"Het meest essentiële is dat je door te kijken naar je biografie tot een ontmoeting komt met je hogere wezen"
Ank Kramers
Van de arts Floris Reitsma verscheen onlangs het boek Levensloop en lotsbestemming1 waarvan intussen al ruim de helft van de oplage over de toonbank ging. Het boek biedt een concept waarmee we het ouder worden onder ogen kunnen zien, er positief en actief vorm aan kunnen geven: de biografie als dialoog met jezelf.
Net 77 jaar geworden, gaat Floris Reitsma zelf een nieuwe zevenjaarscyclus in zijn leven in met een nieuwe opgave: zijn fysieke lijf. Na een beroerte, enkele maanden geleden, herstelt hij langzaam maar zeker. "Ik heb nooit met mijn ledematen geleefd. Ik wandelde in het bos om in de natuur te zijn, niet om een sportieve prestatie te leveren. Nu moet ik ermee uitkomen." Zijn boek leeft hij nu zelf.
Pas in de tijd dat hij als wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Utrecht verbonden is, gaat Reitsma zich interesseren voor de ouder wordende mens. Voordien heeft het onderwerp nooit zijn speciale belangstelling gehad, ook niet toen hij nog als huisarts werkzaam was in Amsterdam. Nu wordt hij geïnspireerd door zijn vrouw Rumi, die als leidster in de gezinsverzorging steeds weer te maken heeft met deze problematiek. Hij verdiept zich aanvankelijk puur theoretisch in dit onderwerp, door boeken uit de vakgebieden van de gerontologie en de geriatrie te lezen. Een hartinfarct maakt, dat hij zijn actieve beroepsleven vervroegd moet afsluiten. Zoals meestal de vrouw haar man volgt in zijn arbeidsbiografie, zo worden de rollen hier omgekeerd en volgt hij zijn vrouw naar verre oorden als Amerika en later Duitsland.
In Californië leren de Reitsma's de leefwijze van de Amerikaanse
mens kennen, ze vormen zich een beeld van de Amerikaanse samenleving.
Hoewel veel ouderen zich in het warme Californië verzamelen, is het 'not
done' om oud te zijn of, erger nog, op oud zijn te worden
aangesproken. De oudere mens definieert zich door alles wat hij 'nog'
kan, en niet door wat hij 'in waarheid is'. De ontkenning van de
aftakeling is in Amerika nog veel sterker dan in Europa, althans in
die tijd: in 1986 keren de Reitsma's terug naar Nederland.
Na een kort verblijf in Zeist, waar Reitsma lessen geeft aan de
studenten van de Academie de Wervel en voordrachten houdt in Huize
Valckenbosch, brengt de betrokkenheid van zijn vrouw voor de
gehandicapte mens hen toch weer naar het buitenland: nu naar een
S.O.S.-kinderdorp in Duitsland. Hier blijven ze slechts een jaar.
Dan komt Reitsma, weer in het voetspoor van zijn vrouw, in het 'Johanneshuis'
in Öschelbronn in Duitsland terecht. Het Johanneshuis is een zeer
grote leefgemeenschap van en voor antroposofen, met 360 wooneenheden
voor ouderen en drie verpleegafdelingen, waar 140 verpleegkundigen
werken. Zijn vrouw gaat er leiding geven aan verpleging en verzorging.
Ze brengen er tien jaar door.
De nieuwe omgeving is niet onbekend, want Floris Reitsma heeft er al
eerder voordrachten gegeven. Nu leeft hij er temidden van de bejaarden
en heeft er vele vriendschappelijke contacten. De voordrachten die hij
er houdt, ontstaan vanuit de eigen omgeving, vanuit de waarneming van
de oudere mens: "je las de weg daar af." De bewoners van het Johanneshuis zijn vaak al hun hele leven met antroposofie bezig: er is
een spirituele voedingsbodem, die een wezenlijke uitwisseling mogelijk
maakt. De ideeën die hij er brengt - en die hij later in zijn boek
Levensloop en lotsbestemming zal uitwerken - slaan aan, maar: "ik
heb meer van hen geleerd dan zij van mij. Vaak waren mensen al op
eigen kracht bezig die weg te gaan."
Floris Reitsma laat een portret zien: een hoogbejaarde vrouw met
een vriendelijk gezicht waaruit heel wakkere ogen je aankijken.
