Preventieve zorg heeft grote invloed op onze kwaliteit van leven en leidt tot besparingen op medische zorg. Neem de ouder-kind-zorg, die gericht is op de gezonde toekomst van het kind. Binnen de antroposofische gezondheidszorg gebeurt dat bijvoorbeeld in een aantal consultatiebureaus van antroposofische gezondheidscentra (therapeutica). Hier komt een baby met zijn ouders binnen voor de eerste kennismaking. Op dit spreekuur kan de ouder zich verdiepen in hoe dit kind op aarde wil komen, want dat duurt even. Ouders, arts en verpleegkundige komen er in gesprek over warmte, regelmaat en omhulling, nodig voor het gedijen van een nog zo open organisme. Maar ook over de voors en tegens van vaccinatie, over gezond ziek-zijn, zó dat het kind zich kan ontwikkelen aan weerstanden. Op het Consultatiebureau komt geleidelijk de ontwikkelingslijn van het kind in beeld, van zuigeling tot basisschool-leeftijd. Elk kind is weer uitgangspunt voor een gesprek over leefcultuur.
Antroposana bezocht een antroposofisch consultatiebureau (ACB) midden in Zoetermeer en sprak met het ACB-team van Therapeuticum Aurum: huisartsen/consultatiebureau-artsen Jeannette van der Schuit-Janssen en Marco Ephraïm en verpleegkundige en uitwendig therapeute Toke Bezuijen.
De meeste reguliere spreekuren staan open voor kinderen van nul tot vier jaar. Waarom komen in het ACB-Zoetermeer kinderen tot zes jaar oud?
Toke Bezuijen: ‘We merkten dat er een gat bestaat tussen de ouder- en kindzorg en de jeugdzorg. De GGD neemt de kinderen vanaf 6 jaar voor haar rekening. Vanaf de lagere schoolleeftijd wordt het kind door GGD-artsen gecontroleerd op lengte, gewicht en lichamelijke afwijkingen. Het reguliere consultatiebureau is er voor het kind tot 4 jaar. Het vijfde levensjaar bleef er een beetje tussen ‘hangen’. En dat terwijl er in dat jaar juist zoveel gebeurt met het kind. Dat was voor ons aanleiding om het spreekuur in te richten voor kinderen van nul tot zes.’
Hoe weten ouders het ACB van Therapeuticum Aurum te vinden?
Toke: ‘De meeste ACB’s zijn gericht op de eigen patiëntenkring. Ons spreekuur stelt zich met nadruk ook open voor belangstellenden van buiten. Zo midden in de Randstad hebben wij een regionale functie. Van Spijkenisse, Berkel-Rodenrijs en Bleiswijk tot Den Haag, Voorburg en Delft. Het wegvallen van spreekuren in Den Haag en Delft is voor ouders ook aanleiding geweest om naar ons spreekuur te komen. En dan heb je mensen van buiten die voelen dat hun kinderen andere zorg nodig hebben. Bijvoorbeeld de ouders die kritisch staan t.o.v. vaccineren. Ongeveer de helft van de gezinnen komt van buiten de gemeente Zoetermeer naar ons toe. Sommige ouders wisten ons op onze eigen internetsite te vinden.’
Tussen de tiende en veertiende dag na de geboorte maakt de verpleegkundige een afspraak voor een huisbezoek of intake. Vanaf de vierde week volgt het eerste spreekuurbezoek.
In het eerste levensjaar vinden ongeveer 10 afspraken plaats, daarna bij 15
maanden, 18 maanden en 2 jaar, 2,5 jaar, 3 jaar, 3,6 jaar, 4 en 5 jaar. Op
verzoek is een pedagogisch consult mogelijk tijdens de peuterfase.
Het spreekuur bestaat uit twee delen, eerst een consult bij de verpleegkundige,
waarin naast het meten en wegen ook allerlei vragen over voeding en opvoeding
besproken worden. Dit wordt gevolgd door een consult bij de
consultatiebureau-arts, die de psychomotorische ontwikkeling volgt, lichamelijk
onderzoek doet, zo nodig vaccinaties toedient en op andere medische vragen
ingaat. Na 1 januari gaat deze opzet waarschijnlijk veranderen: op één
spreekuurbezoek wordt een kind door de verpleegkundige gezien en op een volgend
spreekuurbezoek door de arts. Wekelijks is er overleg tussen arts en
verpleegkundige en wordt er samen gekeken naar de indrukken die de kinderen en
de gesprekken met de ouders hebben achtergelaten.
