Antroposana folder
Iedereen slaapt. Maar waarom eigenlijk? En waarom worden we aan het eind van de dag moe? Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, zegt dat we 's avonds eigenlijk geen zin meer hebben in de buitenwereld en ons daaruit terug willen trekken. We worden moe omdat de dragers van het bewustzijn en van het zelfbewustzijn, het 'astrale lichaam' en het 'Ik', zich al een beetje losmaken van de twee lagere wezensdelen, het 'fysieke lichaam' en het 'ether- of levenslichaam'.
We slapen allereerst om de gebeurtenissen van de dag in de geestelijke wereld te verwerken. Bij de slaap laten het astrale lichaam en het Ik helemaal los en duiken onder in die geestelijke wereld. Steiner zegt dat je 's nachts verantwoording aflegt aan je hogere Zelf en dit hogere Zelf geeft dan aan wat - met het oog op de doelen die je je in het leven hebt gesteld - anders zou kunnen. Hoe je slaapt heeft dan ook vaak te maken met hoe je de dag hebt doorgebracht, met de gedachten die je hebt gehad, met de liefde die je hebt gevoel en of je je taken vreugdevol en met liefde hebt volbracht.
Tijdens het slapen kom je bovendien op krachten. Dat is nodig omdat er overdag, als je wakker bent, een voortdurende afbraak van krachten plaatsvindt. In normale omstandigheden ben je na een nacht slapen weer helemaal verfrist en sta je vol energie op.
Daarnaast doet een mens 's nachts inspiratie op. Wie kent niét de kracht van 'ergens een nachtje over slapen'? Je slaapt in met een probleem waarvoor je geen oplossing kunt vinden en de volgende morgen is het helemaal duidelijk wat je moet doen. Van sommige beeldende kunstenaars weten we bijvoorbeeld dat ze 's morgens opeens weten wat er nog mankeert aan het werk waar ze mee bezig zijn.
Er zijn verschillende stadia in de slaap. Het slapen begint met de non-REM(Rapid Eye Movement)-slaap, daarna volgt een eerste REM-slaapperiode. Er zijn vier à vijf van deze cycli per nacht. Aan het begin van de nacht is de slaap in het algemeen diep en in de loop van de nacht ga je lichter slapen. De REM-slaap kenmerkt zich door snelle oogbewegingen en een verhoogde activiteit van alle levensfuncties. Gedurende de REM-slaap ben je je er meestal van bewust dat je droomt, al wil dat niet zeggen dat je je de droom later ook precies herinnert.
De verschillende slaapfasen hebben te maken met de mate waarin de hogere wezensdelen, het astrale lichaam en het Ik, verbonden zijn met de lagere wezensdelen. Het astrale lichaam en het Ik laten de lagere wezensdelen los. Als je astrale lichaam niet goed uit je fysieke lichaam gaat, blijft het teveel verbonden met het lichaam en kom je niet in een diepe slaap. Tijdens de REM-slaap verbindt het astrale lichaam zich weer een beetje met het etherische en fysieke lichaam.
Er bestaan verschillende soorten slaapklachten. Je kunt moeite hebben met inslapen, maar ook met doorslapen of met goed wakker worden. Problemen met wakker worden kunnen te maken hebben met hindernissen die het Ik en het astrale lichaam ondervinden bij het weer binnenkomen in het fysieke lichaam. Het resultaat is dat je pas later op de dag echt op gang komt. Problemen bij het doorslapen zijn vaak het gevolg van storingen in het gal-levergebied. Je wordt om een uur of drie (als de lever met de opbouwfase begint) wakker en je komt niet meer echt goed in slaap. Omdat het Ik zich dan pas in de loop van de dag met het fysieke lichaam verbindt, heeft dat weer gevolgen voor het inslapen 's avonds, want het Ik zit er dan 's avonds nog te kort in om alweer te kunnen loslaten. Inslaapklachten hebben te maken met het je niet (kunnen) distantiëren van de dagelijkse gebeurtenissen. Daardoor worden die 's avonds onvoldoende verwerkt en neem je ze mee in de slaapperiode.
Met slaapklachten kom je snel in een vicieuze cirkel terecht. Als het astraal lichaam door allerlei oorzaken in de slaap in het fysieke lichaam blijft, waardoor geen diepe slaap optreedt, kunnen de spieren zich niet volledig ontspannen. Dan kan het etherlichaam zijn taak niet doen, er blijven afvalstoffen in de spieren, daardoor krijg je spierpijn, door de pijn slaap je niet goed en zo gaat het maar door. Het is dus van belang om weer een gevoel te krijgen voor de 'heiligheid' van de slaap én tijdig maatregelen te nemen.
Bij slaapstoornissen is het allereerst van belang om voor ritme en regelmaat in je leven te zorgen. Verder kun je je 's avonds het beste bezighouden met rustige zaken. Een goed boek of een meditatieve tekst werken gunstiger dan een detective, de krant of de televisie. Als je toch een druk gesprek of een vergadering bij moet wonen, gun jezelf dan later die avond nog even de tijd om 'af te kicken'. Alcohol is bij slaapstoornissen uit den boze. Je slaapt er misschien wel prettig op in, maar je moet het weer bezuren omdat je dan vaak om een uur of drie (de tijd dat de lever 'op gaat bouwen') wakker wordt.
Bij inslaapklachten is er natuurlijk het aloude recept van warme melk met honing. Bij een kopje slaapthee kun je ook baat hebben. Verder kun je ontspannings- en ademoefeningen doen of je (laten) inwrijven met bijvoorbeeld lavendelolie.
Als dit alles niet helpt, kan een antroposofische arts, aan de hand van het verhaal van de individuele patiënt, specifieke medicijnen voorschrijven. Ook zijn therapieën mogelijk, bijvoorbeeld euritmietherapie, waarbij speciale oefeningen worden gegeven om de dag los te laten. Verder zijn er de uitwendige therapieën als massage, een warm bad met lavendel, een warme kruik of kompres op de buik. Slaapmiddelen zijn in principe af te raden, omdat ze wel een diepe, maar een ongezonde slaap geven. Vaak verkorten ze de periode van REM-slaap, wat op den duur beschadigend werkt.
Voor iedereen met slaapklachten is het zinvol om de oefening van de 'terugblik' te doen. Je kijkt aan het eind van de dag zo objectief mogelijk terug op wat er die dag is gebeurd. Het beste is het om die terugblik ook echt van achteren naar voren te doen, dus beginnend bij de avond. Daarbij is het belangrijk om niet bij de afzonderlijke gebeurtenissen stil te blijven staan, maar alles zó te beleven of het iemand anders betreft. Daarnaast kan een vooruitblik op de volgende dag heel nuttig zijn.
Klaus Raschen: Slaap. (Uitgeverij Christofoor)
Hoewel de grootst mogelijke zorgvuldigheid is betracht bij het samenstellen van de hier geboden informatie, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. Antroposana houdt zich aanbevolen voor op- en aanmerkingen.
© 2002-2005 PPAG/Antroposana