"Dit is mijn leermeesteres, weduwe van Reinhard Wagner, een van de
priesters uit de begintijd van de Christengemeenschap. Ze leefde heel
eenzaam en ik ging haar elke dag opzoeken. Over haar leven schreef ze
vijf biografieën, steeds vanuit een andere invalshoek, zoals: de
ontmoeting met mensen op haar levensweg; de sleutelmomenten, de rode
draad door haar leven. Zij ging echt die weg zoals later in mijn boek
beschreven."
"Mijn boek is geen theoretische verhandeling, maar levenspraktijk; ik ben die weg zelf gegaan, stap voor stap. Het zijn de crisismomenten in je leven, die tegelijk ontwikkelingsmomenten zijn: iets in je gevormde persoonlijkheid moet ruimte maken voor iets nieuws. Iets uit je leven moet in een nieuw perspectief worden geplaatst. Ziekte, dood, verlies, onzekerheid: wat staat me nu te wachten? De schrik slaat je om het hart. Maar ook en vooral: wat wil dit over mij zeggen? Om daar inzicht in te krijgen, is het noodzakelijk, je eigen biografie na te gaan."
Hoe? In de vorm van gesprekken of cursussen, waar je met anderen ervaringen uitwisselt?
"Nee: als je serieus werkt aan je ontwikkeling, zul je die weg
alleen moeten gaan. De opbouw van mijn boek maakt het ook voor
iedereen mogelijk, de weg met zichzelf te gaan en de stappen zelf ten
uitvoer te brengen. Het is een oefenweg in de zin van Rudolf Steiner.
In De weg tot inzicht in hogere werelden2 zegt Steiner: "Creëer
momenten van innerlijke rust en leer in die momenten het wezenlijke
van het onwezenlijke te onderscheiden." Daarmee ontwikkel je de kracht
om objectief naar jezelf te kijken en de dubbelganger in jezelf, je
tekortkomingen en de bron van de fouten die je hebt gemaakt, onder
ogen te zien. Mathias Wais3 schrijft uitdrukkelijk dat je nooit je
eigen biografie door kunt werken, maar daar ben ik het niet mee eens.
In het algemeen mag dit waar zijn, en het is ongelooflijk moeilijk om
die weg in je eentje te gaan, maar wil je die weg gaan in de zin van
Rudolf Steiner, dan moet je het alleen doen. Je beleeft die
confrontatie met het dubbelgangerelement in jezelf, je komt die twee
overmachtige wezens tegen waartussen je je leven leeft en die je van
je eigen weg doen afdwalen: Lucifer die je wegtrekt in illusies, en
Ahriman, die je aan de aarde bindt.
Het meest essentiële is dat je door te kijken naar je biografie tot
een ontmoeting komt met je eigen hogere wezen, daarmee in gesprek
raakt en gaat inzien wie je bent. Dat je probeert dat stap voor stap
op te bouwen en dat je er gevoel voor krijgt: met wie ben ik in
gesprek? Ik ben het zelf, ook die me die moeilijkheden tegemoet
brengt."
Prachtig is in dat verband het 'glasvenster' dat de kunstenaar Walther Roggenkamp maakte voor het Johanneshuis: "de mens tussen de machten van het lot". Door de speciale techniek van het uitslijpen van het glas verschijnt achter de mens - als zijn ware wezen - een door het licht doorstraalde engelgestalte. De twee begeleiders Lucifer en Ahriman aan weerszijden van de mens zijn duister. Bovenaan, van een hogere orde en eveneens oplichtend: de Christus. (zie illustratie)
De Reitsma's zijn al weer langere tijd terug in Nederland en hebben zich intussen gevestigd in een serviceflat aan de rand van Zeist. Er wonen vele oudere en zeer oude mensen, die duidelijk grote moeite hebben, met de problemen van aftakeling om te gaan. Ooit opperde Reitsma4 de mogelijkheid dat 'jongere ouderen' er een invulling van het leven in zouden kunnen zien, voor de stokoude mens te zorgen, maar dat noemt hij nu illusoir: "die 'jongeren' hebben het nog veel te druk met leven om zich op die manier met de ouderdom te willen bezighouden. Ouder worden wordt zo lang mogelijk ontkend. Gebrek aan zelfinzicht maakt, dat mensen nog taken op zich nemen die ze eigenlijk niet meer aankunnen."
Waar ligt de grens? Wanneer word je echt oud, dement?
"Op een gegeven moment begint de echte aftakeling, fysiek - wat
heel moeilijk is - en geestelijk, wanneer het vermogen om complexe
samenhangen in het leven te overzien, wegvalt, en de
ouderdomsverwardheid of dementie zich aankondigt.
