Droomkind Carla

Column van de schoolarts

Eén keer per week komt ze langs, Carla, een zevendeklasleerling. Steeds stipt op tijd. Haar ouders en de mentor maken zich zorgen. In de klas is zij de stille leerling die vaak bij overhoringen het antwoord niet weet. Carla is slecht in het onderscheid van hoofd- en bijzaken. Zij schrijft uiteindelijk toch weer het hele verhaal op als de opdracht is: samenvatten.

Remedial Teaching, huiswerkbegeleiding en hulp van moeder en oudere zus helpen niet. De stof wil maar niet beklijven.

Tijdens het eerste gesprek is de moeder er ook: een grote stevige vrouw met levendige ogen en een krachtige manier van praten.

Carla heeft een motivatieprobleem maar ook lichamelijke klachten zoals hoofdpijn en ’s morgens niet lekker zijn, vertelt de moeder. Ook slaapt ze onregelmatig. En moeder heeft het moeilijk met het ontoegankelijke gedrag van dochterlief. Carla stelt het huiswerk uit of zegt geen huiswerk te hebben. Wel besteedt ze veel tijd met ‘chatten’, achter het beeldscherm van de pc.

Moeder praat aan één stuk. Dochter zwijgt. Zij is tenger en rank van gestalte en heeft lang golvend donkerblond haar. Opvallend zijn de gave en gladde getinte huid en de grote geloken ogen.

De twee volgende keren komt Carla alléén. Ze zegt niet te ontbijten en verder op de dag ook op te letten wat wél en niet gegeten moet worden om slank te blijven. ‘Deze mooie slanke jongedame vindt zich te dik’, verbaas ik me.

Verder vertelt ze over al haar therapieën en bijlessen. Er is al heel wat afgedokterd en er ligt een hulpvraag bij een psycholoog. Alles op een rij lijkt het mij dat er al heel wat druk staat op dit meiske. Zij ondergaat echter alles gelaten en vraagt mij of ik haar kan helpen van haar onzekerheid-in-het-leven af te komen. Ze zwijgt over de klachten, de slechte schoolresultaten en haar afkeer van eten.

Als ik haar leven ‘doorneem’ zegt Carla – schouderophalend - van niks te weten. Geen indruk van de eerste dag op school, geen herinnering aan de kleutertijd en ook uit de jaren van de onderbouw komt er niets opborrelen. ’Nee echt, ik weet niks’, zegt ze met een verontschuldigend lachje en verder wacht ze af wat ik aandraag aan adviezen om zekerder te worden in het leven.

In het laatste gesprek vraag ik haar wat ze er zélf aan wil doen. Glazig kijkt ze me aan: ‘Jij bent toch de dokter die het weet?’.

Met het beeld van Carla loop ik rond en dat beeld wordt langzaam duidelijker. Ik vind in haar veel eigenschappen van het ‘verdroomde type’ terug. Dat is het zieletype met overheersende maankwaliteiten. Dit type is onderhevig aan innerlijke passiviteit en is geneigd tot het spiegelen van de wereld. Carla laat zich alle zorgen en bekommeringen van haar moeder en leerkracht maar al te graag aanleunen. Zij ondergaat dit tumult lijdzaam en droomt haar dromen.

Ik stel moeder voor om de hele batterij hulpverlening even los te laten en haar dochter een langere periode kunstzinnige therapie te laten doen. Dit sluit aan bij de beleving en kan innerlijk wekkend werken. De therapie maakt Carla enthousiast en gelukkig. De leerkracht oefent extra samenvattingen met haar. Dit versterkt de innerlijke activiteit.

Aan het eind van de rit hadden moeder en ik een gesprek over ouders die teveel het goede willen voor hun pubers. ‘Zet het idee probleemdochter uit je hoofd’, stelde ik voor.

Ik ben zelf moeder en weet: daar is best lef voor nodig.

 

Om redenen van privacy is de naam Carla een gefingeerde naam en heeft de schrijver, die antroposofisch arts is, voor zichzelf een pseudoniem gekozen –red.

 

Eerste publicatie op 1 oktober 2005

Antroposana
www.antroposana.nl

print dit artikel...

stuur dit artikel door via email...