UMTS: meer, sneller, beter?

Diederick Sprangers

De nieuwe UMTS-technologie belooft wonderen voor het mobiel bellen en andere draadloze communicatie. Sommige mensen zeggen dat ze er ziek van worden, maar volgens de regering is dat niet bewezen en hoeven we ons geen zorgen te maken. Waar hebben we dat meer gehoord?

 
Er woedt een discussie over het wel of niet introduceren van een nieuwe technologie voor mobiel bellen, films kijken op je computer en nog veel meer moois. Deze technologie heet UMTS (Universal Mobile Telecommunications System). Het is de opvolger van GSM, het systeem dat sinds 1994 in Nederland mobiele telefonie mogelijk maakt. Met UMTS kun je foto’s veel sneller verzenden met je mobieltje. Maar ook draadloos internetten en emailen zal veel sneller gaan en zelfs een permanente draadloze verbinding van een laptop naar een bedrijfsnetwerk behoort tot de mogelijkheden – zodat je, waar je ook bent, voortdurend toegang hebt tot het computernetwerk van je bedrijf.

Wie gaat daarvoor niet door de knieën? De verlokking van zoveel technisch vermogen is enorm. Het is alleen jammer dat er mensen zijn die klagen dat ze last hebben van de UMTS-zendmasten die hier en daar al staan. De klachten lopen uiteen van concentratieproblemen, hoofdpijn, duizeligheid en verhoogde bloeddruk tot depressies, hartkloppingen, kramp in nek, schouders en kuiten en versprekingen. Staatssecretaris Van Geel (verantwoordelijk voor de veiligheid van de masten) vindt dat deze mensen niet meer ongerust hoeven te zijn. Een Zwitsers onderzoek waaruit hij in juni citeerde, zou laten zien dat het geen kwaad kan om bij een UMTS-mast te wonen. Ook volgens de Gezondheidsraad en de GGDs is het niet nodig om maatregelen te nemen tegen de elektromagnetische velden van UMTS- of GSM-zenders.

Vele gemeenten (die verantwoordelijk zijn voor de plaatsing van de masten) denken er anders over en geloven niet zo dat de UMTS-straling volkomen veilig is. Ook de mensen die er last van zeggen te hebben, zijn verre van overtuigd. Een van hen is de 28-jarige Etwald Goes, afgestudeerd informaticus. Hij nam het initiatief om zoveel mogelijk informatie over UMTS en alles wat ermee te maken heeft, via internet toegankelijk te maken. Zijn webplek www.stopumts.nl bevat een gedetailleerde bespreking van vele soorten straling en het mogelijke verband met gezondheidsschade en welzijnsvermindering, aan de hand van een overzicht van vele wetenschappelijke onderzoeken naar de effecten (met verwijzingen naar de originele publicaties). Hij toont ook veertien oproepen (appels) van bij elkaar ruim 1500 artsen en wetenschappers uit diverse landen om de stralingsbelasting drastisch te verminderen; deze artsen constateren in hun eigen praktijken een dramatische toename van de bovengenoemde en andere klachten (inclusief hartinfarcten en beroertes bij jonge mensen, Alzheimer, epilepsie en kanker) en een duidelijke samenhang met stralingsbelasting (ook al van GSM en draagbare telefoons).

Tevens lobbyt Goes, alias ‘StopUMTS’, bij de overheid, telecomaanbieders, politieke partijen en bij ons, burgers - alles met als doel “het garanderen van de lichamelijke en geestelijke integriteit van alle Nederlandse inwoners door de blootstellingslimiet voor onvrijwillige straling te verlagen naar 1 microwatt per vierkante meter buitenshuis en 0,1 microwatt per vierkante meter binnenshuis. Dit is de grenswaarde die de Duitse bouwbiologen hanteren, omdat er op dat blootstellingsniveau geen biologische ontregelingen meer te meten zijn bij mensen.” De Gezondheidsraad adviseert een blootstellingslimiet van 20.000.000 microwatt, ofwel 20 watt, per vierkante meter.

Een van de bruikbaarste punten van de uitleg van StopUMTS, voor wie zich een eigen mening wil vormen, is het onderscheid tussen verschillende soorten onderzoek: laboratorium-, epidemiologisch en provocatieonderzoek. In een laboratoriumonderzoek wordt het effect van straling op een bepaald biologisch aspect van een beperkt deel van een organisme onderzocht (bijvoorbeeld wijzigingen in het immuunsysteem of breuken in het DNA in lichaamscellen); de relatie met gezondheidsklachten of welzijnsvermindering is dan vaak nog onbekend. In een epidemiologisch onderzoek worden de effecten van straling op gezondheid en welzijn van een grote groep levende mensen onderzocht. In een provocatieonderzoek gebeurt hetzelfde, maar is de onderzochte responstijd meestal korter, waardoor alleen korte-termijn effecten zichtbaar zijn.

