De media

Nieuws/ Praatprogramma/ Zoekmachine/ Filebericht/ Antwoordstrookje/ Videogame/ Ontbijttelevisie/ DVD/ Huis-aan-huisblaadje/ Nintendo/ Weerbericht/ SMS/  Reclameblok/ Glossy magazine/ Krantenkop/ MP3/ Weekendbijlage/ Chatten/ Reality soap/ Digitale snelweg/ Beursberichten/ Direct mail/…

De media bieden voor elk wat wils - maar wat willen WIJ?

Volgens onderzoek(1) zijn kinderen tussen de twee en de achttien jaar gemiddeld per dag ruim vier uur bezig met elektronische media. Dus met tv-kijken, surfen op het internet, computerspelletjes, dvd's en al die andere vormen van tijdsbesteding die de moderne techniek mogelijk heeft gemaakt. De gemiddelde volwassene komt, in vrije tijd en in werktijd, misschien ook wel tot zo'n daggemiddelde. Wat doen we eigenlijk al die tijd?

Zitten

Met name voor computers thuis geldt dat de wijze waarop ze gebruikt worden vaak niet zullen voldoen aan ergonomisch verantwoorde voorwaarden. Daarmee dringen ze de gebruiker in een ongemakkelijke, op termijn ongezonde, lichaamshouding. En als de computeropstelling voor u als volwassene wèl ergonomisch verantwoord is… dan is die opstelling dat zeer waarschijnlijk niet voor uw kinderen, die misschien ook wel eens achter de computer zitten.

'Computeren', tv kijken e.d. dragen bij aan een gebrek aan lichaamsbeweging en daarmee aan de toename van zwaarlijvigheid die in vele westerse landen wordt geconstateerd. Net zo zwaarwegend is echter dat, voor het opgroeiende kind beweging, het 'werken met de ledematen', een noodzakelijke voorwaarde is voor een gezonde ontwikkeling, niet alleen in motorisch maar o.m. ook in intellectueel opzicht. Vanuit de antroposofische visie op de ontwikkeling van het kind was dat al langer bekend, ook anderen hebben inmiddels dergelijke verbanden onderzocht en blootgelegd. (2)

Om RSI-klachten, zoals de muisarm die mede wordt veroorzaakt door de kleine bewegingen met de muis, te voorkomen, is het verstandig bij het werken achter de computer niet te lang in één houding te zitten. Regelmatig bewegen in je stoel of even rondlopen dus.

Voor de computer of televisie geldt wat ook voor elektrische apparatuur in het algemeen geldt: ze brengen ons in aanraking met elektromagnetische velden. Die velden zijn overal waar we elektrische apparaten gebruiken, ze zijn dus tegenwoordig bijna overal en bijna altijd om ons heen. Inmiddels zijn er deskundigen die spreken over 'elektroallergie', een overgevoeligheid die sommige mensen hebben voor elektromagnetische velden en die tot een grote verscheidenheid aan ernstige of minder ernstige klachten kunnen leiden, variërend van duizeligheid, nervositeit of hoofdpijn tot slapeloosheid of huiduitslag.

Kijken

Voor de meeste media is het gebruik van een beeldscherm (monitor) onontbeerlijk. Een video kijken, een werkstuk maken op de computer of een e-mailtje verzenden, steeds zitten we 'naar een beeldscherm te koekeloeren'. Dat blijkt echter iets heel anders te zijn dan het kijken naar een voorwerp in de wereld om ons heen.

Wat gebeurt er als we naar, bijvoorbeeld, een boom kijken? We richten de blik op een bepaald punt op de boom, dit is het punt waarop we scherp zien. Vervolgens 'tast' onze blik de boom af: twee tot vijf keer per seconde verspringt het fixatiepunt, het punt van de boom dat we scherp zien, en dit doen we net zolang totdat we voldoende waarnemingen hebben om ons een totaalbeeld van de boom te vormen. Het beeld dat nu in ons bewustzijn ontstaat is tot rust gekomen. Dat onze ogen zo actief waren, steeds een nieuw fixatiepunt kozen en deze verschillende delen tot een totaalbeeld samenvoegden, dat zijn we ons niet bewust. Kijken is een heel actief proces, het berust dan ook op onze wil om ons met de wereld te verbinden.

En het kijken naar het beeldscherm? Oogartsen in Amerika leggen een verband tussen het veelvuldig bekijken van een beeldbuis (elektronenstraalbuis) en het steeds vroeger optreden van bijziendheid bij kinderen.(2) Het beeldscherm bestaat uit een raster van 520625 kleine puntjes, die ieder na elkaar - en in een tempo van 25 maal per seconde - door een razendsnel bewegende straal worden belicht. Onze ogen, die twee tot vijf maal per seconde een fixatiepunt zoeken, vinden op het beeldscherm geen fixatiepunt: het hele beeldscherm wordt 25 maal per seconde vernieuwd.

