Antroposana folder
Iedereen heeft weleens angstgevoelens, want angst hoort bij het leven. Zo schrik je als je een kopje ziet vallen of als je denkt dat je thuis het vuur aangelaten hebt. Dat zijn kleine angstgevoelens die in het dagelijkse leven kunnen voorkomen. Indringender is de angst als je bijna een ongeluk krijgt of als iemand je bedreigt. In dergelijke gevallen is een angstreactie heel gezond, want die zorgt er voor dat je alert handelt.
Mensen kunnen ook aan angsten lijden die niet op een feitelijke situatie geënt zijn en dus 'niet-reëel' zijn. Wie hiermee te kampen heeft beseft vaak wel dat de angst onterecht is, maar heeft moeite om een manier te vinden om met de gevoelens van angst om te gaan. Wanneer angstgevoelens het dagelijkse leven negatief gaan beïnvloeden is er sprake van een angststoornis en is het van belang er iets aan te gaan doen. Het is in die gevallen verstandig om de hulp van een arts in te roepen. Deze zal kunnen helpen in de vorm van ondersteunende medicijnen en eventueel doorverwijzen naar gespecialiseerde hulpverleners.
Er bestaan meerdere indelingen van angststoornissen. Grofweg kunnen er zeven typen angststoornissen onderscheiden worden:
Bij de paniekstoornis is er sprake van plotselinge paniekaanvallen zonder duidelijke aanleiding. Zo'n aanval gaat gepaard met zweten, beven, een bonzend hart, versnelde hartslag, een beklemd gevoel op de borst, duizeligheid en misselijkheid. Mensen met paniekstoornissen hebben angst voor de angst en van daaruit vermijden ze vaak bepaalde situaties.
Bij de sociale fobie is er angst voor (de mening of kritische blik van) andere mensen. Bij de gedachte aan een vergadering, het moeten spreken in een groter gezelschap of het moeten aanspreken van een onbekende kan iemand het zweet al uitbreken.
Er bestaan ook specifieke fobieën waarbij de angst veroorzaakt wordt door een bepaalde aanleiding van buitenaf. Bekend zijn bijvoorbeeld de fobieën voor dieren zoals muizen of spinnen, voor onweer, voor bloed of wondjes. Hoogtevrees, vliegangst en claustrofobie behoren ook tot deze categorie. Dit soort angsten komt veel voor maar wordt pas een stoornis genoemd als er een duidelijke negatieve invloed is op iemands functioneren.
Daarnaast is er de obsessieve compulsieve stoornis, waarbij mensen geplaagd worden door dwanghandelingen en/of dwanggedachten, zoals de constante angst een ander wat aan te zullen doen of het eindeloos handenwassen.
Een posttraumatische stress-stoornis treedt op na een ervaring van diepe machteloosheid en aantasting van de fysieke integriteit, zoals een verkrachting of een oorlog. Herinneringen, dromen en het opnieuw beleven van de traumatische ervaring dringen zich ongewild op en kunnen samen gaan met prikkelbaarheid, slapeloosheid en concentratieproblemen. Vaak ontstaat er vermijdend gedrag waarbij situaties die dergelijke herinneringen kunnen oproepen uit de weg gegaan worden.
Bij een acute stress-stoornis is sprake van dezelfde verschijnselen, maar dan in de eerste maand na de traumatische gebeurtenis.
Tot slot spreekt men van een gegeneraliseerde angststoornis als mensen overmatig veel piekeren en tobben over alledaagse dingen. Naast gespannen en rusteloos is men vermoeid en prikkelbaar en is er vaak sprake van hoofd- en buikpijn.
