Antroposana folder
Somber zijn we allemaal wel eens. Een tegenvaller op het werk. Problemen in de relatie of met de kinderen. Meestal gaat die somberheid na verloop van tijd over. Maar soms gaat het anders. De somberheid houdt heel lang aan en wordt niet af en toe doorbroken door vrolijkheid of door het genieten van de mooie dingen die het leven ook biedt. De kans is groot dat er dan sprake is van een depressie.
Jaarlijks lijden in Nederland ongeveer 500.000 mensen van allerlei leeftijden aan een depressie. Deze kan ontstaan door vele factoren, zoals een bepaalde aanleg of ziekte, medicijngebruik, jeugdervaringen maar ook door stress of verlies. Toch wordt niet iedereen hierdoor depressief. Het hangt sterk af van de manier waarop je in het leven staat. Kun je het leven aan, heb je genoeg mensen om je heen, ervaar je de zin van het leven? Ook opvoeding en onderwijs spelen een grote rol: een veilige omgeving en een veelzijdige ontwikkeling zijn belangrijk.
Als mens leven we in het heden, met het verleden achter ons en de toekomst voor ons. De depressieve mens is echter vooral met het verleden bezig. Dat verleden is een bron van gevoelens van zelfkritiek, woede, schuld of verdriet. En omdat de wilskracht verlamd lijkt, lukt het niet een verbinding met de toekomst aan te gaan: een depressief mens leeft zonder hoop of vooruitzicht.
De verschillende vormen van depressie zijn moeilijk precies van elkaar te onderscheiden. En soms gaat een depressie schuil achter lichamelijke klachten, zoals een slecht werkende lever, of bepaalde gedragsgewoonten, zoals een verslaving.
Deze vorm van depressie kennen we allemaal wel. Grotere of kleinere tegenslagen in het leven leiden tot somberheid of verdriet. Meestal is de depressieve stemming na een paar dagen, weken of maanden weer verdwenen. Na het overlijden van een dierbaar persoon kan iemand wel een jaar of langer neerslachtig blijven. Het verdriet gaat soms gepaard met wanhoop, woede, schuldgevoelens, slaapproblemen en verlies van de eetlust.
Als de depressieve stemming niet over gaat, is er sprake van een milde depressie. De verschijnselen nemen toe. Iemand met een milde depressie kan zich minderwaardig, hopeloos en schuldig voelen, teveel of te weinig slapen, teveel of te weinig eten. Zich concentreren lukt niet meer en de belangstelling voor de omgeving is weg. Onverschilligheid en besluiteloosheid overheersen. Iemand kan een neiging tot zelfmoord krijgen of zelfs zelfmoordpogingen doen. Soms treedt deze milde vorm van depressie zo maar op, zonder aanwijsbare oorzaak.
De hiervoor genoemde verschijnselen treden in toenemende mate op. Iemand met een ernstige depressie ervaart het leven zowel lichamelijk als psychisch alleen maar als zwaar. Iedere belangstelling voor het leven is weg en zelfmoord lijkt nog de enige uitweg. In zeer ernstige gevallen kan het contact met de realiteit verstoord zijn.
Bij manische depressiviteit wisselen depressieve periodes zich af met periodes van overdreven activiteit, waanvoorstellingen en zelfverzekerdheid. Vrouwen die pas bevallen zijn, kunnen lijden aan een post-natale depressie. Er zijn mensen die last hebben van een seizoensdepressie, bijvoorbeeld door het weinige licht in de winter.
In de meeste gevallen is een depressie goed te behandelen met gesprekstherapie en medicijnen. Een antroposofisch arts zal niet alleen proberen de directe oorzaak van de depressie op het spoor te komen, maar onderzoekt ook waarom de patiënt 'vatbaar' is voor een depressie. Indien nodig verwijst hij door naar een psychiater of psychotherapeut die op basis van antroposofische inzichten werkt, en/of naar de antroposofische psychiatrische kliniek.
De antroposofische behandeling van depressie kan uit de volgende elementen bestaan:
De individuele situatie van een patiënt bepaalt welk van deze elementen de nadruk krijgt in de behandeling. Zo nodig zal ook de antroposofisch arts reguliere anti-depressiva voorschrijven.
Sommige mensen lijden aan een steeds terugkerende depressie. Leefgewoontes die kunnen helpen om een aanval van depressie te voorkomen zijn:
Het kan bevrijdend werken een dagboek bij te houden. Hiermee plaats je je problemen als het ware buiten jezelf zodat er iets nieuws naar binnen kan komen. Ga op zoek naar het waarom van een depressie, want dat kan tot andere perspectieven leiden. Zoals ons lichaam voedsel verteert en daaruit kracht put, zo kan ook het verteren van een depressie nieuwe innerlijke krachten schenken.
Tien procent van de mannen en twintig procent van de vrouwen heeft minstens één keer in hun leven last van een depressie. Het is dus heel gewoon. Toch kijken we vaak raar aan tegen iemand die er last van heeft: we weten niet zo goed raad met mensen die psychisch ziek zijn. Goed bedoelde adviezen helpen iemand soms nog dieper in de put: een depressie gaat niet over door 'wat flinker te zijn'. Je helpt het meest door iemand gewoon te accepteren zoals hij is en klachten niet weg te wuiven. Blijf contact houden, ook al is dat moeilijk, en biedt ondersteuning bij het (her-)vinden van ritme in het leven.
Hoewel de grootst mogelijke zorgvuldigheid is betracht bij het samenstellen van de hier geboden informatie, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. Antroposana houdt zich aanbevolen voor op- en aanmerkingen.
© 2003-2005 PPAG/Antroposana
Eerste publicatie op 22 februari 2005