Suikerziekte (diabetes mellitus) krijg je niet van de ene dag op de andere. Het ontwikkelt zich meestal over een lange periode. Verschijnselen bij suikerziekte zijn onder andere: zwakte, moeheid, gebrek aan concentratievermogen, labiliteit. Deze klachten kunnen bij allerlei aandoeningen voorkomen, maar als daar erge dorst bijkomt en de patiënt veel moet plassen, wordt het al wat duidelijker. Het lichaam is dan namelijk bezig de glucose uit te scheiden. De diagnose is in dat geval makkelijk te stellen door onderzoek van bloed en urine. Bij niet-karakteristieke klachten wordt er echter niet altijd aan gedacht gericht onderzoek te doen, waardoor suikerziekte vaak lang onontdekt blijft.
Lyda Keizer-Wingelaar
Intussen begint diabetes epidemische vormen aan te nemen. Er zijn nu al 500.000 geregistreerde diabetespatiënten in Nederland en er komen er jaarlijks ongeveer 60.000 bij. Begin jaren negentig lag die jaarlijkse toename nog op zo'n 40.000 per jaar. Ouderdomsdiabetes neemt onder meer sterk toe doordat we ongezonder zijn gaan leven: teveel eten, te weinig bewegen. De groei is zo explosief dat gevreesd wordt dat de diabeteszorg in Nederland het in de toekomst niet aan zal kunnen.
We onderscheiden twee soorten diabetes, type I en type II. Type I wordt ook insuline-afhankelijke of juveniele diabetes genoemd, omdat de patiënt vanaf het begin insuline nodig heeft en omdat de diagnose meestal op jeugdige leeftijd wordt gesteld. Bij deze vorm van diabetes zijn de insulineproducerende cellen in de alvleesklier te weinig of niet meer werkzaam. Bij type II, ouderdoms- of niet-insuline-afhankelijke diabetes, wordt de diagnose meestal pas na het 40e jaar gesteld en kan in het begin veelal nog worden volstaan met een dieet en soms glucoseverlagende tabletten. Deze stimuleren de cellen van de alvleesklier meer insuline te vormen. Toch blijkt dikwijls dat type II-patiënten eveneens het beste behandeld kunnen worden met insuline. Het probleem is echter dat patiënten met overgewicht, als ze deze behandeling krijgen, nog dikker worden. Gewichtsreductie en beweging zijn dan de gouden standaard. In dit artikel gaat het voornamelijk over ouderdomsdiabetes.
Suiker is, naast eiwitten en vet, een belangrijke energieverschaffer in het menselijke organisme. Werken met de spieren of met de hersenen is zonder suiker niet mogelijk.
De antroposofie onderscheidt vier lagen in een mens: het fysiek lichaam, het levenslichaam, de ziel en de geestelijke kern, oftewel het Ik. Het Ik kan niet direct inwerken in de andere lagen, dat gebeurt via de ik-organisatie. Om in te werken in ons fysieke lichaam is suiker één van de stoffen waarvan de ik-organisatie gebruik maakt. Met behulp van suiker (glucose) kan de ik-organisatie doorlopend in het organisme aanwezig zijn en dat gebeurt via het bloed. Koolhydraten en suikers werken eraan mee de menselijke gestalte te vormen en te onderhouden. Tegelijk creëren ze de kracht om het fysieke organisme te kunnen gebruiken.
Bij diabetes II is de ik-organisatie (dus niet het Ik als zodanig), die eerst gezond en krachtig was, door allerlei oorzaken verzwakt, waardoor de opbouwende werking niet tot stand wordt gebracht. Suikerziekte is de uitdrukking van een onvoldoende werking van de ik-organisatie op bepaalde functies van de stofwisseling. Dat de ik-organisatie verzwakt is, is eerder een tijdsprobleem dan een persoonlijk probleem. De moderne levenswijze, met bijvoorbeeld weinig beweging en veel stress, speelt hierin een rol. Ook de kwaliteit van ons voedsel is, door industriële productietechnieken, toevoegingen e.d., vaak zodanig dat de ik-organisatie dikwijls zijn taak niet kan vervullen. De suiker kan niet goed worden opgenomen en omgevormd en blijft een 'indringer' in ons lichaam.