Zit de antroposofische ouder- en kindzorg in het verzekeringspakket?
Toke en Marco: ‘Sinds 2006 lopen de AWBZ-gelden niet meer via de Zorgkantoren
naar de thuiszorgorganisaties, waar de CB’s onder vallen, maar via de gemeenten.
De reguliere CB’s ontvangen in feite de gelden voor de kinderen die door ons
worden gezien. Wellicht zou overleg met de Gemeente Zoetermeer daar verandering
in kunnen brengen en ontstaan er kansen om met behoud van ons eigen beleid op
gelijke voet met de reguliere CB’s samen te gaan werken. Tijd om zoiets zelf te
regelen hebben we niet: eigenlijk zoeken we iemand die zoiets kan. Intussen
vergoeden steeds meer zorgverzekeraars de ACB-kosten en andere antroposofische
zorg geheel of gedeeltelijk. De artsen van Aurum hebben contractafspraken met de
lokale zorgverzekeraar Azivo. In deze zorgverzekering wordt het ACB tot een
bepaald maximum vergoed uit de aanvullende Antroposofiepolis.
Ook de Antroposana-polis bij De Amersfoortse vergoedt de kosten van het
spreekuur. Met de Thuiszorg hebben we dus vooralsnog geen contract. Andere ACB’s
hebben dat wel gedaan vanwege de vergoedingen waar ouders dan gebruik van maken.
Ook zijn wij van mening dat het goed is om te weten wat het kost. ‘Gratis
thuiszorg’ onderscheidt zich van onze ouder- en kindzorg op te veel punten,
zoals de meer individuele benadering met aanvulling vanuit de antroposofie. Dat
biedt ook ruimte om anders met ziekte en vaccinaties om te gaan.
Is het vaccinatiebeleid bij jullie anders dan ‘regulier’?
‘Net als andere CB’s bieden wij het Rijksvaccinatieprogamma (RVP) aan, maar wij geven de ouders aanvullende informatie, zowel regulier (zie www.rvp.nl ) als kritisch (zie www.nvkp.nl ) als antroposofisch. De antroposofische visie wijst op de ervaring dat het doormaken van bepaalde kinderziektes, mits binnen veilige grenzen, juist een hulp kan zijn voor de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van een kind. Wij handelen o.i. volgens de WGBO (Wet Geneeskundige BehandelOvereenkomst), namelijk dat wij alvorens een kind een medische (be)handeling toe te dienen, de ouders eerst optimaal proberen in te lichten over de voor- en nadelen ervan. Vervolgens respecteren wij het besluit en dus de keuzevrijheid van de ouders. Toke: ‘Wil je het standaard-pakket voor je kind? Dat kan natuurlijk. Maar je kunt als ouder ook tot een afgewogen keuze komen om wat later te beginnen met de eerste inenting of sommige prikken zelfs geheel achterwege te laten. Die keuzevrijheid vind je niet echt in het reguliere consultatiebureau (hoewel die er juridisch gezien wel zou moeten zijn). Daar is het Rijks Vaccinatie Programma de norm. De reguliere spreekuren moeten een vaccinatiegraad halen van 95%. Dat is een ‘target’. Dat verdraagt geen al te grote mondigheid van ouders, die het anders willen.’
Waarin onderscheidt jullie aanpak zich nog meer van die van het reguliere CB?
Toke: ‘De controles van het gewone CB doen wij ook, maar een aantal aandachtspunten is anders. Voor ons staat de ontwikkelingslijn van het kind in al zijn details centraal. De blik op de ontwikkeling van het kind levert een rijke waaier op van dingen die vanuit de antroposofische menskunde in een zinvol verband zijn te plaatsen. Hoe reageert een baby op prikkels, hoe verloopt het dag- en nachtritme? Elk kind ontwikkelt een oer-individuele tijdslijn, daar gaat de zorg en aandacht naar uit. Ouders hebben daar niet altijd zo maar een verbinding mee. Dat zie je bij huilkinderen. Vaders en moeders kunnen worstelen met de vraag hoe je noodzakelijke rust en evenwicht kunt aanbrengen in het gezin. Hoe om te gaan met stress als je allebei naar je werk moet? Hoe kijk je naar de hechting van het kind met de ouders? Verder geven wij voorlichting over inbakeren en kindervoeding. Sommige onderwerpen lenen zich voor een voorlichtingsavond, zoals vragen over het vaccineren.’
