Bruno van der Dussen
We worden (gemiddeld) steeds ouder. Daaruit zou je kunnen concluderen dat we ook gezonder zijn. Gezonder dan vroeger in ieder geval. We kunnen tegenwoordig het gehele jaar door verse groente, fruit, et cetera kopen. Daarnaast wordt er aan ons voedsel zoveel toegevoegd (extra vitaminen, extra kalk) of juist weggelaten (vetarm, cholesterol vrij) dat de schijn gewekt wordt dat de voeding steeds meer bijdraagt aan onze gezondheid en ons daardoor langer laat leven.
Maar is dat ook het geval?
In de praktijk blijkt het tegenovergestelde. Veel chonische ziekten zoals diabetes, reuma, hart en vaatziekten komen op steeds jongere leeftijd voor. Het is bekend dat voedingsgewoonten daarbij een belangrijke oorzakelijke rol spelen.
Een gesprek hierover met Johannes Kingma, diëtist en medeoprichter van het IFS (Internationales Freies Seminar für Ernährung, Erziehung und Diätetik) te Bad Liebenzell.
Johannes: “Alles draait tegenwoordig om voeding, vooral om zogenaamde ‘gezonde’ voeding. Maar voeding is slechts één kant van de medaille. Het gaat er vooral om hoe wij ons voedsel verteren. Je moet er niet aan denken dat je heel goede biologisch-dynamische (bd) melk inspuit in je aderen. Dan krijg je ernstige vergiftigingsverschijnselen. Waarom gebeurt dat niet gebeurt als je melk drinkt? Dat heeft met onze vertering te maken. Pas als de melk goed verteerd is, kan het ons ook voeden. Vertering is dus de voorwaarde dat iets ons kan voeden en zo mogelijk gezond voor ons is. Als wij iets niet goed kunnen verteren dan maakt het ons ziek. Rudolf Steiner heeft hier eens over gezegd dat alles wat wij eten ons voortdurend ziek maakt. We moeten onszelf steeds weer gezond maken door die voeding volledig te verteren, af te breken. Vroeger wist men dat al. Een oud Arabisch spreekwoord luidt: we eten ons ziek en we verteren ons gezond.”
Het maakt dus niet uit wat je eet?
Johannes: “Jawel, dat maakt zeker een groot verschil. Hoe meer en gevarieerder de voeding de verterings- en stofwisselingsorganen stimuleert in hun werking, hoe beter. Een levensmiddel uit biologisch-dynamische landbouw dat zorgvuldig wordt toebereid, dynamiseert de vertering en stofwisseling veel meer en gedifferentieerder dan zijn gangbare, gedenatureerde en geraffineerde equivalent. Het principe is: leven stimuleert leven, dat wat dood is stimuleert het leven niet. Met andere woorden: vitale voeding stimuleert de levensprocessen bij de mens. Met dode voedingsstoffen kun je overleven, het leven verlengen maar niet de levensprocessen versterken.
Veel mensen verdragen ultra hoog gesteriliseerde (UHT) gangbare melk beter dan biologische(-dynamische) melk, laat staan dat ze melk drinken direct van de koe. Zij lijden aan een verteringszwakte. Dat heeft zich in de laatste generaties heel sterk ontwikkeld. Dat komt mede omdat de mensen zoals ik dat noem voortdurend ‘slabberdewabskie’ eten tot zich nemen. Daar bedoel ik mee gedenatureerd eten: met kunstmest opgezweept, lang gekookt, geraffineerd, et cetera. Dit voedsel vraagt weinig activiteit van de vertering en met de jaren is de verteringskracht bij de mensen steeds minder geworden. Iets wat je niet gebruikt, degenereert. Als je je spieren niet gebruikt, worden ze zwakker. Als je je verteringsorganen minder gebruikt, worden ze ook zwakker.
Regelmatig zie je bij jonge kinderen een aangeboren zwakke vertering. Ze verdragen bijvoorbeeld geen koemelk, omdat ze het eiwit niet goed kunnen verteren. De huiduitslag of de allergische astma is helemaal niet het probleem. De vraag is waarom het koemelkeiwit onvolledig verteerd door de darmwand wordt opgenomen. De navolgende immunologische reactie (de huiduitslag) is een gefrustreerde poging van het lichaam iets in te halen dat eigenlijk in de vertering had moeten plaatsvinden. De arts of diëtist zal voor deze kinderen een koemelkvrije voeding voorschrijven. Dat is vanzelfspekend ook juist, maar de aanvullende en eigenlijke therapeutische vraag is: hoe kun je het kind zo helpen dat zijn vertering sterker wordt en de koemelk leert verdragen?
