De meridiaantherapie volgens Christel Heidemann is het resultaat van tientallen jaren experimenteel en studie onderzoek naar de directe inwerking van kleuren op het menselijk organisme, speciaal op de uit de acupunctuur bekende meridianen.
In de meridiaan- kleurentherapie wordt uitgegaan van het antroposofische vierledige mensbeeld. De mens bestaat uit:
Als het levenslichaam uit balans is kan dat van invloed zijn op de drie andere lichamen: het kan ziekten veroorzaken in het stoffelijk lichaam, verstoring geven in de zieleprocessen en in de werkingskracht van het ‘ik’.
Al in de oude Chinese filosofie en traditionele geneeskunde is het levenslichaam bekend. Dit ‘lichaam’ bevat afzonderlijke levensstromen, meridianen genoemd, waardoor levensenergie stroomt.
Er zijn twaalf hoofdmeridianen die onze linker en rechter lichaamshelft in het onderhuids bindweefsel doorstromen. Deze meridianen staan in verbinding met de organen en worden vernoemd naar het orgaan waarmee ze verbonden zijn, zoals de hartmeridiaan.
Op elke meridiaan liggen punten die een bijzondere werking hebben op de verdeling van de levensenergie in het lichaam.
Als deze meridianen uit balans raken is dit voor de fysiotherapeut het duidelijkst waar te nemen op de rug, in de vorm van spanningsveranderingen in het onderhuids bindweefsel op een voor elke meridiaan specifieke plaats. Via de bindweefselzones, de vastzittende huidzones op de rug wordt de disbalans van het etherlichaam weerspiegeld. In de meridiaan-kleurentherapie is het nauwkeurig beoordelen van de spanning van het onderhuids bindweefsel belangrijke informatie. Door de punten op de meridianen te beïnvloeden, worden de meridianen en daarmee de levensprocessen weer in balans gebracht.
Rudolf Steiner sprak over de werkingskracht van kleur op het levenslichaam en kende bovendien een belangrijke plaats toe aan de fenomenologie en de kleurenleer van Goethe. Christel Heidemann ontdekte dat elke meridiaan op een eigen kleur reageert. Zij paste de kleuren toe in overeenstemming met de kleurencirkel volgens Goethe. Vanuit het idee dat de zon om twaalf uur op zijn hoogste punt staat en de hartmeridiaan (het hart is verbonden met goud en met de zon) op deze tijd zijn optimale periode heeft, kwam zij ertoe om lichtgeel op de hartmeridiaan toepassen als stimulerende kleur en de complementaire kleur violet als kalmerend werkende kleur. Dit gaf positieve resultaten en vanuit dit startpunt bouwde Christel Heidemann haar kleurencirkel op. Twaalf kleuren voor twaalf meridianen, complementair geordend volgens de Chinese orgaanklok. Tijdens de behandeling wordt de kleur door middel van kleine vierkante stukjes zijde op de meridiaanpunten aangebracht. Hierdoor wordt de energiebalans in de meridianen hersteld en daarmee de ordening van de levensprocessen. De zijden lapjes die worden gebruikt worden geverfd met plantenextracten.
Wanneer de levensprocessen weer hersteld zijn, krijgt het onderhuids bindweefsel weer de juiste spanning. Ook nu geeft het beoordelen van de huidplooien de belangrijkste informatie.Het is het essentiële controlemiddel voor een juiste behandeling met meridiaan-kleurentherapie.
In de meridiaan-kleurentherapie wordt de patiënt zelf actief betrokken. Hij of zij wordt gestimuleerd om de spanningsverschillen nauwkeurig waar te kunnen nemen en zelf te kunnen waarnemen of de behandeling klopt. Wanneer de therapie wat langer wordt uitgeoefend, worden de kleuren aan de patiënt meegegeven. In de therapeutische begeleiding van de patiënt spelen diens reacties en gewaarwordingen een belangrijke rol.
De lapjes van zijde worden met plantaardige pigmenten, zoals kamille, coriopsis (meisjesoog), berkenblad, blauw hout, rood hout en indigo geverfd.
Een groot scala van klachten laat zich volgens de theorieën van Christel Heidemann verklaren en behandelen. Op bepaalde specifieke gebieden zijn zeer goede resultaten behaald, zoals op het gebied van mamma(borst)problematiek: pijn in de borst, problemen na amputatie en protheseproblemen.
Mieke Linders in gesprek met Cees Tjeerdema
In het Friese Makkum, in het bureau van de thuiszorg, houdt Cees Tjeerdema éénmaal per week praktijk. De overige dagen is Therapeuticum Helios in Sneek zijn werkterrein. Tjeerdema was 25 jaar werkzaam als fysiotherapeut in een ziekenhuis. Hij deed er ervaring op met vrijwel alle medische specialismen en vertegenwoordigde de fysiotherapie in een multidisciplinair pijnteam. Hij volgde opleidingen manuele therapie en haptonomie. Via zijn docent bindweefselmassage kwam hij in contact met de Meridiaan- en kleurentherapie van Christel Heidemann. In 1982 volgde hij een eerste cursus bij haar, vele volgden. De toepassing lag toen nog voornamelijk in sportblessures, enkelbandletsels en littekenklachten. In 1995/96 vroeg Christel Heidemann hem de internationale opleiding voor meridiaantherapie op te zetten. Samen met Barbara Frerich leidt hij nu de opleiding in Nederland en Duitsland (te Witten).
Bij het schrijven van zijn scriptie ‘Kleur kun je voelen’ voor de opleiding haptonomie kwam Tjeerdema de boeken van Bernard Lievegoed tegen die hem sterk inspireerden. Ze vormden voor hem een brug tussen de reguliere zorg en de antroposofie.
Het leggen van een verbinding tussen de reguliere en de antroposofische of complementaire zorg is voor Tjeerdema een belangrijk thema. Langzamerhand, constateert hij, vinden elementen uit de complementaire zorg een weg naar het reguliere denken, al wordt deze ontwikkeling door de beladen berichtgeving over de complementaire zorg steeds opnieuw op de proef gesteld. Mét de critici op de complementaire geneeskunde hecht Tjeerdema grote waarde aan de wetenschappelijke onderbouwing van deze geneeskunde. Maar dit wetenschappelijk onderzoek is niet gemakkelijk omdat de individuele variabiliteit (de specifieke wijze waarop de individuele patiënt reageert op een behandeling) waarschijnlijk groter is dan algemeen wordt aangenomen en ook omdat de behandelwijze zich niet leent voor dubbelblind onderzoek.
Interessant onderzoek wordt gedaan in het ‘International Institute of Biophysics’ in Neuss in Duitsland. Door middel van infrarood (warmte) blijken meridianen te kunnen worden opgelicht en in beeld gebracht. Bij de acupunctuurpunten liggen bindweefselverbindingen die diep het lichaam in gaan. Opmerkelijk is dat 80% van de klassieke acupunctuurpunten openingen hebben in de diepe bindweefsellaag, waar vaat- en zenuwstrengen naar de oppervlakte komen.
De bindweefselstructuur, in het bijzonder de waterdelen in het bindweefsel, blijkt een belangrijke drager van lichtkrachten. Elke cel zendt licht uit, lichtemissie is een kenmerk van al wat leeft. De eerste experimentele proeven met lichtemissie-onderzoek vóór en na de behandeling met meridiaantherapie, zijn gedaan in samenwerking met Roel van Wijk, moleculair celbioloog en Eduard van Wijk, psycholoog.
De resultaten van dit onderzoek moeten nog gepubliceerd worden maar vormen voldoende aanleiding om het onderzoek voort te zetten.
Rudolf Steiner omschreef ziekte wel als een op zich normaal proces dat zich echter op een verkeerde plaats en een verkeerde tijd afspeelt. In de ‘normale’, gezonde toestand spelen processen zich dus af in een geordend ritme. In de reguliere geneeskunde zijn de biologische ritmes bekend. In de zienswijze van de traditionele Chinese geneeskunde vormt de mens één geheel met de kosmos. Dat alle organische processen op elkaar zijn afgestemd is van essentieel belang in een biologisch systeem. De mens leeft in allerlei ritmes, dat van dag en nacht, het ritme van de week of van de seizoenen enzovoorts. Ook in de lichaamscellen zijn ritmes te onderscheiden.
De mens is, volgens Rudolf Steiner, geëvolueerd in ritmes maar maakt zich ook los van de ritmes van de natuur, hij ‘emancipeert’ zich. Zo verloopt de menstruatiecyclus (vroeger maanstonde genoemd) niet noodzakelijk meer in overeenstemming met de maancycli. Het beeld van de natuurritmes is echter nog wel in het etherlichaam aanwezig.
Het basisprincipe van de meridiaan-kleurentherapie is de ordening in het etherlichaam. Christel Heidemann omschreef het doel van de therapie als de ‘herordening’, het herstel van de ordening van levensprocessen. En het streven van de therapie is, vertelt Cees Tjeerdema, deze ordening in het etherlichaam te herstellen als beeld van het uiterlijk planetensysteem. Dit herstel van het krachtencomplex in het etherlichaam heet in reguliere termen: herstel van de biologische ritmiek.
Vanuit het perspectief van de reguliere zorg, maar wél bekend met de antroposofie, schrijft professor Hartmut Heine: “Wat er ook therapeutisch wordt toegepast, wanneer men er niet in slaagt het circadiaanritme - dit is de totaliteit aan biologische ritmes- te herstellen, zal geen therapie, welke dan ook, duurzaam resultaat kunnen geven.”
Er zijn vele voorbeelden van biologische ritmes. Volgens Rudolf Steiner is de
ochtend de beste tijd voor intellectuele arbeid. De zogenaamde ’post noon dip’
(‘middag-dip’) is ook een voorbeeld van een ritme. Ook de gevoeligheid voor pijn
en de gevoeligheid van de meridianen is door de loop van de dag heen onderhevig
aan een ritme.
Alles wat gedaan kan worden om het circadiaan ritme te herstellen, draagt bij
aan het vergroten van de kans op herstel en genezing. Hartmut Heine benadrukte
dan ook het belang van therapieën die zich richten op het herstel van ritme.
Meridiaantherapie is één van de meest baanbrekende therapieën die in deze richting werken. Andere voorbeelden van ritmische ordeningstherapieën zijn: euritmie, kunstzinnige therapie, lichttherapie, acupunctuur en bioresonantietherapie.
Ter verduidelijking van het antroposofische vierledige mensbeeld gebruikt Tjeerdema wel eens de vergelijking van de mens met het springen op een trampoline. De trampoline staat voor het meest fysieke deel, de mat en de veren voor het etherlichaam, het op en neer springen voor het astrale lichaam. Het ‘ik’ geeft vorm aan de sprong.
Het meridiaansysteem vertegenwoordigt als het ware de veren van het etherlichaam. Wanneer een veer te slap of te strak is, kan minder goed vorm worden gegeven aan een individuele sprong. De trampoline vormt de fysieke en procesmatige basis waarop het ‘ik’ zijn leven vorm kan geven en tot uitdrukking kan brengen.
Christel Heidemann (1924-1998) was de grondlegster van de meridiaan- en kleurentherapie. Zij was fysiotherapeute en werkte als lerares bindweefselmassage. Op dertigjarige leeftijd kwam zij in contact met de antroposofie die vanaf dat moment haar inspiratiebron werd. Zij volgde de opleiding in de ritmische massage en de kunstzinnige therapie van Dr. Hauschka en begon met het ontwikkelen van de meridiaantherapie nadat zij ontdekte hoe de spanning van het onderhuids bindweefsel op kleur reageerde. Uitspraken van Rudolf Steiner over de werking van kleur op de levensenergie (etherkrachten) van de mens zetten haar aan de toepassing van kleur in de therapie te onderzoeken.
De meridiaantherapie heeft zij beschreven in drie boeken en in 1995 stichtte zij de Internationale Akademie fur Meridian- und Farbtherapie. In 2000 werd het Verband Meridian- und Farbtherapie nach Christel Heidemann opgericht.
De meridiaan-kleurtherapie wordt onder andere toegepast bij mastopathie (borstpijn), littekenklachten, onverklaarbare pijnklachten en rug- en nekklachten
Een praktijkvoorbeeld: Een 62-jarige patiënt ondergaat een arthroscopische meniscus verwijdering. Enkele dagen na de operatie verlaat de patiënt op krukken gemobiliseerd het ziekenhuis. Na een dag thuis te zijn geweest ontwikkelt de patiënt hoge koorts, krijgt een vreemde druk in het hoofd en kan niet meer goed zien.
De patiënt meldt zich weer bij het ziekenhuis. De knie wordt gepuncteerd en patiënt wordt weer opgenomen. De knie vertoont geen ontstekingsreacties en de kweek is negatief. Ook na enige dagen opname is er geen verbetering. De geconsulteerde anesthesist, internist en oogarts vonden geen verklaring voor de klachten. In overleg met de orthopeed wordt besloten tot het toepassen van meridiaantherapie. De littekens van de operatie bevinden zich op de energiebaan van maag en pancreas. Vanuit de door Christel Heidemann ontdekte relatie van kleuren en meridianen worden de met deze meridianen corresponderende kleuren aan weerszijden van de littekens gezet. Direct meldt patiënt een verandering en een uur later zijn de klachten verdwenen. De volgende dag wordt patiënt uit het ziekenhuis ontslagen. Bij nacontrole, na enige dagen en na twee weken, is de patiënt nog steeds klachtenvrij.
De beroepsvereniging van meridiaan-kleurtherapeuten is sinds begin 2006 aangesloten bij de Federatie Antroposofische Gezondheidszorg. Daardoor komt de therapie bij een aantal verzekeraars voor vergoeding in aanmerking.
Meer weten over of zoeken naar een therapeut in uw omgeving? www.meridiaankleurther.nl.
De opleiding tot meridiaantherapeut wordt vanaf 2007, behalve in Duitsland, ook in Sneek gegeven.
Nadere informatie: www.meridiaantherapie.nl of ctjeerdema@meridiaankleurther.nl.
Dit artikel van Mieke Linders werd gepubliceerd in het tijdschrift Antroposana, 2e jrg, nr.2 – april 2006
Antroposana
Patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg
www.antroposana.nl