Marco: ‘In antwoord op die vraag naar het verschil met een regulier CB vertel ik eerst iets van wat ik beleef als de kernvisie op hoe je naar een pasgeboren kind kijkt. Dat het dus niet een ongeschreven blad is. Dat het als geestelijk wezen ergens vandaan komt en bij deze ouders terecht komt. Waarbij het de grote uitdaging is hoe dit wezen zo goed mogelijk in dit lichaam kan wonen, de erfelijkheid van de ouders ‘leert’ omvormen tot een eigen instrument om daarin te groeien, naar school te kunnen gaan, de wereld in. En zijn eigen lot kan verwerkelijken.’
‘De zorg voor de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling begint al direct na
de geboorte. ‘Een mutsje op is van groot belang omdat het kindje snel zijn
warmte kan verliezen met dat relatief grote hoofd met dat beetje haar en de open
fontanel!
De eerste grote fase van het in-je-lichaam-thuisraken is de ontwikkeling via
rollen, kruipen en optrekken naar het staan, de tweede die van het spreken en
dan de derde die de grondslag voor het denken vormt. Dat levert in de eerste
drie levensjaren het fundament voor het verdere leven. Wat is in dat grote kader
de betekenis van ziekte?
Ziekte kan het kind helpen beter in dat lichaam te komen. Uiteraard binnen
veilige grenzen, maar dat is dan de taak van de behandelend arts om dat zo nodig
te begeleiden. Ouders kunnen vaak na het doormaken van een kinderziekte aan het
kind merken dat het weerbaarder of wakkerder is geworden.’
Volgens Marco is er wel een probleem: een aantal kinderziekten komt nauwelijks nog voor. ‘Neem nu bijvoorbeeld mazelen. In de afgelopen dertien jaar is er in deze regio geen epidemie meer geweest. Sporadisch komt rodehond en de bof nog voor. Roodvonk en zeker waterpokken vaker. Aan de andere kant lijkt er een toename van bijvoorbeeld oorontstekingen en virale infecties en algemeen ‘kwakkelen’. Dit laatste lijkt overigens minder te gebeuren bij niet of later gevaccineerde kinderen. Wat wil dat zeggen?
Het kind zoekt onbewust een ‘immunologische uitdaging’ Het in aanraking komen met bacteriën en virussen is heel normaal. Als bepaalde soorten er niet meer zijn, komen er weer andere. Zo zijn er vaccinaties tegen drie soorten bacteriën die bij veel mensen gewoon voorkomen en heel soms hersenvliesontsteking kunnen veroorzaken: de HiB-bacterie, de meningococ en de pneumococ. Nadat kinderen een aantal jaren tegen de HiB-bacterie zijn gevaccineerd die hersenvliesontsteking kan veroorzaken, zijn de hersenvliesontstekingen door de meningococ gaan toenemen. Daarop volgde een paar jaar geleden massale vaccinatie tegen de meningococ. En dit jaar is gestart met de vaccinatie tegen de pneumococ die ook hersenvliesontsteking kan veroorzaken. In de USA gebeurt dit laatste al vanaf 2000. Een half jaar geleden werd een studie gepubliceerd die laat zien dat een ander type pneumococceninfecties waartegen niet is gevaccineerd, veel meer opduikt. Zo zie je dat een variant van de bestreden bacterie het overneemt. Ik ben van mening dat het toch nodig is bepaalde infecties door te maken en zo ons afweersysteem op te bouwen.’
Marco voegt daar wel met nadruk aan toe dat hersenvliesontsteking natuurlijk geen zinvolle ziekte is om door te maken. Maar er zijn wel aanwijzingen dat als een kind het ene niet meer door kan maken, iets anders de kop opsteekt. Hoe kijk je in dit verband naar vaccineren? Wat wil je voor je kind?
‘Meestal hebben ouders het gevoel door de bomen het bos niet meer te zien. Het helpt om dan eerst een onderscheid te maken tussen ernstiger ziekten en minder ernstige ziekten.
Difterie levert een heftige keelontsteking op. De ziekte komt in Europa eigenlijk niet meer voor, zegt Marco. Vroeger stierf bijna de helft van de geïnfecteerden er aan.
