Mieke Linders
Zeker aan het einde van een lange en koude winter verlangen we haast allemaal naar het licht, de kleur en de warmte van het voorjaar. Toch is het lentegevoel met bijbehorende voorjaarskriebels niet voor iedereen weggelegd. Een bekend fenomeen is de moeheid die kan optreden wanneer de natuur zich omschakelt van winterstilte naar nieuw leven. De medische achtergrond ervan is onduidelijk. Voorjaarsmoeheid wordt gezien als een milde vorm van winterdepressie en wordt gerangschikt onder de seizoensgebonden depressie. In het Engels: Seasonal Affective Disorder (SAD). Van de Nederlandse bevolking schijnt 1 tot 5% last te hebben van serieuze seizoensgerelateerde klachten en daaronder zijn vier maal zo veel vrouwen als mannen. Wat gebeurt er zoal in het lichaam wanneer dit verschijnsel optreedt? Kunnen we de overgang naar een energiekere start bespoedigen?
“Is dit niet dezelfde maan?
En lente: is als een eerdere lente
Of toch niet?
Slechts mijn lichaam is zoals het altijd was…”
In de negende eeuw bezong de Japanse dichter Ariwara no Harihira aldus zijn gemoed in het voorjaar. Het einde van de winter werd in veel oude culturen gemarkeerd door rituele gebruiken en ‘omkeringsfeesten’ als lichtmis en carnaval. Men vierde de komst van de lente als feest dat symbool stond voor de wedergeboorte in de natuur. Gedurende carnaval (carne vale: vaarwel aan het vlees), werd de maatschappelijke orde bespot door middel van maskerades en zich te buiten gaan. Maskers symboliseerden de aanwezigheid van de geestelijke wereld en dienden van oudsher om de boze geesten te verjagen.
Oorspronkelijk werd het feest gevierd op vastenavond, de dag voordat in de katholieke traditie een periode van veertig dagen vasten aanbrak, in navolging van Jezus die veertig dagen in de woestijn doorbracht. Eerder leefde het carnaval als een heidens vruchtbaarheidsfeest, een vermenging van een Romeins lentefeest en een Germaans offerfeest, dat in de middeleeuwen werd opgenomen in een christelijke viering. Rusland kent het Maslenitsafeest, waarbij zeven weken voor Pasen een week lang pannekoeken worden gegeten. De pannekoek, rond, goudkleurig en warm, staat er symbool voor de terugkerende zon. De sprokkelmaand februari (afgeleid van het latijnse ‘spurcalia’ wat ‘vuil’ betekent) ging vooraf aan de eerste maart, iets meer dan tweeduizend jaar geleden de dag waarop het nieuwe jaar begon. En om dit nieuwe jaar goed te beginnen dienden lichaam en geest gereinigd te worden.
In deze oude gebruiken leefde iets van het intense proces dat plaatsvindt bij de wisseling van winter naar voorjaar.
Martinus Nijhoff in zijn gedicht ‘de Troubadour’:
“Hij heeft des nachts op een rivier gevaren,
Hij zag het zonlicht dat de straten kleurde-
En wist dat hij niet leefde, maar gebeurde,
Dat daden machtloos als seizoenen waren.”
Licht en ritme
Gezonde organismen kenmerken zich door ritme en balans. In de oude Chinese wijsheid werd veel waarde gehecht aan het ritme van de seizoenen. De mens, zo werd aangenomen, leeft enerzijds in het ritme van dag en nacht en daarnaast in het ritme van het jaar. De door het jaar heen wisselende stand van de zon werkt in op de mens en zorgt bij de wisseling van de seizoenen voor een complexe omschakeling van het menselijk organisme. Hormoonhuishouding, stofwisseling, bloedsomloop enzovoort ondergaan een verandering. De wisseling van het weer vergt aanpassing en kan leiden tot klachten als duizeligheid, hoofdpijn, matheid, moeheid, behoefte aan extra slaap en soms aan extra koolhydraten. Het zonlicht is de belangrijkste maat: het netvlies in onze ogen vangt de lichtsignalen op en stuurt in onze hersenen biochemische processen. Gedurende de nacht wordt via de pijnappelklier de stof melatonine gevormd. Deze stof ‘maakt moe’ en brengt de lichaamsactiviteit op een laag pitje. Gedurende de dag wordt de hoeveelheid melatonine afgebouwd en wordt de stof serotonine actief die opwekkend werkt. Hoe meer dag- en zonlicht, hoe meer serotonine wordt gevormd. Wanneer de verhouding tussen deze twee stoffen uit balans is kan dit tot voorjaarsmoeheid leiden. Ook wordt ons bioritme gemakkelijk verstoord door het kunstlicht, dat een extra behoefte aan slaap in de winter vaak in de weg staat.
Gebrek aan daglicht lijkt dan ook de eerste veroorzaker van een gevoel van uitputting aan het eind van de winter. Dat de dagen inmiddels al langer en lichter worden helpt nog niet direct. Bewegen in de buitenlucht, wat doorgaans minder gebeurt wanneer de dagen kort zijn, is dan ook een beproefd medicijn tegen de vermoeidheid. Uit onderzoeken waarbij vroeg in de ochtend langzaam sterker wordend licht wordt toegediend, zoals op een zomerdag, komen positieve effecten naar voren.