Dat heeft op onze ogen het effect dat ze gaan staren, en de snelheid waarmee ze een nieuw fixatiepunt zoeken neemt met 90% af (bijvoorbeeld: in plaats van drie maal per seconde één maal per drie seconden). Onze pupillen verkleinen zich, we stellen niet meer in op diepte en het gezichtsveld beperkt zich tot 10% van het normale gezichtsveld. In samenhang met deze verschijnselen verandert tijdens het kijken naar een beeldscherm ook de hersenactiviteit, de hersenen komen in het alpha-ritme dat kenmerk is van een trance-achtige bewustzijnstoestand. Daarmee is ook de wil tot verbinden, die bij het gewone kijken voorwaarde is, weg. We raken in een toestand waarin we allerlei beelden in ons opnemen zonder dat we besloten hebben die beelden te willen opnemen.

Dit ligt anders bij gebruik van een LCD-scherm of een scherm met soortgelijke technologie (laptops, notebooks): hier is het beeld opgebouwd uit bijvoorbeeld vloeibare kristallen en staat stil. Ook is de stralingsbelasting aanzienlijk minder.

Verdwalen…

Een heel ander aspect van de media is de vraag naar de inhoud die ze ons bieden. Boeken, kranten, reclamedrukwerk, radio en tv, internet of computerspelletjes: wat bieden ze ons?

Heel veel!, dat is wel de eerste constatering. De hoeveelheid informatie die dagelijks tot ons komt is overstelpend. Positief geformuleerd kunnen we zeggen dat die enorme hoeveelheid ons uitdaagt om een bewuste keuze te doen en niet alles over ons heen te laten storten. Voor wie bewust met die informatie weet om te gaan en voor wie daarin de weg kent, is er natuurlijk veel belangwekkende, interessante of nuttige informatie te vinden. Er valt haast geen thema te bedenken of er is wel over geschreven. De televisie kan ons informeren over zaken waarvan we het bestaan niet eens wisten en internet stelt ons in staat om binnen enkele minuten een schat aan informatie over welk onderwerp dan ook te bekijken. In dit opzicht vormen de media voor de bewuste gebruiker een waardevol instrument dat een schat aan informatie kan ontsluiten.

Keerzijde van de medaille is dat wie niet of minder goed in staat is om gericht met de hoeveelheid informatie om te gaan, figuurlijk gesproken kan verdwalen of zich geen raad meer weet met alles wat op hem afkomt. Veel kinderen hoef je niet uit te leggen hoe een computer werkt of hoe ze op internet kunnen surfen, maar die praktische vaardigheid op zich stelt hen nog niet in staat om op een gezonde manier met alles wat ze tegen kunnen komen om te gaan. En, met of zonder knipoog, zijn we misschien ook als volwassenen nog wel een beetje 'kind'.

De fascinerende 'virtuele wereld' die de computer toegankelijk maakt, kan verslavend werken op degenen die deze wereld niet voldoende zelfbewust betreedt, of betreden kan. Dat kan leiden tot een verarming van het onderlinge contact: ieder individueel achter zijn eigen beeldscherm, of de ander - je partner, je kind - onbereikbaar gedurende de uren dat hij voor de computer zit. Het werkelijke sociale contact kan onmerkbaar worden ingewisseld voor 'virtuele contacten'. Zoals geregeld voorkomt kan de 'chatter', die 'elektronisch in gesprek is' met anderen, een 'virtuele identiteit' aannemen, al dan niet opgebouwd met verzonnen karaktertrekken. De 'botsing met de sociale werkelijkheid', die ons, soms met pijn in het hart, uitnodigt om ons zelfbeeld of ons beeld van de ander meer in overeenstemming met de werkelijkheid te brengen, ontbreekt in de virtuele wereld.

… of de weg weten?

En dan is er natuurlijk nog de vraag naar de aard van de informatie die de verschillende media ons voorschotelen. Wie het erop aanlegt kan zijn avondje tv zo inrichten dat hij van de ene moord naar de andere zapt. Wie niet goed oplet loopt de kans dat hij zijn kleinkind een computerspelletje cadeau geeft waarbij de bloederigheid van het scherm druipt. Wie een ommetje langs de digitale snelweg maakt kan terecht komen in een virtuele rosse buurt die de werkelijkheid doet verbleken.