‘Tetanus kun je oplopen als je met een diepe open wond in aanraking komt met bijv. straatvuil. Of bij een hondenbeet. Vaccineren en antistof toedienen kan zo nodig meteen erna gebeuren. Het zal je maar gebeuren dat je deze ziekte krijgt! Toch zul je een baby van drie maanden niet zo gauw op straat zien kruipen en in een roestige spijker zien stappen. Dat maakt het voor deze ziekten aanvaardbaar om nog even te wachten met inenten.
Voor polio, difterie en tetanus lijkt het me zinvol te vaccineren, maar het kan nog even wachten bij een zuigeling. Het is goed als er een bepaalde rijpheid is bereikt voordat het kind die vaccinaties gaat verwerken.’
Dus niet te vroeg beginnen met prikken?
Marco: ‘Het blijkt dat je vanaf het eerste levensjaar minder prikken nodig hebt om dezelfde beschermingsgraad te bereiken als wanneer je op jongere leeftijd begint. Dat is een bekend feit, ook bij reguliere CB’s. Kinkhoest levert een flink risico op bij baby’s tot circa 6 maanden. Wanneer je het vaccinatieschema bij een leeftijd van twee maanden begint, bereik je bij ongeveer 12 maanden een beschermingsfactor van 50%. De vaccinatie biedt dus maar ten dele bescherming tegen kinkhoest. Ook kinderen die het volledige schema hebben gehad, kunnen nog kinkhoest ontwikkelen, gemiddeld wel iets minder heftig. Onze ervaring is dat het doormaken kinkhoest, ook al is het belastend, toch een positieve verandering te weeg kan brengen bij een kind. De K in de naam van de prik (DKTP = difterie, kinkhoest, tetanus, polio) blijkt nog steeds de component die de meeste bijwerkingen kan geven, ook al is dat iets verbeterd door het ten dele vernieuwde vaccin. Ik schat dat ca. de helft van de ouders bij ons CB er voor kiest de K weg te laten en later met vaccineren te beginnen, vanaf zes of twaalf maanden.’
Huisarts en consultatiebureau-arts Jeannette van der Schuit-Janssen vindt dat
de begeleidende taak van het ACB en ook die van de antroposofische huisarts goed
tot zijn recht komt bij kinkhoest: ‘Hoe begeleid je een gezin waar kinkhoest de
kop op steekt? Zij zijn er goed druk mee, dat is zeker. In de nacht kan het kind
hardnekkig hoesten en spugen. Midden in de nacht vraagt het kind bij vlagen zorg
en aandacht van de ouders.
Dan moet je met ouders samen nagaan of er draagkracht is voor het omgaan met
kinkhoest. Toch heeft de antroposofische geneeskunde veel in handen om bij
kinkhoest te ondersteunen. Er zijn uitwendige therapieën mogelijk en er zijn
middelen om in te nemen. Vaak wordt daarbij o.a. Drosera met Ipecacuanha
voorgeschreven om de hardnekkige hoest te verzachten.’
Marco Ephraïm vindt kinkhoest en mazelen ziekten waarbij er zowel voors en tegens zijn om in te enten: ‘Bij een mazelen-epidemie die ruim 10.000 kinderen trof zijn een aantal jaren geleden drie kinderen overleden. Deze drie kinderen zijn aan complicaties overleden. Maar het bleek dat deze drie kinderen eigenlijk al iets hadden waardoor het doormaken van mazelen tot deze complicaties kon leiden. Er was in één geval sprake van een kind met Down-syndroom, in een ander geval van een ernstige longziekte. De publiciteit hierover heeft de angst gevoed voor mazelen. In feite is mazelen een kinderziekte waar een kind goed doorheen kan komen. De antroposofisch arts Bob Witsenburg heeft jaren geleden een onderzoek gedaan bij mazelen in de tropen. Dat onderzoek wees uit dat kinderen die geen koortswerende middelen kregen bij mazelen er gezonder door heen kwamen, lees: minder kans op complicaties hadden. Een ander onderzoek geeft aanwijzingen dat het doormaken van mazelen kinderen helpt een stap in hun ontwikkeling te zetten.
Verder is het zo dat meisjes tegen rode hond beschermd moeten zijn wanneer ze kinderen kunnen gaan krijgen omdat rode hond in het begin van de zwangerschap voor het ongeboren kind gevaarlijk is. Maar het doormaken op jongere leeftijd van rode hond geeft de beste bescherming en is volkomen ongevaarlijk. Daarom is het volgens mij niet zinvol meisjes al bij 14 maanden tegen rode hond te vaccineren en jongens al helemaal niet.’