Het komt voor dat iemand die aan een angststoornis lijdt de angst zelf niet herkend en alleen vanwege de lichamelijke verschijnselen waarmee de angst gepaard kan gaan - zoals hartkloppingen, hartritmestoornissen, ademnood, verhoogde bloeddruk, overmatig transpireren, beven, koude handen en voeten, diarree - een dokter opzoekt. Het onderzoek naar de lichamelijke verschijnselen levert in die gevallen zelden iets op en bij het aanhouden van de klachten worden soms tranquilizers voorgeschreven die de lichamelijke klachten beperken. Ook worden wel betablockers voorgeschreven. Beide soorten geneesmiddelen werken echter niet in op de werkelijke oorzaak van de lichamelijke verschijnselen, namelijk de angststoornis. Door het 'verdoezelen' van de lichamelijke symptomen belemmeren ze het opbouwen van een innerlijk tegenwicht tegen de gevoelens van angst. Terwijl in het vormen van een innerlijk evenwicht, waarin ook de angstgevoelens hun plaats hebben, de remedie tegen de angststoornis te vinden is. De basishouding ten opzichte van het leren omgaan met angst ligt in het accepteren van de angst. Vanuit dit gezichtspunt is angst geen ziekte maar een 'dringende uitnodiging' om een stapje te zetten in een proces van innerlijke ontwikkeling.
In de antroposofische geneeskunde wordt angst in verbinding gebracht met een aantal organen in het menselijk lichaam. Deze organen, nieren, lever, longen en hart, hebben ieder een specifieke rol in het verwerken van de indrukken die we dagelijks opdoen door middel van onze zintuigen en van de voorstellingen en gedachten die we ons naar aanleiding van deze indrukken vormen. Wanneer deze werkzaamheid van de organen verstoord raakt, kan het zijn dat er angstgevoelens, angstbeelden, dwanggedachten enz. in het bewustzijn binnenkomen.
Vanuit de nieren kunnen lichaamsangsten ontstaan, bijvoorbeeld angst voor pijn, voor bloed, dwangmatig handen wassen en ook een voortdurende drang naar lichamelijke ervaringen die kan uitmonden in een overgave aan genotsmiddelen of seksualiteit.
Vanuit de lever komen de levensangsten, zoals angst voor de toekomst. Deze angsten kunnen leiden tot een neiging zich uit de wereld terug te trekken, maar ook tot een manische, overdreven uitgelaten, overmoedige stemming.
Omgevingsangsten hangen samen met de longen; dit zijn angsten die te maken
hebben met het opnemen of juist afsluiten voor de omgeving, zoals pleinvrees of
claustrofobie (angst voor kleine ruimtes). Om met dergelijke angsten om te gaan
kan een neiging tot dwanghandelingen ontstaan of een neiging de werkelijkheid te
ontlopen in fantasie of dagdromerij, al dan niet met 'hulp' van tv,
computerspelletjes etcetera.
Vanuit een verstoorde werking van het hart kan doodsangst voortkomen.
In de antroposofische geneeskunde wordt de mens gezien als een drieledig wezen, met lichaam, ziel en geest. De therapie richt zich dan ook op het gezonde samenspel van die drie.
Lichamelijke klachten kunnen behandeld worden met antroposofische medicijnen, bijvoorbeeld medicijnen die de gezonde werking van een specifiek orgaan bevorderen en ook met inwrijvingen, baden of fysiotherapie.
Om een gezond innerlijk evenwicht op te bouwen (het gebied van de ziel) kunnen kunstzinnige therapie (schilderen, boetseren), muziek-, spraakvomings- of euritmietherapie worden ingezet.
In gesprekstherapie, door te bevorderen dat degene die aan een angststoornis lijdt meer invloed krijgt op zijn gedachten, gevoelens en handelen, wordt de geest aangesproken.
Angststoornissen vragen om een individuele benadering.
Het overwinnen van een angststoornis bestaat vaak uit het leren omgaan met de angst. Het geheim daarbij is dat de angst niet bestreden moet worden, maar dat je jezelf sterker moet maken. Als dat lukt is er veel gewonnen.
Omgaan met angst, Jeanne Dictus, Centrum Sociale Gezondheidszorg 1998
Angst, Michaela Glöckler, Christofoor 1991
Hoewel de grootst mogelijke zorgvuldigheid is betracht bij het samenstellen van de hier geboden informatie, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. Antroposana houdt zich aanbevolen voor op- en aanmerkingen.
© 2004-2005 PPAG/Antroposana