Wat moeten we daarmee? Niets, als we dat niet willen. We hebben zelf de verantwoordelijkheid voor ons eigen innerlijke leven, en dus ook voor datgene waaraan we ons bloot willen stellen. Zolang wetten het niet verbieden kan een ieder daarin zijn weg gaan en dat moet ook zo zijn. Waarom zouden wij een moreel oordeel uitspreken over iemand anders dan over onszelf?

Alleen voor kinderen, daar ligt het anders. Hun ontwikkeling valt, totdat ze op eigen benen kunnen staan, onder de verantwoordelijkheid van hun ouders of opvoeders. Zouden we een klein kind alleen laten oversteken op een druk en onbekend kruispunt? Zouden we een kind in zijn eentje de digitale snelweg laten 'oversteken'? Zouden we een kind van acht aan het werk zetten met een elektrische grasmaaier? Zouden we hetzelfde kind zijn gang laten gaan met een computerspelletje waarbij het erom gaat zoveel mogelijk virtuele vijanden te molesteren? Het opmerkelijke is dat veel volwassenen zelf nauwelijks de weg weten in de virtuele wereld waarin ze hun kinderen laten spelen.

De meer lichamelijke effecten, zoals hierboven aangeduid, treden vanzelfsprekend altijd op. Daarnaast, zo is inmiddels ook uit verschillende onderzoeken gebleken (2), kan het spelen van een computerspelletje met extreem geweld - het zal niemand verbazen - andere gevolgen hebben dan, laten we zeggen, het opzoeken van een recept op internet. Met andere woorden: de inhoud van de virtuele wereld die wij betreden is voor ons innerlijk leven niet neutraal. Een Amerikaanse psycholoog die jarenlang in het Amerikaanse leger werkzaam was, publiceerde onlangs een boek (3) waarin hij wijst op het verband tussen het spelen van gewelddadige computer- of videospelletjes en het toenemend aantal gevallen waarin jongeren, meestal nog scholieren, in schoolgebouwen, restaurants e.d. 'voor de vuist weg' anderen neerschieten. Ook los van dergelijke, gelukkig nog extreme, voorbeelden is het toch een ernstige vraag waar de toename van geweld in onze samenleving zijn wortels vindt.

Voor langzamerhand ook op maatschappelijk niveau optredende fenomenen als onverschilligheid, cynisme of de neiging zich niet tekort te laten doen, laat zich eveneens de vraag stellen vanwaar ze stammen. Is er een weldenkend mens die zal twijfelen aan de juistheid van het vermoeden dat datgene waarmee we ons innerlijk bezighouden zal doorwerken op ons sociaal handelen? Langs die weg kan de zogenaamde virtuele realiteit ook 'echte' realiteit worden, zoals ook al het waardevolle waarin we ons verdiepen ons dagelijks handelen kan inspireren.

Een ander aspect dat samenhangt met de inhoud van de media is de vraag naar de 'kleur' van deze inhoud. Hoeveel informatie wordt er niet op ons afgestuurd die ons ertoe wil brengen het een of het ander aan te schaffen? Of: hoeveel informatie wordt, om commerciële, politieke of andere redenen, niet een beetje 'bijgekleurd' om ons op het verkeerde been te zetten?

Zo plaatsen de media ons voor vele belangrijke vragen. Juist de modernste media, vooral de computer en de vele mogelijkheden die deze biedt, leggen deze vragen met grote indringendheid voor ons neer. Waar willen wij vertoeven: in de virtuele 'werkelijkheid' of in de werkelijkheid van de wereld en de mensen om ons heen? Waarmee willen we ons bezighouden, waarin willen we ons verdiepen: in de pulp die ons wordt gepresenteerd of in het betekenisvolle, dat er ook is wanneer we het zoeken. Wat kunnen we voor waar nemen, en wat kunnen we als onzin of 'onwaar' terzijde schuiven? Hoe blijven we, in de diepste betekenis, onszelf temidden van de overvloed aan informatie?

Het zijn stuk voor stuk zinvolle vragen en blijkbaar zijn we eraan toe ze te beantwoorden. Met dank aan de media.

Noten:

  1. Zie: (G)een kwestie van afwegen; de computer in de onderbouw, Jeroen Kraamwinkel, Driegonaal jrg.25, nr.4 (feb. 2002), Hemrik 2002.
  2. Fool's gold: a critical look at computers in childhood, edited by Colleen Corder and Edward Miller, een rapport van de Alliance for Childhood.
  3. Warum töten unsere Kinder?, Dave Grossmann en Gloria DeGaetano, Stuttgart 2002.

Geraadpleegd:

Antroposana
www.antroposana.nl

print dit artikel...

stuur dit artikel door via email...