John Hogervorst
In NRC Handelsblad (22 september 2009) verscheen een klein vraaggesprek met Josien Bensing, hoogleraar klinische psychologie en gezondsheidspsychologie. Ze is kennelijk niet de eerste de beste want ze ontving verschillende wetenschappelijke prijzen in binnen- en buitenland. Nog belangrijker: ze doet in dat vraaggesprekje hele interessante uitspraken.
Zo wijst ze erop dat, niet alleen in ziekenhuizen maar ook al in de huisartsenzorg, er niet meer één arts of zorgverlener is die de gehele patiënt overziet. In het ziekenhuis heeft de patiënt te maken met verschillende specialisten, bij de huisarts soms met verschillende huisartsen en met praktijkverpleegkundigen die taken van de huisarts overnemen. “De patiënt wordt in stukjes gehakt”zegt Bensing daarover en verwijst naar de vele richtlijnen en protocollen waarmee de arts moet werken. Die maken dat hij meer naar de ziekte dan naar de patiënt kijkt.
Worden patiënten daar dan niet beter van?
Deels, zegt Bensing. In de praktijk zijn er die factoren die mensen beter maken. Alle medische behandelingen en technieken samen vormen één van die factoren. Natuurlijk beloop, de meeste kwalen gaan vanzelf weer weg, is de tweede factor en de derde factor is… het placebo-effect.
“Het placebo-effect is toch nep?”, vraagt NRC Handelsblad. Het antwoord van Josien Bensing luidt letterlijk: “Zo wordt het afgedaan. Onderzoekers poetsen het weg. Maar het komt keer op keer als glashard resultaat uit het onderzoek: niet alleen de medische handeling werkt, maar ook de wijze waarop die wordt toegediend. De kracht van dat placebo-effect lijkt zelfs toe te nemen, de farmaceutische industrie heeft moeite boven het effect uit te komen. (…) En vertrouwen werkt meetbaar. Geef je een patiënt met veel pijn een pijnstiller per infuus, dan werkt die sneller en beter wanneer een aardige verpleegster hem aankondigt, dan wanneer je hem toedient zonder iets te zeggen. Het lichaam heeft dan langer nodig zich te realiseren dat er iets gebeurt. Als een patiënt zijn dokter niet vertrouwt, wordt hij moeilijker beter. Naar die fenomenen zou veel meer geld en aandacht moeten.”
Dus: alle miljoenen die in de ontwikkeling van nieuwe medicijnen worden gestoken sorteren nauwelijks meer effect dan wat placebo-effect wordt genoemd. Anders gezegd: actief werken met het placebo-effect is net zo werkzaam, zo niet werkzamer, dan alles wat farmacologen en medische technologie samen bewerken!
Rudolf Steiner schijnt gezegd te hebben dat de werkzaamheid van een geneesmiddel mede afhankelijk is van degene die het voorschrijft. Ook de geneesmiddelenbereiding zelf, en dan niet alleen in ‘technisch’ opzicht maar ook de gezindheid waarmee dat gebeurt, dragen bij aan de mate van werkzaamheid van een geneesmiddel. En hoogleraar Bensing zegt dat het uitmaakt door wie en op welke manier een geneesmiddel wordt toegediend.
Dit mogen we wel opvatten als een vingerwijzing voor degenen die zo’n moeite hebben de kosten van de gezondheidszorg beheersbaar te houden. Het werken met het placebo-effect (om het nu maar even van één kant te bekijken) kost namelijk ongeveer niets. Menselijkheid, betrokkenheid, aardig zijn, geïnteresseerd zijn - het zijn allemaal kwaliteiten zonder prijskaartje. Ze kunnen echter niet, zelfs niet met miljoeneninjecties, de gezondheidszorg ‘ingepompt’ worden. Ze worden misschien wel gewekt wanneer ‘harde’ medische wetenschap en technologie hun eigenlijke plaats innemen, en niet meer dan die plaats, en zouden zijn ingebed in een ruime visie op gezondheid en ziekte; een visie die de hele mens als basis neemt en vanuit die basis ziekte en gezondheid bestudeert.
Leve het placebo-efect!
Eerste publicatie op 1 januari 2010