John Hogervorst
In de rug bevindt zich het deel van het menselijk skelet dat ons lichaam draagt. Het skelet is verbonden met de wekere delen van ons lichaam: de spieren, banden, pezen en ligamenten (deze verbinden botten aan elkaar). Wanneer de relatie met spieren, pezen en banden gezond is, zijn we dankzij het skelet in staat rechtop te lopen. De ruggenwervels zijn uit kalk gevormde, bijna steenachtige elementen. Pas in de levendige wisselwerking met de wekere delen is beweging mogelijk.
Aan het krachtenspel tussen het skelet en de andere delen van ons lichaam danken wij de verticale stand en het bewegingsvermogen, die samen ons in staat stellen de zwaartekracht te trotseren.
De rug vormt een middengebied tussen boven en beneden. In ons hoofd, onze bovenpool, is het centrum van lichte krachten, dat zijn krachten die een naar boven gerichte werking uitoefenen. In ons beenderengestel en in onze spijsvertering zetelen de krachten die naar beneden gericht zijn. Dit zijn de krachten van de benedenpool. De mens zoekt onophoudelijk het midden tussen lichtheid en zwaarte en dat kun je zowel fysiek als spiritueel opvatten. In ons borstgebied, waar zich het hart en de longen bevinden, bevindt zich een ritmisch leven dat het midden bewaart tussen bovenpool en benedenpool en dit voor onze gezondheid zo belangrijke middengebied wordt gedragen door de rug.
De opgerichte houding van de mens, waarin de ruggengraat zo’n belangrijke rol speelt, is sterk afhankelijk van de krachten die we in de nacht, tijdens het slapen, opdoen. In de horizontale rusthouding van het slapen nemen we de krachten op die het geheel van spierwerkingen in de wervelkolom doordringen. Die krachten maken het oprichten, het lopen en onze andere bewegingen mogelijk.
Tijdens het slapen staan we dus in verbinding met een bron van opbouwende, vitale levenskrachten. Deze levenskrachten nemen bezit van ons slapende lichaam wanneer ons bewustzijn ‘weg’ is. Uitgedrukt in antroposofische termen: wanneer we slapen betreden ons Ik en ons astraallichaam een andere wereld (de spirituele wereld) terwijl ons fysieke lichaam en ons ether- of levenskrachtenlichaam op bed achterblijven. Ons gewone, wakkere bewustzijn is weg en de vitale levenskrachten kunnen daardoor diep inwerken op onze spijsvertering. Daarmee krijgen we de vitale krachten aangereikt waardoor we ’s ochtends normaal gesproken weer uitgerust en fit aan de nieuwe dag kunnen beginnen.
Zo is er ’s nachts sprake van opbouw, en overdag -door de kracht die het wakkere bewustzijn vergt- sprake van afbraak. Hieruit valt ook te begrijpen waarom een goede nachtrust, een gezond ritme van dag en nacht in zijn algemeenheid, van groot belang is.
Wanneer er een probleem voelbaar is in de rug wijst dat op een tekort aan opbouwkrachten, dat betekent te weinig vitaliteit, of op een overdaad aan afbraakkrachten, veroorzaakt door stressfactoren. De antroposofisch arts of fysiotherapeut zal bij rugklachten ook allereerst proberen vast te stellen welke van de twee mogelijkheden aan de orde is.
Het eerste wat een patiënt doet die bij de arts of therapeut komt, is precies aanwijzen waar de pijn zit. Aan het uitvoeren van bewegingen wordt duidelijk welke plek van de rug ‘protesteert’. Zenuwpijnen in de armen of benen wijzen naar de plek in de rug waar de corresponderende zenuwbundel uittreedt, want vanuit de tussenwervelschijven lopen zenuwen naar de armen, de organen in de buikholte en de benen. Rugproblemen in het gebied van schouder en nek kunnen zorgen voor pijnen in de armen, die in de lage rug stralen vaak uit naar de benen.
“Ik heb geen last van mijn rug, hoor!’, zeggen patiënten dan wel eens, maar de problemen komen dan wel degelijk vanuit de rug. Een fysiotherapeut zal onderzoeken waarom de zenuw in het vastgestelde gebied wordt geprikkeld. Dat kan verschillende oorzaken hebben. De rugzenuw kan bekneld zijn geraakt door kalk-aangroei (dat noemen we kanaal-stirrose). Een andere mogelijkheid is dat de tussenwervelschijf in elkaar gezakt is of dat de spieren in dat gebied te sterk aangespannen zijn. Deze drie oorzaken kunnen de zenuw in een beknelde staat brengen.
Het kan nog ingewikkelder. Het komt voor dat een hoger of lager gelegen wervel de beweging die pijn oplevert gaat overnemen. De pijnplek is gefixeerd geraakt, de spieren laten het rond die plek volledig afweten en een ander deel van de rug wordt ter compensatie extra belast, wat weer extra problemen kan opleveren. Dan is het van belang dat de patiënt leert om op een goede manier te bewegen, bukken en tillen. Het is niet voor niets dat mensen die lichamelijk zwaar belastend werk doen, worden getraind om goed te bewegen om de risico’s van rugproblemen te verminderen.
