te bereiken dan in een vroeger selectiestadium mogelijk was geacht. Inzien en zelfstandig voorbereiden van wat nodig is om tot diep leren te komen. Daadkracht vrijgespeeld hebben om dat ook echt te gaan doen.

Dit stuk geeft je een eerste indruk van het hoofdstuk ‘The yearly milestones of development 0-21 years’ | Education for the future: How to nurture health and human potential? | Michaela Glöckler | Wynstones Press | 2020

Hier vind je de gehele inhoudsopgave van dit boek.