Het genoemde Zwitserse onderzoek was een provocatieonderzoek (effecten tijdens en direct na een blootstelling van 45 minuten) en omvatte bovendien geen startmeting (hoe voelden de proefpersonen zich aan het begin van de test), zodat de conclusies beperkte waarde hebben. Goes constateert uit laboratoriumonderzoeken dat voor DNA-schade, storingen aan het zenuwstelsel, kankerbevordering en cellulaire stressreacties de wetenschappelijke aanwijzingen zeer sterk en consistent zijn. Epidemiologische en provocatieonderzoeken leveren voor gezondheidsschade en welzijnsvermindering nog geen harde bewijzen, maar wel vele aanwijzingen. Goes wijst met name op acht onafhankelijke epidemiologische onderzoeken, die op langere termijn een significante relatie vinden tussen straling en hoofdpijn, koude handen en voeten, concentratieproblemen, slaapproblemen, kankergevallen, hart- en vaatklachten en andere problemen.

De problemen zijn niet beperkt tot UMTS-masten, maar worden ook gevonden bij GSM-masten en bij intensief gebruik van mobieltjes. Met GSM werden we voor het eerst op grote schaal blootgesteld aan gepulste (onderbroken) straling, waarvoor ons lichaam veel gevoeliger is dan voor ongepulste straling, zoals die van radio en TV. In Nederland staan al zo’n 48.000 GSM basisstations en de overheid is begonnen om er ca. 60.000 UMTS basisstations bij te zetten.

StopUMTS ziet de oplossing in het ruim naar beneden stellen van de zendvermogens van de zendmasten en het creëren van ruime afstanden tot woningen. Dan kunnen we nog goed mobiel bellen, mede doordat de ontvangstelektronica steeds gevoeliger wordt. Als de GSM telefoons opgewaardeerd worden met nieuwe software en uitgerust worden met een afscherming bij het oor, zullen ze significant minder hard stralen. Een alternatieve oplossing is het aanleggen van een groot landelijk bedraad netwerk, zodanig dat je nagenoeg overal je mobiele telefoon en/of je laptop via een kort kabeltje kunt aansluiten.

Verbazend en schokkend is natuurlijk dat de overheid en de industrie zoveel moeite doen om dit alles te ontkennen en ons ronduit bedriegen. Geld is natuurlijk de drijfveer, maar hebben we dan niets geleerd van roken en asbest? Goes wijst op de opmerkelijke parallellen: al in 1950 waren de wetenschappelijke aanwijzingen zeer sterk dat roken en asbest zeer slecht voor de gezondheid zijn. De overheid en de industrie voerden wel laboratoriumonderzoek, maar geen epidemiologisch onderzoek uit; wij werden zoet gehouden met de leus “er is geen hard wetenschappelijk bewijs dat het schadelijk is”. Pas in de jaren '90 ging de overheid enigszins verantwoord om met deze kankerverwekkende zaken.

Maar we moeten uiteraard ook onszelf goed aankijken: zijn we zo gehecht aan mobiel bellen of draadloos internetten dat we kritische geluiden niet willen horen? De schrijver van dit artikel valt bovendien de overeenkomst met medicijnenproductie en met gentech-voedsel op. Ook daar horen we te weinig over waargenomen bijwerkingen en te vaak dat die niet keihard bewezen zijn. En ook daar zijn het veel te vaak de belanghebbende bedrijven zelf die het onderzoek naar de veiligheid mogen doen, in plaats van onafhankelijke wetenschappers. In plaats van aan te nemen dat dit soort dingen onschadelijk is totdat het tegendeel definitief bewezen is – zoals de overheid nu doet – zouden we moeten aannemen dat de aanwijzingen voor schade gegrond zijn totdat het tegendeel onafhankelijk bewezen is. Voorzorg heet dat.

(Dit artikel verscheen in tijdschrift Antroposana, jaargang 2, nummer 4)

Eerste publicatie op 1 oktober 2006

Antroposana
www.antroposana.nl

print dit artikel...

stuur dit artikel door via email...