Antroposana folder
Wie ziek is wil graag beter worden, zo nodig met hulp van geneesmiddelen. Bij ernstige klachten verlang je soms zelfs naar een pil die alle pijn of ongemak onmiddellijk wegneemt. Snelle symptoombestrijders zul je in de antroposofische medicijnkast echter niet vinden. Antroposofische geneesmiddelen onderdrukken geen symptomen maar helpen je om 'goed ziek' te zijn. Als je een ziekte goed doormaakt, dan vindt er een proces van genezing plaats en antroposofische geneesmiddelen helpen je bij dit proces. En na afloop voel je je werkelijk beter.
Ongeveer een eeuw geleden onderrichtte Rudolf Steiner (1861-1925) een aantal artsen in de antroposofische geneeskunde. In samenspraak met deze artsen, in het bijzonder met de Nederlandse arts Ita Wegman, ontwikkelde Steiner de eerste antroposofische geneesmiddelen. Deze medicijnen hebben een minerale, plantaardige of dierlijke oorsprong. Steiner onderkende, zoals ook Samuel Hahnemann (de grondlegger van de homeopathie) de rijkdom aan geneeskrachtige stoffen die de natuur biedt. Omdat de mens een afspiegeling in het klein is van wat zich in de gehele kosmos afspeelt, zijn daarbij ook de processen die zich in mens en natuur afspelen van groot belang voor de antroposofische geneeskunde en de antroposofische geneesmiddelen.
Hahnemann legde indertijd als eerste het verband tussen kinine en malaria. De verschijnselen die kinine teweegbracht leken sterk op de symptomen van een malaria-aanval. Dit bracht hem op het idee om kinine als geneesmiddel te gaan gebruiken. Daarmee introduceerde hij een belangrijk principe in de geneeskunde: Similia simibilus curantur, ofwel het gelijke wordt door het gelijksoortige genezen.
Steiner bouwde deels op dit principe voort. Hij liet zien dat je een plant (of mineraal, of dier) grondig moet bestuderen om te ontdekken of en op welke manier zij als geneesmiddel zou kunnen dienen. Hoe ziet een plant eruit, hoe groeit en bloeit zij? Wat is haar chemische samenstelling? In welke omgeving tref je haar aan? Het antwoord op deze en andere vragen levert tenslotte een beeld op van de verborgen kwaliteit en werkzaamheid van de plant. De arts let daarbij vooral op de processen die in de plant tot uitdrukking komen.
Met dezelfde zorgvuldigheid proberen antroposofische artsen zich een beeld te vormen van de patiënt en van de ziekte. Zij letten daarbij weer op de processen die juist in déze mens gaande zijn: hoe is zijn fysieke gesteldheid, met welke instelling staat hij in het leven, hoe is zijn levensloop, hoe verloopt de ziekte? Op welke wijze is het dynamische evenwicht dat gezondheid heet in de loop van de tijd verstoord geraakt? Het zal overigens duidelijk zijn dat deze intensieve werkwijze bijvoorbeeld om praktische redenen niet altijd mogelijk is en ook zijn er ziektebeelden waarvan de juiste behandeling min of meer vastligt.
In het opbouwen van dit beeld van de patiënt speelt onder andere het zogenaamde drieledig mensbeeld een grote rol. Rudolf Steiner onderscheidde in het menselijk organisme drie functionele systemen, te weten het zenuwzintuigsysteem, het ritmisch systeem en het stofwisselingsledematensysteem - ofwel de bovenpool, het middengebied en de onderpool. Bij ziekte is de balans tussen deze drie systemen verstoord.
De antroposofische arts werkt overigens ook met een andere principe, waarbij hij een bepaald ziekteproces juist met het tegenovergestelde behandelt, bijvoorbeeld kou met warmte. Een derde principe is dat van het 'afnemen': een te sterke werkzaamheid van de bovenpool gaat bijvoorbeeld gepaard met een verzwakte werking in het gebied van de onderpool. Met hulp van een medicijn kan de te sterke werkzaamheid afnemen en kan de te zwak werkende onderpool zijn werk weer doen.
Het beeld dat de arts langs de geschetste weg heeft opgebouwd, wijst vervolgens in de richting van bepaalde geneesmiddelen. De arts heeft daarbij de keuze uit een groot aantal antroposofische geneesmiddelen, die variëren in bereidingswijze, in vorm en in wijze van toediening. Zo zijn er voor de antroposofische geneeskunde typische plantencombinaties of samenstellingen van mineralen die als voedingspreparaat voor een bepaald orgaan kunnen dienen. Dit zijn de 'doronen', zoals Biodoron of Cardiodoron.
'De stof verdwijnt, de kracht verschijnt!'