‘Weten ouders om te gaan met koorts?
Een van de dingen die Marco Ephraïm als eerste met ouders doorneemt is ‘koorts’. ‘Het speelt pas écht als bij je eigen kind de temperatuur flink oploopt’, zegt hij uit ervaring. Koorts brengt gewoonlijk een gevoel van onrust teweeg bij de mensen om het zieke kind heen. Er zijn natuurlijk situaties waarbij je alarm moet slaan: bij nekkramp, onophoudelijk huilen, aanhoudende hoge koorts, benauwdheid, niet meer willen drinken. In zulke gevallen moet je een arts raadplegen. Toch is koorts – binnen veilige grenzen - een genezend proces. ‘Gooi het er maar uit’, lijkt koorts te zeggen. De weerstand van het kind manifesteert zich met man en macht tegen indringers. Veel kinderziektes zijn virusziektes. Een virus zich kan minder goed vermenigvuldigen bij temperaturen boven de 38 graden, waarbij ook afweerreacties beter verlopen. Dus koorts is een effectieve strategie om de ziekte te genezen.’
Volgens Jeannette van der Schuit-Janssen werk je daarom op allerlei manieren
aan het verbeteren van de eigen weerstand van kinderen. ‘Door niet te snel naar
middelen als paracetamol te grijpen. Dat onderdrukt het spontane proces namelijk.
Dat zie je soms bij crèche-kinderen. Ze worden over hun kleine koortsjes
heengeholpen zodat de ouders die dag aan het werk kunnen en het kind op de
crèche kan blijven. Zulke kinderen kunnen de ene infectie na de andere oplopen.
Met antroposofische geneesmiddelen kun je de afweer versterken en tegelijkertijd
de vatbaarheid voor infecties verminderen. Volgens mij is er een direct verband
tussen een verschijnsel als eczeem bij kinderen en een verminderde weerstand
door stressfactoren.’
Verpleegkundige Toke Bezuijen vertelt over een onderzoek bij eczeemkinderen.
‘Er lijkt een duidelijk verband te bestaan tussen het onderdrukken van een
respiratoire infecties met antibiotica en buitensporig eczeem. Het laatste
treedt op als het eigen afweersysteem geen kans heeft gekregen zelf de verwekker
te overwinnen.
Tegenwoordig is het ‘helemaal in’ om de baby voor iedere prik een
paracetamolzetpil te geven. Ook komt het voor dat ouders een ontstekingsremmende
hormoonzalf gebruiken om het eczeem ‘weg te smeren’. Onze aanpak is om het
proces van uitscheiding te bevorderen met natuurlijke middelen; de huid geeft
met het eczeem aan dat het organisme ‘wil’ afscheiden.’ Van huis uit eczemateuze
kinderen kunnen sterk reageren op vaccinaties.Ouders van zulke kinderen zijn er
soms pas na de eerste prik van overtuigd dat het goed is nog even te wachten met
het prikschema.’
Marco pleit voor meer onderzoek naar de neveneffecten van vroeg vaccineren. ‘Het lijkt erop dat hoe jonger je begint, hoe meer zulke kinderen neigen te gaan kwakkelen. Het internationale Parsifal-onderzoek is een breder opgezet onderzoek. Daar gaat het om het verband tussen voeding, weerstand en immuniteit bij het opgroeiende kind. Het onderzoek laat o.a. zien dat minder gebruik van koortswerende middelen en antibiotica op jonge kinderleeftijd en minder vaccineren (met name minder BMR = bof, mazelen, rode hond) gerelateerd is aan het minder optreden van eczeem en allergie.1) Ons therapeuticum wil een informatiecentrum zijn voor mensen die inzicht willen verwerven in deze samenhangen. We hebben gemerkt dat ouders die zich hierin willen verdiepen niet terecht kunnen bij een regulier consultatiebureau. Vandaar dat er ook mensen op het spreekuur afkomen die het voorgeschreven regime van het Rijks vaccinatieprogramma ter discussie stellen. Veel van deze mensen zijn verenigd in de Nederlandse Vereniging voor Kritisch Prikken. In de praktijk proberen wij een tussenweg te bewandelen tussen regulier en kritisch. Het blijft steeds een zorgvuldig afwegen van voor- en nadelen.’