Een potentieel hoog kwalitatieve voeding - de algemene stelregel biologisch is gezond, moet je wat nuanceren - is voor deze kinderen dus niet zonder meer gezond. Biologische voeding kan dus ongezond zijn. In principe geldt natuurlijk de stelregel: alles met mate.
Voor kleine kinderen met allergieën, voor oudere mensen met chronische ziektes, voor mensen met een zwakke vertering zijn er andere maatstaven. Deze kinderen en zieke mensen stellen ons voor de opgave na te denken over vernieuwende, landbouwkundige oplossingen maar vooral ook over creatieve en adequate bereidingswijzen in de keuken.”
Toch worden de mensen gemiddeld steeds ouder.
Johannes: “Dat is meer een kwestie van statistische gegevens, die uitgaan van gemiddelden. Vroeger waren er ook mensen die ‘oeroud’ werden, maar nog meer die op jonge leeftijd stierven, bijvoorbeeld door kindersterfte, sterfte in het kraambed, epidemieën, ook deels door oorlogen, et cetera. We worden gemiddeld wel ouder, maar zeker niet gezonder. Dat is een fabeltje.”
Johannes: ”Omdat wij ouder worden, treden er meer ziektes op die met die hoge leeftijd samen hangen, zoals stofwisselingsziektes: diabetes, hart- en vaatziekten, kanker en reumatische aandoeningen. Het merkwaardige is echter dat die ziektes op steeds jongere leeftijd optreden. Om een voorbeeld te noemen: vroeger had je de ouderdomsdiabetes en de juveniele diabetes. Maar die ouderdomsdiabetes treedt tegenwoordig vaker bij twintig- tot dertigjarigen op. Daarom wordt het nu type 2-diabetes gemoemd Er is sprake van een verschuiving naar een jongere leeftijd en dat geldt niet alleen voor diabetes.
We kunnen dus niet zeggen dat we gezonder worden. Integendeel, we worden steeds zieker. Ondanks dat de medische wetenschap zo’n hoog niveau heeft bereikt, er zoveel voedingsadviseurs zijn, er zoveel voedingsmiddelen te krijgen zijn - zelfs veel fruit en groente midden in de winter - worden de mensen niet gezonder. Vroeger was het aanbod van verse groente en fruit in de winter veel kariger: kool, ingemaakte zuurkool en wortelen. Februari, maart en april waren de moeilijke maanden, dan was er in feite geen groente en fruit. Toch worden de mensen tegenwoordig zieker. Dat is een gegeven. Daar heeft onze voeding veel mee te maken.”
Voeding is toch vooral een onderdeel van onze leefwijze?
Johannes: “Mensen voeden zich niet alleen met wat zij eten. Lichaam, ziel en geest willen alle op hun wijze gevoed worden. Er zijn drie gebieden waaruit we ons ‘voeden’: Er is voeding voor het lichaam, voor de ziel en voor de geest. De aardse voeding komt uit de planten- en de dierenwereld. De plant heeft het zonlicht en de zonnewarmte opgenomen en in de substantie gebonden als koolhydraten, eiwitten en vetten. Als we dat eten, nemen we indirect zonnewarmte en zonlicht op. Dieren eten planten of vlees van andere dieren die planten gegeten hebben en verbruiken een deel van het licht en de warmte. Als wij het vlees van dieren eten, krijgen we tweedehands zonlicht en zonnewarmte.
Evenwicht en harmonie zijn toonaangevend bij de zielevoeding. Het luisteren naar harmonische muziek kan bijvoorbeeld kracht geven. Sociale harmonie in de samenwerking met anderen verhoogt het prestatievermogen van de groep. Zoals het op een boerenbedrijf van belang is hoe je met dieren en met planten werkt.
Elementen die vanuit het geestelijke voeden zijn bijvoorbeeld idealen, motieven, geloof, hoop en liefde. Dit zijn drijfveren waarin de mens zich kan onderscheiden van het dier. Deze begrippen zijn voor veel mensen niet meer vanzelfsprekend. Geloven is bijvoorbeeld voor veel mensen iets dat je kunt doen als je iets niet begrijpt of als het niet bewezen is. Met begrip of kennis heeft geloof echter weinig te maken. Je kunt iets weten en het toch niet geloven. Met geloof kun je bergen verzetten. Als je in je idealen gelooft kun je van ‘s morgens tot ‘s avonds werken zonder moe te worden. Geloof heeft te maken met wilskracht, met dat wat in je stofwisseling en ledematen thuis is en minder met dat wat in je hoofd thuis is. Mensen met concentratiekampervaring berichten vaak dat zij krachten putten uit het geloof of doordat zij nooit de hoop opgegeven hebben. Geestelijke activiteit kan het lichaam en het immuunsysteem kracht geven. Iets wat je ook verwacht van een goede voeding.