Ritmische massage is een vorm van fysiotherapie die in de antroposofische geneeskunde wordt toegepast. De ritmische massage is ontwikkeld door Ita Wegman en Margarethe Hauschka. Met ritmische massage wordt geprobeerd een verstoord evenwicht, dat zich bijvoorbeeld uit in rugpijn, weer te herstellen. De fysiotherapeut probeert weer in beweging te brengen wat verstard is. De massage is bedoeld om een proces op gang te brengen dat weer een evenwicht kan brengen tussen het inwerken van de opbouw- en afbraakkrachten. Een gezond, ritmisch evenwicht brengt weer vitaliteit. En daarbij wordt natuurlijk, zoals in de antroposofische geneeskunde steeds, de mens gezien als een wezen dat bestaat uit lichaam, ziel en geest. Dat betekent ook dat lichamelijke klachten een niet-lichamelijke component kunnen hebben.
Bij acute spit bijvoorbeeld, dat is een vaak hevige spierpijn in de onderrug, speelt een frustratie van de wil mee die zo doorwerkt dat het lage deel van de wervelkolom verkrampt en in de zwaarte ‘schiet’. De patiënt kan zich niet normaal bewegen of oprichten. De verticale houding is verstoord. Zo uit de klacht zich in het lichaam. In het gebied van de ziel geldt, zo verklaarde Margarethe Hauschka, dat de persoonlijke initiatiefkracht van de patiënt is lamgelegd.
Bij spit zal de ritmische massage er vaak op gericht zijn om de pijn weg te leiden uit de onderrug door de nek intensief te behandelen. Het bewustzijn wordt weggeleid en naar het gebied van de nek gevoerd. Daardoor zal de pijnplek onder in de rug zich ontspannen. Pijn is in dergelijke gevallen het gewaarworden, het opmerken, van een deel van het lichaam dat je normaal gesproken niet voelt. Dat gebeurt met behulp van wat in de antroposofie het astraallichaam van de mens wordt genoemd. Door het astraallichaam hebben wij gewaarwordingen en voelen wij pijn. Wanneer de spieren zich op de pijnlijke plek in de onderrug ontspannen, ‘laat het astraallichaam daar ook weer los’ en neemt de pijn af. Na de nekmassage kan een warme bijenwaspakking op de onderrug weldadig op de pijnlijke plek inwerken en verder meehelpen aan het ontkrampen. Warmte ondersteunt de opbouwkrachten, zoals de gezonde nachtrust dat ook doet.
Ook met de behandeling van een plotseling optredende schouderpijn kan met ritmische massage een goed resultaat worden bereikt, als de patiënt er tijdig bij is. De ritmische massage is er dan op gericht om de pijn weg te leiden en een prettig, ontspannen gevoel terug te brengen in het pijnlijke gebied. Wanneer de schouderklachten langere tijd aanhouden, kan dat leiden tot een zogenoemde ‘frozen shoulder’. Dan is de kap van het schoudergewricht gekrompen en heeft de patiënt pijn bij de minste inspanning van de arm. De oorzaak is vaak een verkramping van één of meer nekwervels of van een deel van het borstgebied. De situatie wordt meestal pas acuut, wanneer de algemene weerstand van de patiënt sterk achteruit is gegaan. Werkomstandigheden, psychische overbelasting, een traumatische ervaring kunnen die weerstand hebben afgebroken.
Bij een klacht als deze spelen niet-fysieke factoren vaak een rol. Het behandelen van een frozen shoulder vraagt veel tijd en oefening. De patiënt moet een algehele weerstandsverbetering doormaken.
Wanneer er een genezende werking van de ritmische massage uitgaat, is die genezing het eigen antwoord van de patiënt op de aangeboden impulsen. Daarom ook is het belangrijk dat de patiënt na een ritmische massage altijd enige tijd rustig blijft liggen, dat helpt om het eigen antwoord op gang te brengen.
Bewegen is gezond, dat is werkelijk waar. Tegelijkertijd is het in onze tijd zo dat we steeds minder bewegen, en dat begint al op jonge leeftijd. Kleine kinderen zitten in buggies en lopen nauwelijks. De peuters worden veel te lang gereden, getild en gedragen. Dat levert de moeders rugklachten op maar de kinderen worden ook, zoals uit onderzoek blijkt, zwaarder dan vorige generaties. Het gymnastiekonderwijs op de basisschool is grotendeels wegbezuinigd.
Bewegen helpt ook tegen osteoporose, botontkalking. Door dagelijks minimaal dertig minuten actief te bewegen, kun je osteoporose tegengaan, maar nooit geheel voorkomen. Iemand die van jongsaf aan veel gesport heeft en dat blijft doen, zal ook op oudere leeftijd sterke botten houden.
De meeste vormen van sport geven de rug de gelegenheid te spannen en ontspannen. Topsport valt daarbuiten omdat die vaak roofbouw pleegt op de gezondheid. Sport en spel leveren ons een rijkdom aan beweging. Bij het wandelen zou je bij een doorkijkje in de wervelkolom de gezonde mens zien ‘dansen’, dat wil zeggen dat de gewrichten en wervels (met weke delen) de bewegingen in een vloeiend gebaar van elkaar overnemen. Via een computer-animatie kun je tegenwoordig een gedetailleerd bewegingsbeeld bestuderen van bijvoorbeeld de wandelende mens. In de bewegingsreeks van het wandelen zit een enorme flexibiliteit die de bewegingen van moment tot moment aanpast en in harmonie brengt. Daarom is het goed dat het tot iedereen doordringt: we moeten bewegen! Want de moderne welvaart en techniek hebben als schaduwzijde dat we niet meer hoeven te bewegen voor ons dagelijks brood.
Daarom moeten we ‘uit eigen beweging’ in beweging blijven, voor onze gezondheid.
Eerste publicatie op 1 januari 2006