
Een plant die in de winter bloeit. Dat is een merkwaardig feit. Zelfs een leek zal dat erkennen. Wat brengt Helleborus niger tot dit afwijkende gedrag? Of, om het vriendelijker te formuleren, wat drukt de Kerstroos hiermee uit?
Normaal gesproken trekken overblijvende kruidachtige planten zich in de winter geheel in de wortel terug. Je zou ook kunnen zeggen dat de wortel zijn krachten uit de plant terugneemt. De Kerstroos doet dat niet. Juist in de winter komen in de wortel sterke levenskrachten vrij. Deze voeren de Kerstroos, tegen de verstarrende krachten van de koude in, tot groei en bloei. De bloem van de Kerstroos is dan ook minder dan bloemen van andere planten een product van de zonnekracht. Het is eerder een bloem uit aardekracht. De bloem heeft dan ook een koeler aanzien, wat haar overigens niet minder mooi maakt. Deze koele schoonheid wordt tot een hoogtepunt gevoerd als ijskristallen zich op de blaadjes vastzetten. Hoewel de Kerstroos, als ranonkelachtige, botanisch gezien dus allerminst een roos is, is zij wat schoonheid betreft de naam roos zeker waardig.
Helleborus niger is een plant die haar eigen levensritme leidt, tegen de seizoensinvloeden in. Aan de basis hiervan ligt een sterk ontwikkeld wortelgestel. Wellicht is deze sterke verbondenheid van de plant met de aarde een aanwijzing voor het feit dat de Kerstroos tientallen jaren oud kan worden. Deze eigenzinnige plant is zeer giftig. De werking op het hart evenaart die van de Digitalis en wat de ontregeling van het zenuwgestel betreft komt zij de Atropa belladonna zeer nabij. De slechte opneembaarheid van de plantenstoffen voor het menselijke organisme, maakt de Kerstroos echter tot een plant die in de geneeskunde moeilijk te gebruiken.
In de homeopathie wordt Helleborus niger soms bij klachten van nieren en urinewegen ingezet. Wellicht ligt hier een verband met het verschijnsel dat Helleborus een sterke relatie met het element water heeft, net zoals andere ranonkel-achtigen (bijvoorbeeld de boterbloem en de dotterbloem). Als door het water opgestuwd, vertonen ze een levenskrachtige groei en hebben ze een intens groen uiterlijk. Zelfs de bloemblaadjes doen, door hun glans en vlezigheid, waterachtig aan.
Jan Graafland, 30 december 2004