een gesprek over eurythmietherapie
In het kader van onze reeks gesprekken over de verschillende antroposofische therapieën is het deze keer de beurt aan de eurythmietherapie. Een gesprek met Esther de Gans.
Leo Köhlenberg
Esther de Gans (50 jaar) kwam als kind op de Vrije School in Den Haag al in aanraking met eurythmie. "Ik heb het op school als pedagogisch vak ervaren en had absoluut nog niet het idee dat ik daar beroepsmatig mee te maken zou krijgen. Na mijn eindexamen ging ik eerst in de zorgsector werken, onder andere in de heilpedagogie en in de Rudolf Steinerkliniek. Pas nadat ik vanwege rugklachten aan den lijve de positieve werking van eurythmietherapie ondervond, was mijn keuze gemaakt. Ik volgde eerst de basisopleiding aan de Eurythmie-academie in Den Haag. Deze duurde vier jaar. Er waren drie werkrichtingen: kunstzinnig, pedagogie en therapie. Nadat ik een jaar pedagogisch had gewerkt, koos ik toch voor de eurythmietherapie-opleiding. Na de therapeutische opleiding die anderhalf jaar duurde, heb ik 14 jaar in een therapeuticum in Leiden gewerkt. In 1992 ging ik naar de Zeylmans kliniek. Ik heb daar met erg veel plezier, in een geheel andere setting gewerkt. Toen de kliniek dicht ging heb ik in Naarden mee kunnen werken aan het opstarten van het therapeuticum. Gelijktijdig begon ik in Utrecht in het therapeuticum, eerst vervangend, later in het vaste team. Het is fijn om in overleg met verschillende disciplines je werk te kunnen doen. Ik ben nu drie dagen in Utrecht en twee dagen in Amersfoort werkzaam."
Wat is nu eigenlijk eurythmie?
"Eurythmie is het bewegen vanuit woord of muziek. Dat de mens op muziek
beweegt kennen wij van de dans. Bij woordeurythmie wordt op gesproken tekst
bewogen. In beide gevallen wordt met de beweging uitdrukking gegeven aan de
elementen van de taal of de muziek. Het gaat bij de woordeurythmie niet zozeer
om de communicatievee kant, alswel om de dynamiek van de taal. De taal wordt in
feite omgevormd in het gebaar. Er wordt uitdrukking gegeven aan kleur, stemming,
zoals vrolijk, licht, gedragen, etc.
Bij de tooneurythmie wordt geprobeerd het gehele lichaam tot een instrument te
maken om, wat je zou kunnen noemen, ‘zichtbaar te zingen’. De muziek zelf wordt
tot uitdrukking gebracht. Hierbij moet bovendien worden bedacht, dat de gestalte
van de mens, als ‘instrument’, is opgebouwd naar muzikale verhoudingen.
Verhoudingen van bijvoorbeeld de ledematen, komen overeen met de
intervalverhoudingen van onze toonladder. Het eigenlijke van de muziek, wat
leeft tussen tonen: in het interval of in een motief, kan in zichtbare
bewegingen worden uitgedrukt. Hierbij wordt visueel iets nieuws geschapen".
Hoe kan de eurythmie genezend werken?
"Bij ziekte zijn orgaanprocessen verstoord. Door specifieke klankgebaren regelmatig te herhalen, kunnen orgaanfuncties worden hersteld. Ze worden weer in het goede ritme teruggebracht. Hierbij moet worden bedacht dat beweging en ritme leven in de natuur, in plant en dier, maar ook in de mens. Denk aan onze ademhaling, het kloppen van het hart, het ritme van slapen en waken. Bij de therapie komt, door het bewegen van de ledematen, de mens uiterlijk en innerlijk in beweging. De gehele mens wordt in lichaam, ziel en geest aangesproken."
Hoe bepaalt de arts of eurythmietherapie nodig is?
"Inzicht in het ziekteproces en de ervaring van de antroposofische arts met de verschillende therapieën spelen een belangrijke rol. Vervolgens is de inzet van de patiënt erg belangrijk. Het is zeker een actief gebeuren, waarbij het erom gaat dat het lichaam de beweging als plezierig ervaart. Voor elke ziekte zijn er specifieke oefeningen. Afhankelijk van het ziektebeeld, de patiënt en zijn klachten, kiest de eurythmie-therapeut in overleg met de behandelend arts de oefeningen en stelt een behandelplan op. Een eerste behandelperiode omvat meerdere sessies van elk 30 minuten, één of twee keer per week. De oefeningen worden dagelijks door de patiënt gedaan, waardoor de werking wordt verdiept. Er is geen kennis van eurythmie, ervaring of talent voor beweging nodig".
Kun je een praktisch voorbeeld geven?
"Ja, bijvoorbeeld hoge bloeddruk. De bloeddruk is zelf een zaak van beweging. Hij is nooit constant maar heeft te maken met het welbevinden van de mens. Bij hoge bloeddruk kan het een teveel aan activiteit op de verkeerde plek zijn. Met de bewegingen die moeten worden gemaakt is het zaak het evenwicht te herstellen. Afhankelijk van de diagnose van de arts betreffende de hoge bloeddruk van deze patiënt kan er een specifieke beweging worden gegeven. Bewegingen hebben hun eigen wetmatigheid. Zo hebben de 26 klanken, letters van het alfabet, een eigen bewegingskwaliteit. Door combinaties van klanken kan een specifieke therapeutische werking worden bewerkstelligd. Het voordeel van beweging is dat je een betreffende oefening altijd kunt uitvoeren, ‘altijd bij je hebt’".
Is er nog een leeftijdsgrens voor eurythmietherapie?
"Nee, jong en oud kunnen de oefeningen doen. Dit geldt vanaf de babytijd tot hoge leeftijd. Mijn oudste patiënt is 92. Baby's van twee weken kun je natuurlijk niet zelf de bewegingen laten doen. Wanneer er bijvoorbeeld stoornissen zijn in de stofwisseling, wanneer een baby overgaat van moedermelk op vast voedsel, kan eurythmietherapie behulpzaam zijn door de bewegingen met de beentjes te doen, die de stofwisseling stimuleren. Bij kinderen kan de therapie ondersteunend, herstellend en corrigerend werken. In de praktijk kom je allerlei problemen tegen, bijvoorbeeld bij de gebitsvorming, niet zindelijk kunnen worden, of een storing in de motorische ontwikkeling. Zelfs in de laatste levensfase, bij stervensbegeleiding, kan eurythmietherapie haar diensten bewijzen. Daar gaat het dan natuurlijk niet om genezing, maar het kan de kwaliteit van het leven, bevorderen. Iemand die het koud heeft kan bellen om een kruik, maar kan ook een bepaalde oefening doen om warm te blijven. Hetzelfde geldt voor het kunnen verdragen van pijn, waarbij therapie ook een hulpmiddel kan zijn.
Eurythmietherapie kan dus breed ingezet worden, maar je moet er wel voor in beweging komen, want: leven is beweging".
Dit interview werd oorspronkelijk gepubliceerd in Evenwicht, tijdschrift over gezondheid en ziekte vanuit de antroposofie, jrg.3, nr.2, mei 2002