Reiniging en zelfzorg
Het einde van een lange winter betekent vaak dat onze energiereserve tot een minimum is teruggebracht. De winterse bewaargroenten zijn inmiddels een groot deel van hun vitaminen kwijt en ook de kastuinbouw levert minder rijke producten dan de in zon en buitenlucht geteelde gewassen. Onze organen worden niet voldoende gevoed en er kunnen verstoringen optreden. In de winter opgehoopte afvalstoffen kunnen spieren en gewrichten belasten en voor vochtophopingen zorgen. In het voorjaar is er dan ook veel aandacht voor reinigingskuren. Het lichaam kan worden gereinigd door lichtere en gezonde voeding, dat betekent vooral minder koolhydraten en afzien van zoete etenswaren. De natuur schiet te hulp met een overdaad aan bladgroen zodra de temperaturen oplopen. Jonge groene (on)kruiden als brandnetel, paardenbloem, muur, kervel, peterselie, verwerkt in voeding, werken zuiverend en zijn rijk aan vitamines en mineralen. Gember en mierikswortel werken opbouwend. Extra (bron)water drinken helpt om afvalstoffen af te voeren. Sommige mensen vinden baat bij sap- en vastenkuren. Ter ondersteuning van een reinigingskuur kan een leverwikkel worden toegepast. Een vochtige hete doek om een warme kruik wordt op de bovenbuik onder de ribben gelegd en met een handdoek afgedekt, waarna een uur rust gehouden wordt.
De antroposofische geneeskunde biedt verschillende hulpmiddelen. Bij ernstige klachten dient uiteraard eerst een arts geraadpleegd te worden. Hepatodoron (Weleda) ondersteunt de lever en helpt bij vermoeidheid die daar zijn oorsprong in vindt. De antroposofische geneeskunde gaat ervan uit dat leverreiniging het sterkst is tussen twee en drie uur ’s nachts en dat de regeneratie zich het best tijdens de slaap voltrekt. Meteoorijzer Globuli velati (WALA) verwarmt van binnen uit, verhoogt de weerstand en gaat uitputting tegen. Prunusijzer Globuli velati (WALA, verkrijgbaar via de Schloss-apotheek)) gaat vermoeidheidsklachten tegen en stimuleert de weerstand. Weleda’s Berkenelixir werkt zuiverend en kan zo helpen vermoeidheid tegen te gaan.
Etherische oliën als citrusolie, bergamot of clementine geven lichtkracht, verhogen de serotonineproductie en kunnen zo de stemming verbeteren. Enkele druppels in bad of op de spons of washand onder de douche zijn voldoende. Rozemarijnolie kan het best als massageolie of bij een douche worden gebruikt. Rozemarijn kan ook als thee worden gedronken (niet bij hoge bloeddruk).
Opbouwen
Het zelf-bewuste ik dat in vitale omstandigheden via de wil de buitenwereld intreedt, is bij een voorjaarsvermoeidheid teruggedrongen. Een activiteit als oplettend wandelen en zien wat de natuur aanbiedt, kan innerlijke ruimte scheppen en in beweging brengen. Iets soortgelijks kan ook gevonden worden in muziek, literatuur of andere kunstvormen. Met aandacht en bewustzijn ‘proeven’ aan natuur of kunst geeft kracht!
Voeding kan op kleur en op smaak gebracht worden met kruiden. Dat werkt bevorderend op de spijsvertering. En ons ik, dat in ons lichaam vooral werkt in de warmteorganisatie, zal door verwarmende kruiden als tijm, rozemarijn, basilicum of bonenkruid ondersteund worden. De ziel kan in het lichaam door lucht en ademhaling voelend beleefd worden. ‘Luchtige’ planten als schermbloemigen (kervel, peterselie, dille, venkel, komijn en anijs) werken op dit luchtsysteem in. Het etherlichaam (de levenskracht) wordt ondermeer beïnvloed door zwavelhoudende planten die de eiwitvertering bevorderen. Knoflook, bieslook, mosterdzaad, mierikswortel en waterkers zijn hier voorbeelden van. Bewust gekozen, met zorg bereide en gedoseerde voeding die is afgestemd op het jaargetijde kan de balans tussen de wereld van de natuur om ons heen en de wereld van de mens met zijn hogere wezensdelen krachtig beïnvloeden.
Zomertijd
De jaarlijkse omschakeling van wintertijd naar zomertijd kan een extra ontregeling tot gevolg hebben. Zeker voor mensen met slaapproblemen en tot depressiviteit neigende mensen kan deze overstap een belasting betekenen. Leven volgens een gedegen ritme vangt het probleem meestal op. Een soepele aanpassing aan het tijdsverschil van een uur kan vergemakkelijkt worden door erop te anticiperen, door een of twee dagen van te voren wat vroeger, bijvoorbeeld een half uur eerder te gaan slapen. Het toelaten van het heldere ochtendlicht en het vermijden van fel avondlicht helpen ook. Houden de vermoeidheidsklachten aan dan zal, als dat binnen de mogelijkheden ligt, een reisje naar de zon de klachten zeker doen verdwijnen. Op onze breedtegraad duurt het wat langer, maar als de zon ook hier eenmaal aan warmte gewonnen heeft dan lost vermoeidheid op als sneeuw voor de zon en is het plotseling echt voorjaar…
“...de wereld is herboren na dit sneeuwen
en ik ben weer een kind na deze nacht…”
( Martinus Nijhoff in ‘Con Sordino’)
Bronnen
Eerste publicatie op 1 april 2010