Diabetes komt uit het Grieks en betekent (snel) doorstromen, mellitus is afgeleid van het Latijnse woord voor honing of zoetigheid, 'mel'. De koolhydraten in de voeding worden door spijsverteringsfermenten omgezet in glucose. Vervolgens komt de glucose, via de darmen, in de lever. Het suikergehalte in het bloed is vrijwel constant: ca. 1 gram per liter bloed, al vertoont het wel schommelingen. Het lichaam beschikt namelijk over een middel dat de suikerhuishouding regelt, het hormoon insuline. Insuline wordt geproduceerd in de alvleesklier (door de zich daarin bevindende 'eilandjes van Langerhans') zodra de concentratie van glucose in het bloed toeneemt, bijvoorbeeld kort na de maaltijd. De productie stopt wanneer de bloedsuikerspiegel weer lager wordt. Insuline transporteert de glucose door de celwand in de cellen, vooral binnen de lever, het spierstelsel en het vetweefsel. Met behulp van insuline wordt suiker uit het bloed naar de cellen gestuurd om daar als 'brandstof' te worden gebruikt. De insuline zorgt eveneens voor de opslag van de glucose in de lever.
Dit alles dient twee doelen, namelijk het omzetten van de voeding in energie en het opslaan van het teveel aan voeding als reserve voor als we niet eten. Een deel komt dan weer als glucose vanuit de lever in de bloedsomloop, de rest blijft in de lever achter. Als dit systeem goed werkt blijft de bloedsuikerspiegel binnen de normale grenzen. We krijgen energie uit koolhydraten (als glucose), eiwit en vet, waarbij glucose extra belangrijk is omdat het snel werkt. Denk maar aan het druivensuikertabletje en de pastamaaltijden van sporters!
Zoetigheid helpt ons zelf kracht te ontwikkelen, je komt weer tot jezelf, je kunt beter nadenken. Een tekort aan suiker kan tot bewusteloosheid leiden, het 'diabetisch coma', dat bij insuline gebruikende diabetespatiënten kan optreden als het bloedsuikergehalte te laag is geworden.
Bij elke spieractiviteit is suiker nodig, maar het moet wel de juiste suiker zijn. De mens bouwt met bepaalde suikers zijn eigen, individuele, lichaam op. Suiker is drager van energie, dus van warmte, overal waar we met ons Ik actief zijn is suiker nodig en wordt het warm.
De hersenen en de zenuwen zijn voor hun functioneren bijna geheel afhankelijk van glucose. Als er plotseling meer suiker in het bloed komt dan op dat moment nodig is, bij het drinken van bijvoorbeeld een glas limonade of cola, gebeurt het volgende: er wordt snel insuline afgegeven en net zo snel zakt de bloedsuikerspiegel weer. Direct ontstaat de behoefte aan een nieuwe voorraad suiker. Is misschien daarmee het verschijnsel te verklaren van de doos bonbons of de koekjestrommel die dwangmatig wordt leeggegeten? In ieder geval is duidelijk dat het gebruik van veel suiker de behoefte aan nog meer suiker schept. Dit wordt de basis van overgewicht en uiteindelijk raken de 'eilandjes van Langerhans' overbelast. Hierdoor kan de benodigde hoeveelheid insuline niet meer worden geproduceerd en gaat het bloedsuikergehalte teveel stijgen. De suiker wordt dan, zoals eerder genoemd, in de urine uitgescheiden, één van de verschijnselen van suikerziekte.
In de 'universitaire' geneeskunde wordt geprobeerd de oorzaak van een ziekte te herleiden tot een storing van bepaalde organen, vandaar dat diabetes vooral wordt gezien als een tekort aan insuline. De storing van de insulineproductie speelt een doorslaggevende rol bij het ontstaan van diabetes, toch moet de ruimere samenhang niet uit het oog verloren worden. Bij ouderdomsdiabetes zijn vetzucht en te weinig beweging belangrijke factoren. Vandaar dat diabetes type II tegenwoordig volksziekte nummer 1 wordt genoemd en dat het op steeds jongere leeftijd gaat voorkomen. Echter, als de suikerziekte zich eenmaal heeft ontwikkeld, gaat de patiënt juist afvallen, de oorzaak hiervan is het grote vochtverlies.
Het is een gevaarlijke ziekte, diabetespatiënten hebben bijvoorbeeld grote kans op hart- en vaatziekten. Verder kunnen de perifere zenuwen worden aangetast en dat kan weer leiden tot onder andere spierkrachtverlies, tintelingen in vooral armen en benen, brandend gevoel, doof gevoel, verminderde pijnwaarneming. Voorts bestaat er een grotere kans op allerlei infecties en kan diabetes moeilijk genezende wonden, slechtziendheid, blindheid, hersenbloedingen, impotentie en nieraandoeningen veroorzaken. Hoewel de meestal niet te vermijden behandeling met insuline effect heeft, betekent het natuurlijk geen genezing. Het toedienen van insuline komt neer op het vervangen van iets dat ontbreekt. Tabletten die het bloedsuikergehalte doen dalen sporen de insulineproducerende cellen aan, maar na verloop van tijd kan dit tot verzwakking van de werkzaamheid van deze cellen voeren.