Deze wijsheid vormt de basis van alle homeopathische en vele antroposofische geneesmiddelen. Hahnemann ontdekte namelijk een tweede belangrijk principe: een geneesmiddel kan zodanig verdund worden dat de werking niet afneemt, maar toeneemt. Het stapsgewijs verdunnen ofwel potentiëren versterkt de werkzaamheid. Overigens geldt dit principe voor iedere stof die door het menselijk lichaam wordt ingenomen: ons lichaam potentieert voortdurend.
Bij de geneesmiddelenbereiding wordt bijvoorbeeld één deel geconcentreerd plantenaftreksel verdund met negen delen water. Na het schudden en laten rusten van de vloeistof volgt een tweede, een derde en steeds verdere verdunning. Langzamerhand verdwijnt de werkzame stof, terwijl de vormkracht van mineraal, plant of dier vrijkomt en zich meer en meer verbindt met de vloeistof. De mate van verdunning is aangeduid met D1, D2 enzovoorts. D1 is een verdunning van 1:10, D2 van 1:100 (twee maal een verdunning van 1 op 10), enzovoorts. Hoe hoger het getal achter de D, des te sterker het geneesmiddel.
Over het algemeen zal de antroposofisch arts maar zelden potenties hoger dan D30 gebruiken, omdat de sterke werking daarvan strijdig kan zijn met het streven om de patiënt de ziekte zo goed mogelijk door laten te maken.
Droog potentiëren is ook mogelijk. Dit gebeurt met moeilijk oplosbare stoffen, zoals metalen. Deze stoffen worden verwreven met melksuiker.
Het verwerken van de geneeskrachtige stoffen tot de basissubstantie gebeurt meestal koud, maar ook warmtebehandelingen zijn mogelijk. Enkele voorbeelden zijn: koken, roosteren en verkolen.
De gekozen bereidingswijze maakt een geneesmiddel geschikt voor een bepaalde aandoening of een bepaald lichaamsgebied.
Het medicament kan de mens langs drie wegen bereiken: via het spijsverteringskanaal, via de huid en via injecties. Het innemen van druppels, korrels of tabletten is de meest vanzelfsprekende manier. Het geneesmiddel komt gewoon via de stofwisseling het lichaam binnen. Zalf en olie worden toegediend via de huid. Deze middelen werken vooral via het zenuwzintuigstelsel. De meest directe toedieningsweg is de injectie van vloeistof. Een injectie in de spieren (intramusculair) of in de bloedbaan (intraveneus) is daarbij nog directer dan de onderhuidse (subcutane) injectie.
Een ritme van een, twee of driemaal daags voor de maaltijd is gebruikelijk. Houd het middel enige tijd puur in de mond. Geneesmiddelen op alcoholbasis voor kinderen innemen met wat water. Het verdient aanbeveling om sterke prikkels, zoals koffie, cola, tabak of pepermunt (vooral in tandpasta), zoveel mogelijk te beperken. Gebruik indien mogelijk reguliere medicijnen niet op hetzelfde tijdstip als de antroposofische middelen.
Op het etiket van een antroposofisch geneesmiddel staat een uiterste gebruiksdatum. Deze houdbaarheidsdatum is wettelijk verplicht, maar in de praktijk zijn de meeste middelen langer bruikbaar. Overleg hierover met uw arts.
Bewaar de geneesmiddelen op een donkere plaats op kamertemperatuur (alleen Iscador wordt in de koelkast bewaard). De meeste druppels zijn met alcohol geconserveerd. Een goede kwaliteit blijft 3 tot 4 jaar behouden. Daarbij geldt: hoe hoger de verdunning, hoe beter de houdbaarheid. Druppels op waterbasis zijn niet langer houdbaar dan de datum op het etiket aangeeft.
Korrels en tabletten blijven 2 tot 3 jaar goed werkzaam.
Zalven en oliën worden bereid zonder conserveringsmiddelen. Olie of zalf die ranzig ruikt, kun je beter weggooien. Na 2 tot 4 jaar gaan kwaliteit en werkzaamheid vaak te sterk achteruit.
De meeste antroposofische geneesmiddelen zijn uitsluitend op doktersvoorschrift en dus via de apotheek verkrijgbaar. Via een aanvullende verzekering is vergoeding van (een deel van) de kosten mogelijk bij veel ziektekostenverzekeringen. De antroposofisch arts, antroposofische patiëntenverenigingen of het PPAG (zie hieronder) kunnen u hierover nader informeren.
Een toenemend aantal medicijnen komt tegenwoordig ook als zelfzorgmiddel op de markt. Deze middelen zijn zonder recept te koop in apotheek of drogisterij en horen thuis in de huisapotheek.
Hoewel de grootst mogelijke zorgvuldigheid is betracht bij het samenstellen van de hier geboden informatie, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. Antroposana houdt zich aanbevolen voor op- en aanmerkingen.
© 2004-2005 PPAG/Antroposana