Onlangs werden in het gerenommeerde Amerikaanse Journal of Allergy & Clinical Immunology de resultaten gepubliceerd van een groot Europees onderzoek naar de relatie tussen levensstijl en het voorkomen van allergieën. Dit zogenoemde PARSIFAL-onderzoek was opgezet als vervolg op een al in mei 1999 in het vooraanstaande Britse medische tijdschrift The Lancet gepubliceerd Zweeds onderzoek naar die relatie. In Evenwicht (de voorganger van Antroposana) van september 1999, werd daar destijds over bericht.
Aanleiding voor dat onderzoek was de hypothese dat allergieën bij kinderen in de westerse wereld tegenwoordig vaker voorkomen doordat hun afweersysteem zich onvoldoende zou kunnen ontwikkelen door het te snel en te vaak inzetten van koortsremmers en antibiotica. De uitkomst van het Zweedse onderzoek leek deze hypothese te bevestigen. Mede vanwege deze opzienbarende conclusie werd het PARSIFAL-onderzoek uitgevoerd in vijf Europese landen: Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Zweden en Zwitserland. In de naam van het onderzoek staan F, A en L voor respectievelijk ‘Farming’, ‘Anthroposophical’ en ‘Lifestyle’. Voor Nederland werkten het Louis Bolk Instituut en de Universiteit van Utrecht aan het onderzoek mee. Over de start van dit onderzoek informeerde Evenwicht in mei 2001.
Onderzocht werden 6630 kinderen van vijf tot dertien jaar, waarvan 1450 in Nederland. Tweederde van de kinderen waren Vrijeschoolkinderen, éénderde ‘gewone schoolkinderen’. Bij de ouders van de kinderen die aan het onderzoek deelnamen werd, door middel van een vragenlijst, informatie ingewonnen over omgevingsfactoren, mogelijk doorgemaakte infecties, eetpatroon, huisdieren, levensstijl en eventuele allergieën.
Ook in dit uitgebreider onderzoek zijn de bevindingen verrassend. Om te beginnen wordt nog eens bevestigd dat er grote verschillen bestaan in de manier van leven in een ‘Steiner-huishouden’ en zijn niet-antroposofische evenknie. Belangrijke factoren zijn dat kinderen die opgroeien in een ‘antroposofisch’ gezin of in een gezin waarin anderszins ‘bewust’ wordt geleefd minder snel en vaak antibiotica en koortsremmende middelen krijgen. Ze krijgen meer de gelegenheid om ‘uit te zieken’. Voorts wordt in deze gezinnen veelal bewuster en daarmee terughoudender omgegaan met inentingen. In ‘Steiner-units’ wordt ook minder gerookt, al helemaal niet tijdens de zwangerschap. Bij ruim driekwart van de Vrijeschoolkinderen, tegen 20% van de kinderen van gewone scholen, was de voeding voornamelijk biologisch en biologisch-dynamisch. Van de Vrijeschoolkinderen had 43% nog nooit een koortsremmer gehad, dit was bij de controlegroep 8 %. Deze verhouding was bij de antibiotica 42% tegen 15%. Tenslotte had een kwart van de Vrijeschoolkinderen een BMR(=Bof/Mazelen/Rodehond)-vaccinatie gekregen, bij de ‘gewone schoolkinderen’ bijna driekwart. Doorgemaakte mazelen: eenderde Vrijeschoolkinderen, eentiende controlegroep.
Gebleken is dat kinderen op Vrijescholen een significant lager risico (25 tot 30%) hadden op hooikoorts, allergisch eczeem en overgevoeligheid voor allergieën. Bij kinderen die vaker antibiotica krijgen komen allergieën tweemaal zo veel voor als bij Vrijeschoolkinderen. Er is een verhoogd risico op hooikoorts gevonden bij kinderen die een BMR-inenting hadden gekregen. Tevens werd een verband aangetoond tussen een doorgemaakte mazeleninfectie en een lagere kans op allergisch eczeem.
De algemene eindconclusie is dat bepaalde aspecten van een antroposofische levensstijl opmerkelijk vaak samengaan met een verminderde kans op allergische aandoeningen bij kinderen. De conclusies waren niet in elk onderzocht land hetzelfde, dit kan te maken hebben met ongelijksoortigheid in levensstijl tussen dezelfde groepen in verschillende landen. Een gegeven is bijvoorbeeld dat in sommige landen (bijvoorbeeld Nederland) Vrijescholen ook frequent worden bezocht door kinderen uit ‘niet-antroposofische’ gezinnnen. Misschien is het wel daarom dat in het onderzoek verschillende, ook hierboven aangehaalde benamingen worden gebruikt om de groep van mensen met een ‘andere leefstijl’ aan te duiden. Bewust omgaan met het gebruik van geneesmidddelen, bewust kiezen voor gezonde (biologische of BD) voeding, niet-roken, zijn keuzes die niet hoeven samen te vallen met een antroposofische achtergrond, netzomin als het gebruiken van je gezonde verstand.
De onderzoekers benadrukken bovendien dat een beperkt gebruik van antibiotica en koortsremmers slechts enkele van de facetten zijn van een antroposofische levensstijl. Het is zeer wel mogelijk dat er meer factoren zijn die een rol spelen bij het gevonden lagere risico.
Lyda Keizer
Nadere informatie: www.louisbolk.nl
Eerste publicatie op 1 april 2006