In mijn boek beschrijf ik mijn ontmoeting met Mevrouw K., 98 jaar oud
en diep dement, van wie iets onnoemelijk lichtends uitstraalt.
Iedereen wil graag in haar nabijheid zijn. Daar schrijf ik: "Ik heb
ernaar gezocht hoe je die kwaliteit die van zo'n mens uitstraalt, kunt
benoemen; wat is dat? Ik heb er geen ander woord voor kunnen vinden
dan het woord: tegenwoordigheid van geest. (...) Een zijnstoestand
waarin reeds iets van de werkelijkheid van de geest beleefbaar wordt.
(...) Het zou de roeping van de mens in deze leeftijdsfase kunnen
zijn, dat hij in zijn hoge ouderdom de levende getuigenis wordt van de
werkelijkheid van de geest." Deze vrouw in het boek is een
uitzonderlijk geval, het is echt niet zo dat ieder dement mens ineens
stralend van spiritualiteit is. Ook voor mij is dementie een groot
raadsel. Wat maakt dat mensen zolang aan de drempel blijven hangen,
niet besluiten om te sterven of weer in het leven in te stappen?"
Is het belangrijk dat je op een gegeven moment innerlijk ervaart dat er geen andere levensopgaven op je wachten?
"Op het laatst kun je je afvragen: misschien zijn je taken volbracht? Mijn beroerte van enkele maanden geleden confronteert mij nu zelf met vragen: Waarom treft mij dit nu, nu ik 77 ben? Wat is de rol van het intellect in ons leven? Waarom krijg je na een leven waarin het intellect centraal staat opeens met het lijf te maken? Wat moet ik nog inhalen? Ik heb nooit met mijn ledematen geleefd, en nu doet een hand helemaal niet meer mee. Spreken en schrijven zijn nooit een probleem geweest, en nu gaat dat moeizaam. Het is wel even wennen, dat het niet meer zo vlot gaat. Ik moet mijn woordvermogen terug veroveren, het gebruik van deze hand, om weer met twee handen auto te kunnen rijden. Zonder auto is lastig, openbaar vervoer niet haalbaar. Het weegt me zwaar... Je valt uit het hele sociale netwerk... Er was voor mij dus nog wat in te halen, in die zin was mijn leven kennelijk nog niet klaar."
Wat doe je met al die wijsheid die je in de loop van een lang leven hebt vergaard?
"Het boek was heel fijn om te doen. Verheugend was natuurlijk ook
dat een uitgever bereid was het uit te geven. Een manuscript,
gebaseerd op de in Levensloop en lotsbestemming aangekondigde
vervolgcursus in Valckenbosch over het leven na de dood, ligt al een
half jaar bij de uitgever. In een samenwerkingsproject met Claar de
Cock is getracht de Divina Comedia van Dante in verband te brengen met
mededelingen van Steiner over dit onderwerp. Ik dacht dat het vrij
aardig gelukt is. Het werk van Steiner is heel anders van karakter,
het gaat om een begripsmatige benadering, terwijl de Divina Comedia
een poëtisch kunstwerk is en je met dichterlijke beelden iets anders
overdraagt. Desondanks zagen we veel parallellen, dezelfde
mededelingen over hoe het leven na de dood eruit ziet.
Heel belangrijk is het zojuist verschenen boek Kijk op Karma,
gebaseerd op de cursussen van Ate Koopmans. Het geeft inzicht in
vragen als wat is karma, hoe werkt het, hoe kunnen we het aflezen aan
het menselijk lichaam, aan zijn verschijning? Je zou kunnen zeggen dat
mijn boek eraan vooraf gaat - en daarmee, met het werken aan de
terugblik op je leven, aan de taken ten opzichte van jezelf, kan een
mens nog heel lang door."
Noten:
1) F.E. Reitsma, Levensloop en lotsbestemming, Zeist 2001.
Besproken in het vorige nummer van Evenwicht, mei 2002; en, door de
interviewster, in ABC Antroposofie, nr 4, mei/aug 2002.
2) Zeist, 2e dr. 1993 (blz. 29)
3) Mathias Wais, Ich bin, was ich werden könnte, Ostfildern, 1995.
4) Das Goetheanum Wochenschrift, jaargang 1991, nr 43, blz. 403.
5) Lili Chavannes, Paul Wormer, Ate Koopmans, Kijk op Karma, Zeist,
2002.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Evenwicht, tijdschrift over gezondheid en ziekte vanuit de antroposofie, jrg.3, nr.3, september 2003.