Er zijn weinig ziektes die zo duidelijk om dieetvoorschriften vragen als diabetes. In de antroposofische geneeskunst wordt echter de gehele mens, in fysiek lichaam, levenslichaam, ziel en geestkern, aangesproken. De dieetvoorschriften moeten daarom altijd onderdeel zijn van een totaal behandelplan.
Bij te weinig beweging kan het Ik niet genoeg ingrijpen in het stofwisselings-ledematenstelsel van de mens. Daarom is regelmatige beweging heel belangrijk. In het verleden hoorden lichamelijke activiteiten bij de behandeling van diabetes, de laatste jaren komt daar van medische kant weer meer belangstelling voor. Daarbij gaat het niet alleen om sport maar net zo goed om dagelijkse bezigheden als lopen, fietsen, werk in de tuin. Wat de sporten betreft zijn vooral (rustige) duursporten goed, zwemmen, wandelen, fietsen, roeien, (rol)schaatsen, dit alles regelmatig enkele keren per week en niet te lang.
De hormonale functies van de mens worden sterk beïnvloed door de psyche, daarom kunnen psychische gezondheid en het vermijden van stress ertoe bijdragen de klachten te verminderen. Steiner noemt ook psychische problemen als provocerende factor: voortdurende stress, intellectuele overbelasting en erfelijke belasting, die een normale werking van de ik-organisatie binnen het totale organisme verhindert.
Bij diabetes moet, net als bij andere chronische ziektes, een manier worden gevonden deze in te passen in het dagelijkse leven, de ziekte een plek geven. Het is zaak een goede verhouding tot de ziekte te vinden, de diabetes te accepteren en zichzelf tegelijkertijd toch niet als 'zieke' te ervaren en te gedragen. Zoiets kost tijd, maar het is evenzeer mogelijk dat men, juist door de extra zorg die nodig is, bewuster in het leven komt te staan. Dat kan ook een verrijking betekenen.
Een therapie bij diabetes zou vooral tot doel moeten hebben de ik-organisatie te ondersteunen, zodat deze beter in de stofwisseling kan ingrijpen. Het belangrijkste van de therapie is het dieet. Een goed doorgevoerd dieet betekent tegelijkertijd een scholing van de wil. Het dieet hoeft niet in détails te worden samengesteld, maar de hoofdlijnen moeten duidelijk zijn. Een hulp zou zijn te proberen het vaak bij type II diabetes bestaande overgewicht enigszins te normaliseren. Verder zouden voedingsmiddelen uitgekozen moeten worden die noodzaken tot goed kauwen. Geen slap witbrood maar volkoren brood, fruit en groenten, honing (maar niet teveel), zure melkproducten (acidophilusmelk, karnemelk, biogarde), minder vlees, meer vis. Het gebruik van drie of vier kleinere maaltijden per dag in plaats van twee grote is aan te bevelen. Meer beweging is van belang, waarbij bijvoorbeeld euritmietherapie een belangrijke hulp kan zijn, voorts kunstzinnige therapie. Omdat rozemarijn als eigenschap heeft dat het de ik-organisatie helpt zich te verbinden met het lichaam, zijn baden met rozemarijn heel goed. De antroposofische arts kan ook bepaalde middelen voorschrijven, bijvoorbeeld die de ik-organisatie activeren, bittermiddelen kunnen eveneens gunstig werken.
Bij de ouderdomsdiabetes zijn meer mogelijkheden zelf iets te doen dan bij de juveniele diabetes, de prognose is dan ook gunstiger. Het is juist bij deze soort diabetes belangrijk niet te zeer afhankelijk te worden van medicijnen, maar de genezing in eigen hand te nemen. Suiker door het eten van granen en groenten vrij laten komen is misschien lastiger dan het nemen van een zoet drankje, maar deze suiker staat langer ter beschikking. Het voedsel is langer toereikend en het eerder geschetste beeld van trek in suiker, vrijkomen van insuline, gebrek aan suiker en geeuwhonger doet zich niet voor.
De vraag naar suiker is altijd een vraag naar activiteit van ons Ik, we hebben dus suiker nodig. Tot de middeleeuwen was het moeilijk aan suiker te komen, men kende suiker voornamelijk in de vorm van vruchten en honing. Dat is allang niet meer zo en in onze tijd zouden we er juist beter aan doen ons te matigen, dat is ook een Ik-activiteit, een Ik-kwaliteit. Voor speciale gelegenheden is er niets mis mee 'makkelijke' suikers tot je te nemen, maar voor het leven van alledag moeten we er misschien wat meer moeite voor doen, bijvoorbeeld voorzien in onze behoefte aan suikers door het eten van granen. Daarbij is vooral de haver belangrijk, deze wordt goed verdragen door de diabetespatiënt.
(Dit artikel verscheen in: Antroposana, tijdschrift voor gezondheid en ziekte vanuit de antroposofie, jrg. 1, nr. 1, januari 2005)
Meer informatie over suikerziekte: