Corrian Hukema
"Het heeft een aangename, warme uitstraling", vertelt Diederick over het leemstucwerk op twee wanden in zijn woning. "Ik kom er graag met mijn handen aan. Het voelt anders dan gangbaar stucwerk: zachter en warmer. Het geeft ook heel licht af. Ik krijg dus iets van die wand mee. Het geeft een aangenaam gevoel."
Bij zijn verhuizing naar de huidige woning koos hij bewust voor deze variant van het gangbare stucwerk omdat het materiaal natuurlijk is en er geen synthetische kleurstoffen aan toegevoegd zijn. De wand op de bovenste verdieping, waar het het meest licht is, werd onverdund okergeel van kleur. Met natuurlijke witte pigmenten ontstond een menging van licht okergeel voor de wand van de werkkamer op de eerste verdieping waar minder licht is. Die fijner gekleurde toplaag ging over de basislaag van ruw leem.
Ander argument waarom voor leem werd gekozen was dat het de vochtigheid in huis reguleert. "Het hele idee geeft mij een goed gevoel. Net zoals hout onder mijn voeten; dat voelt lekker. De beide ruimtes zijn heerlijk om in te verblijven."
Leem is grond. Het is een mengsel van klei, silt en zand. De term zand, zoals de geoloog die gebruikt, heeft betrekking op korreltjes waarvan de afmetingen uiteenlopen van 0,05 tot 2mm. Silt is een fijner materiaal: het heeft een korrelgrootte van 0,05 tot 0,004 mm. Klei bestaat uit korreltjes kleiner dan 0,004 mm.
Per soort leem kan de samenstelling verschillen. In de grond van de Betuwe
vinden we bijvoorbeeld een maximum percentage van 50 procent kleigehalte, 35
procent leem en 15 procent zand. In een andere extreme situatie is er helemaal
geen klei in aanwezig. Maar om het als bouwmateriaal te kunnen gebruiken is het
wel nodig dat er een fractie klei in de leem zit. Een gemiddelde samenstelling
is 10 procent klei, 70 procent silt en 20 procent zand. Klei is het bindmiddel.
Zand, silt en eventueel kiezels zijn de vulstoffen.
Voor bouwwerken wordt aan het 'recept' leem vaak nog stro of vlaskaf toegevoegd.
Dit verhoogt de binding van het mengsel en maakt het daardoor sterker. Ook
verhoogt het de krimpfactor en bepaalt de isolatiecapaciteit. Als toeslagstoffen
kunnen ook hennephout, papiercellulose en zaagsel worden gebruikt.
In oude tijden werd er al met leem gewerkt. In de bijbel lezen we bijvoorbeeld dat 'de massa door treden met de voeten werd omgewerkt' (Jesaja. 41: 25; Nahum 3:14) en 'tot lemen vaten of tichels verwerkt'. (Ex.odus 1:14)
In Nederland zijn klei en leem van oudsher de meest gebruikte delfstoffen. In combinatie met andere materialen werd het hier tienduizend jaar geleden gebruikt om er hutten van te maken. Nog in onze tijd leeft eenderde van de wereldbewoners in lemen woningen. In onze regionen kwam leem als bouwmateriaal door de opmars cement, baksteen, beton en staal in de verdrukking. In vakwerkhuizen, zoals we die in Zuid-Limburg nog zien, is het toegepast als vlakvulling in de houtskeletbouw. Tegenwoordig is dit honderd procent bouwbiologisch materiaal weer actueel.
Behalve toegepast als leemstuc en vlakvulling in de vakwerkbouw, kent de leembouw ook samenstellingen voor de constructie van wanden en ovens. Ook bestaan er leemstenen, leemmortel en leembouwelementen.
Behalve dat dit materiaal vriendelijk is voor het milieu heeft leem bouwfysisch meer positieve eigenschappen: het heeft een goede geluidsisolatiewaarde en is vochtregulerend. Wanneer de luchtvochtigheid stijgt, nemen lemen muren het vocht langzaam op. Bij droge lucht wordt het vocht geleidelijk weer afgegeven. Ook heeft het een warmteregulerend vermogen: koel in de zomer en warm in de winter.
Doordat het vrij zacht materiaal is ontstaat er gemakkelijk schade aan, zoals krassen, maar deze beschadigingen zijn met een beetje vocht ook weer gemakkelijk te repareren. En last but not least: leem is altijd te hergebruiken.
Leem heeft niet alleen als bouwmateriaal een positieve invloed op onze gezondheid. Sommige leemsoorten worden gebruikt in de cosmetica en geneeskunst. Voorbeelden hiervan zijn schoonheidsmaskers, modderbaden, leemzalven, en -poeders. Duitsland, Frankrijk, België en Zwitserland kennen gespecialiseerde leemkuuroorden voor medische behandeling.
Leem kan groen, rood, geel, bruin, grijs of wit van kleur zijn. Elke soort heeft zijn eigenschappen samenhangend met de streek of de diepte waar het gevonden wordt. Van alle soorten leem hebben de groene en de witte de meest heilzame werking. Van groene leem wordt gezegd daqt het de eigenschap heeft dat het energie opslaat uit zonlicht. De energie van deze zongedroogde leem komt weer vrij zodra de leem in contact komt met bijvoorbeeld het menselijk lichaam. Groene leem wordt dan ook bij diverse huidklachten gebruikt.
Witte leem wordt in de natuurgeneeskunde gebruikt voor leemcompressen en -wikkels. Voor zo'n leemomslag wordt dan meestal 1 eetlepel witte leem met kruidenthee aangemaakt tot een dun papje. De keuze van de kruiden hangt samen met de kwaal: bij bijvoorbeeld gezwellen heermoes- of eikenschorsthee, bij zenuwontstekingen melissethee. Voor de behandeling van reuma wordt thee uit eucalyptusbladeren, jeneverbesnaalden of wilde tijm aanbevolen. De leempap wordt vervolgens gelijkmatig op een linnen doekje uitgesmeerd en op de te behandelen plek gelegd. Bij ontstekingen, bijvoorbeeld van een zenuw, wordt aanbevolen om aan de leempap nog wat Johannesolie toe te voegen. Het bevordert de kans op genezing en houdt de pap kneedbaar. Vooral bij chronische aandoeningen wordt geadviseerd afwisselend leemomslagen en gekneusde koolbladeren aan te leggen omdat de leem een verdelende, en kool een meer samentrekkende werking heeft. Door de wisselwerking ontstaat een lichte prikkeltherapie die bij chronische aandoeningen, zoals reumatoïde-arthritus, gunstig werkt.
Inwendig wordt leemwater gebruikt bij bijvoorbeeld diarree en ontsteking van
het darmslijmvlies.
Hiervoor is ook de witte, zandvrije, leem het meest geschikt.