Kunst werkt genezend

Aad Meijer

Kunst scheppen en van kunst genieten werkt helend. Over deze genezende werking laten we kunstenaar Frouk Riemersma aan het woord. Zij beschrijft een speurtocht naar de vormen in de fysieke wereld. Waar leidt die zoektocht ons heen? Naar de wereld van scheppende wezens waarvan we als mens ook zelf deel uitmaken. Een beeldhouwer aan het woord over Kunst en genezing.

Vanaf mijn vierde is het er. Wanneer ik buiten zit te tekenen of in een stuk mergelsteen aan het snijden ben, voel ik me één met alles. Toen wist ik al: dit hoort bij mij. Later, toen ook het vallen en opstaan in mijn leven ging meespelen, ontdekte ik dat Kunst heelmakende momenten brengt. Dat noem ik achteraf het ‘zijn-met-de-dingen’. Iedereen heeft de kracht in zich om zoekend, tastend, handelend, toegang te vinden tot heelheid. Dit soort ervaringen die ik als kind had, hebben mijn levenshouding bepaald.

Het scheppen verplaatst je naar een plek of een staat-van-zijn die minder of geen beperkingen heeft, waar allerlei conventies, angsten wegvallen. Eenmaal daar weer uit, besef je waar het doel ligt van je zoekend handelen. In dat tastende gebaar verbind je het starre aardse met kosmische krachten. De ziel wordt deelnemer: intermediair tussen werelden.

Schelp

Als ik interesse heb in een vorm in de buitenwereld, een schelp bijvoorbeeld, ga ik intensief waarnemen, kijken naar de vormen die ik aantref. Ik word stil en laat de vorm in mij doordringen. Die vorm komt in mij binnen. Mijn Ik, mijn zielelichaam en mijn denken nemen de bewegingen, het ritme, de vormentaal op van de schelp. Op het moment dat ik helemaal ben afgestemd op dat ding buiten mij, ben ik die schelp geworden, is die schelp één met mij. Vanuit die toestand kan ik van binnenuit, vanuit mijn eigen levenskrachten, die vorm ‘aftasten’ en bijvoorbeeld uitdrukken in klei. Mijn eigen dagelijkse Ik, met al zijn emoties en beslommeringen, hoeft zich daar in het geheel niet tussen te plaatsen.

Naar model

Ook bij modelstudie dring je langzaam door tot de oorsprong van de vorm.

Aanvankelijk kijk je eerst als architect: hoe zit het hoofd, hoe zijn de verhoudingen, hoe wordt het hoofd gedragen, etcetera. Vervolgens ga je meer naar binnen toe en voel je na: waar ‘bolt’ het, waar trekt het naar binnen? Hoe drukt deze persoon zich in vormen uit? En wat voor krachten drukken hem terug in de vorm? Dat is het beeldhouwerproces, het aftasten van naar binnen zuigende en naar buiten duwende vormkracht. Dan ga je nog een laag dieper, in de krachten van het bloed die zich in gebaar en stemming van het lichaam hebben afgedrukt. Die krachten nader je als je die waarnemingen ook zelf innerlijk mee-voltrekt aan je eigen lichaam, je eigen vormkrachten, je eigen zielemotieven. Ook daar moet de kunstenaar het ‘kleine ik’, het ego leren terughouden. Het ego zou dat proces van laag na laag dieper meebewegen in de weg zitten.

Afbraak en opbouw

Het model waar je mee werkt bekijk je allereerst met de ogen van de architect. Eigenlijk breek je het uiterlijke beeld af. Je kijkt naar verhoudingen, naar maat en gewicht. Door naar de onderliggende lagen te gaan, komt het weer tot leven. De tastende bewegingen van mijn handen wekken het beeld in het werkstuk tot leven. Mijn (intuďtieve) blik begeeft zich steeds meer in het spel van krachten achter de uiterlijke vorm. Door dit intensieve waarnemen te oefenen, leer je achter de vorm te kijken. Letterlijk. Als mijn blik de gestuwdheid of teruggetrokkenheid aan de voorzijde ziet, krijg ik al een gevoel voor de vorm van de achterkant. Daarvan word ik mij door mijn vormende handen bewust. Niet door in de hersenen te registreren en concluderen, maar in het waarnemend tasten van mijn handen.

Als het mijn leerlingen lukt om in dit proces te komen, zie je de concentratie toenemen; ze krijgen kleur en zijn alert in het nu aanwezig. Ze maken dan geen conceptueel werk, maar ‘scheiden een product af’ uit hun scheppend proces. Er ontstaat een schelp, een torso, een portret.

Vitaal

Het resultaat van dit scheppend proces is toenemende vitaliteit. Je bent even uit-één-stuk. De verbrokkelde realiteit van ons alledaagse bewustzijn is in de vrije handeling overwonnen.

Ik omschrijf dat wel als ‘je bron pakken, jezelf opnieuw scheppen’. Zoiets gebeurt ook in het regeneratieproces van de slaap. Wat ik zojuist beschreven heb ontstaat echter vanuit de scholingsweg van de kunstenaar.