Je kan zeggen dat we vanuit alle drie de gebieden steeds minder voeding ‘ontvangen’. Op geestelijk gebied worden we nauwelijks meer gevoed. De snelle manier van leven, de oppervlakkige informatie, het intellectuele, dragen niet bij aan wat de mens als geestelijk voedsel nodig heeft. De aardse voeding is steeds armer aan licht en minder vitaal en onze ziel hongert naar harmonie die steeds moeilijker te vinden is. Inzicht in deze samenhangen kan ons motiveren onze leefwijze te veranderen.
Wat is voor jou het essentiële van biologisch-dynamische voeding?
Johannes: “We kunnen ons niet de hemel in eten maar biologisch-dynamische landbouw en een overeenkomstige bereiding van de levensmiddelen kan onze voeding een dusdanige kwaliteit geven dat deze ons niet hindert, datgene te zijn en te worden wat een mens kan worden. Een ander aspect is de mogelijkheid in dankbaarheid iets terug te kunnen doen voor de aarde, planten en dieren die het ons mogelijk gemaakt hebben als geestelijke wezens tijdelijk hier op de aarde te zijn.
Naarmate ik meer ben gaan begrijpen wat biologisch-dynamisch betekent, ben ik tot de conclusie gekomen dat het niet mogelijk is hiervan een korte definitie te geven. Er wordt mij vaak gevraagd of het verschil tussen gangbaar, biologisch en biologisch-dynamisch aantoonbaar is met wetenschappelijke methoden. De ene keer richt zich de interesse meer op het gehalte aan mineralen, vitaminen, secundaire plantenstoffen en residuen, de andere keer meer op de aanwezigheid van vormkrachten, levenskrachten en biofotonen. Ik heb veel respect voor het wetenschappelijk onderzoek dat hiernaar wordt verricht en bij interesse verwijs ik dankbaar naar de resultaten. Desondanks ben ik van mening dat via wetenschappelijke methoden geen overtuigende bewijzen voor de kwaliteit van biologisch-dynamische levensmiddelen geleverd kan worden. Nog minder denk ik dat mensen op grond hiervan hun koop- en eetgewoontes zullen veranderen.
De uiteindelijke vraag is: wie of wat stuurt die vormkrachten, levenskrachten of biofotonen? Ergens in de moleculaire interactie van genen, DNA, enzymen, mineralen en vitaminen en de energetische hiërarchie van quanten, biophotonen, levens- en vormkrachten moet iets of iemand te vinden zijn die weet waar het om gaat, namelijk een muis, een appelboom of een roggehalm te bouwen.
Ik kan alleen maar aanduiden waarom het gaat door een voorbeeld te geven van het handwerk waarmee ik persoonlijk vertrouwd ben, namelijk de bereiding van eten. De ene kok zal met de beste biologisch-dynamische ingrediënten en een goede keukenuitrusting een delicate, harmonische en voedzame maaltijd creëren en iemand anders een onsmakelijke, slecht verteerbare hap. En zo is het ook in de landbouw. De compost, het roeren van de preparaten en de zaaikalender zijn ingrediënten en technieken. De menselijke activiteit zelf die deze werkwijze en substanties gebruikt en daardoor de aarde, planten en dieren dient, is uiteindelijk maatgevend voor de kwaliteit. Wij zijn geen goden, maar wij zijn geschapen naar het evenbeeld van de goden (in de oorspronkelijke Hebreeuwse bijbeltekst staat Elohim als meervoud geschreven). De mens kan het leven vernietigen maar kan in tegenstelling tot het dier door geestelijke activiteit ook nieuwe levenskrachten werkzaam laten worden. Dat is wat de kok doet als hij met liefde en toewijding een maaltijd creëert die meer is dan de som van zijn ingrediënten en voedingsstoffen. Dit is ook wat de boerengemeenschap doet in zijn omgang met de aarde, planten en dieren. Zoals de kok hiertoe bepaalde bepaalde gereedschappen, handelswijzen en een ambiance nodig heeft, zo hebben de mensen in een boerengemeenschap deze op hun wijze ook nodig.
Eerste publicatie op 1 april 2005