Neemt de baby via de borstvoeding de afweerstoffen van de moeder over tegen (kinder-)ziekten?
Marco: ‘Straks kom ik terug op de borstvoeding. Stel dat de moeder ooit mazelen heeft gehad. Dan zal het kind afweerstoffen meekrijgen die in de zwangerschap op het kind zijn overgegaan. Niet primair via de borstvoeding. Een dergelijke bescherming, met name tegen virale ziekten die de moeder heeft doorgemaakt, werkt ongeveer 6 tot 12 maanden. De BMR-prik wordt dan met 14 maanden aangeboden. Moeders die zelf zijn ingeënt dragen minder tot geen bescherming over op hun kind.Dat zou dus nog een probleem kunnen worden. Kinkhoest is een uitzondering, daar is elk kind meteen na de geboorte vatbaar voor.’
Toke: ‘Het belang van borstvoeding zit ‘m vooral in de indirecte beschermende werking. Moedermelk is de beste voeding voor het kind die er is en werkt mee aan de opbouw van gezonde weerstand. Het ACB stimuleert borstvoeding naast vele andere maatregelen die groei en gezondheid bevorderen.
Zo is ook de belangstelling voor het inbakeren toegenomen. Enkele weken geleden trad het Utrechts Medisch Centrum naar buiten met een onderzoek. Toch moet het inbakeren niet los gezien worden van hoofdzaken als rust en regelmaat. Het wikkelen past in het beeld van aandacht en zorg voor het kleine kind. Maar het onderzoek meldt ook het belang van een prikkelarme omgeving. Zo kunnen molentjes en mobiles boven in de wieg of box een bron van onrust zijn.’ ‘Weglaten’, raadt Toke de ouders aan.
Dat inbakeren is in alle gevallen goed voor het kind?
Contra-indicaties voor het inbakeren zijn er zeker. Laat een arts altijd eerst kijken naar de heupjes en controleren of er sprake is van een heupdysplasie. Verder is het belangrijk dat bij koorts nooit ingebakerd mag worden. Bij koorts is het van belang dat de warmte een uitweg kan vinden. Na de periode van inbakeren moet het kind erg wennen. De wereld met al zijn indrukken dringt hierna veel meer binnen. Als ouder moet je goed omgaan met zo’n overgangsperiode.’
Het ACB van het Therapeuticum Aurum heeft volgens het CB-team heel veel gezonde kinderen. Misschien zegt dat wel iets over de gemotiveerde groep ouders met een bepaalde leefstijl die hun weg naar het spreekuur vinden. Het spreekuur maakt geen reclame; de ochtenden zijn volgeboekt. Jeannette: ‘Misschien moeten we in de nabije toekomst uitbreiden. Marco wil eigenlijk naar een situatie toe waarbij een arts zich er meer voor vrij kan maken. De huidige consultatiebureau-artsen doen dit werk nu naast de drukke dokterspraktijk. Marco zegt daarover: ‘Het is dankbaar werk, je gaat anders naar kinderen kijken, naar de individuele ontwikkelingslijn. In het patiëntenspreekuur zie je kinderen altijd alleen maar als er een probleem is. Als ik daar mijn werk als schoolarts nog bij neem, één middag per week, krijg ik een rijk beeld voor ogen van de ontwikkeling van kinderen.’
Deze vereniging is opgericht door een groep mensen die ervaring hebben
opgedaan met negatieve gevolgen van vaccineren. Deze ervaring is opgebouwd
vanuit hun beroep, alsook vanuit eigen ondervindingen als ouder. Hierbij bleek
dat er in het reguliere medische circuit weinig gehoor was voor hun vragen. Dit
mondde uit in de behoefte meer te willen weten over de risico's van vaccineren
om deze kennis aan een breder publiek kenbaar te maken. Om hieraan te voldoen
werd in 1994 de Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken opgericht. De vereniging
staat los van welke levensbeschouwelijke richting dan ook en staat open voor
iedereen met vragen en problemen rond vaccinaties bij kinderen.
Het landelijk informatienummer 0900-2020171 (40 ct/min) is bereikbaar op maandag,
dinsdag en donderdag van 9 tot 13 uur. U kunt hier terecht met vragen over
vaccinatie
Therapeuticum Aurum www.therapeuticumaurum.nl
Eerste publicatie op 1 januari 2007