Als een leerling van mij niet weet aan welk nieuw werkstuk te beginnen, geef ik vaak de suggestie om iets van het eigen lijf te boetseren. En dan liefst een deel van je waar iets niet lekker ‘zit’. Voetklachten bijvoorbeeld. Iemand gaat dit proces van kijken, aftasten en boetseren in met de waarneming van de eigen voet. Wat er dan kan gebeuren is het volgende: met het eigen vormkrachtenlichaam zet je het astraallichaam in de gezonde vorm. Die eerdere toestand van het astraallichaam in en om de voet was namelijk oorzaak van de klachten. Zo kun je boetserend genezen. Kunstzinnige therapie werkt gericht vanuit deze samenhangen.

Zondeval

Sinds de zondeval heeft de mensheid alles in zich om scheppend kunstenaar te worden. De appel werd ons gegeven om de kloof tussen de werelden van geestelijke oorsprong en die van de aardse realiteit zelfstandig te overbruggen. Dat proces gaat samen met toenemend bewustzijn en zelfbewustzijn. De zelfbewuste mens kan dat bewustzijn vrij leren houden van sympathie en antipathie. Dan komt er ruimte voor oefenend waarnemen en wordt de ziel zélf zintuigorgaan. Het waarnemen zoals ik het probeer te oefenen, kan voor artsen, verpleegkundigen en pedagogen veel betekenen en verrijkend zijn voor de omgang met de patiënt, het kind, de leerling.

Dit vermogen zullen we steeds meer nodig hebben om in complexe samenhangen door te dringen en aan te sluiten bij de aard van levensprocessen, waardoor werkelijke bronnen van genezing ontdekt worden.

De Mensheidsrepresentant

Rudolf Steiner heeft de antropos (de mens) in hout zó weergegeven dat de krachten die de mens omgeven en doordringen aan het beeld beleefbaar zijn geworden. De wereld van buitenaf drukt op mij in. Ik, vanuit mijn constitutie, druk terug. Daarin zie je een wisselwerking van krachten die of weerstand opleveren of ‘stromen’.

Volgens mij is deze wisselwerking aan het begin van de cyclus van het leven nog heel open. Een pasgeborene, een jong kind ontwikkelt pas geleidelijk aan een omhulling, een huid.

Het is aan de ouders en opvoeders om die omhulling zo lang te verzorgen tot het kind die schil zelf heeft. Het liefdevol waarnemen van het kind gaat dan geleidelijk over in een respectvol terugtreden, zodat het kind naar de volwassenwording toe kan groeien. Daarin maken opvoeders ongetwijfeld fouten, want ze zijn ook zelf wordende wezens.

Schil

Bij het oudere kind is die omhulling, huid al enigszins een schil van de persoonlijkheid geworden. Daarin zitten ook de gevolgen van fouten, conflicten opgesloten. Je zou het een overlevingsstructuur kunnen noemen. Tegelijkertijd is die schil een instrument waarin de omgeving zich spiegelt. Zonder scholing is het niet mogelijk om de wisselwerking van krachten waar te nemen die zich in mij en door mij afspeelt. Mijn Ik is in die ogenschijnlijke chaos niet te ontdekken. Dat Ik spiegelt zich in de mens die ik ontmoet. Deze mens neemt mij waar temidden van het spel van krachtwerkingen. Dat kan zeer confronterend en pijnlijk zijn. Vandaar de menselijke neiging zulke spiegels niet te willen zien, liever zulke momenten te verslapen. Het vraagt veel van ons om onszelf wakker-bewust te zien. Die spiegel kunnen we vaak niet verdragen.

Welnu: kunst is een methode om die spiegels te leren zien en er doorheen te zien.

Zekerheid

In het werken aan een opdracht, zoals de genoemde voetstudie, wordt het uiterlijke fysieke beeld een spiegel van de krachten die erin werken. Een leerling die met steen of klei aan het werk is, kan die wisselwerking op een zeker moment ervaren. Deze persoon ervaart zoiets zelf in elke cel, tot in de tenen. De krachten buiten en de krachten binnen zijn dan ongedeeld samen. Aan dit soort momenten groeit de moed om al die spiegels wakker aan te zien en er de krachten in te willen ontmoeten. Het leven wordt hierdoor zinvol. Met elke nieuwe ervaring neemt de kennis van onszelf toe en leren we omgaan met de krachten waaraan we zijn blootgesteld. En onze schil verandert mee.

Broederschappelijk

En dan wordt het interessant. Ieder gemaakt beeld dat ik buiten me zet, zegt iets over mijzelf. Ik hoef niet meer terug te schrikken voor gevoelens van angst, schaamte en wanhoop die ik wellicht krijg toegespiegeld. Ik neem waar wat eerst onuitgesproken in mij werkte.
Kunst die ons op deze manier dichterbij onze hartekwaliteit brengt, werkt vruchtbaar door in de gemeenschap.
In vroegere tijdperken hadden we conceptuele kunst, emotionele kunst. Voor de toekomst is broederschappelijke kunst nodig.

Antroposana
www.antroposana.nl

print dit artikel...

stuur dit artikel door via email...