Het hoofd koel, de voeten warm

In balans met uitwendige behandeling

Mieke Linders

De herfst ligt weer achter ons. Hartje winter, met korte dagen en weinig zon, wordt ons van buitenaf minder vitaliteit aangereikt. Op onze breedtegraad brengt het voorjaar pas weer nieuwe warmte. Vanuit de media worden we bestookt met onheilsberichten over mogelijk toeslaande virussen. Doet de koudere tijd niet altijd al een groter appèl op onze weerstand en onze warmtehuishouding? Met een gezonde levensstijl en door rekening te houden met de seizoenen houden we onszelf meestal redelijk goed staande. En wanneer de gezondheid hapert, kan zelfzorg hulp bieden of kan de dokter geraadpleegd worden. Dan is het wel eens nodig een (antroposofisch) geneesmiddel te gebruiken. Dat gebruiken we door inname via de mond of per injectie om het middel via de bloedsomloop naar delen van het organisme te verspreiden. Een derde manier om een geneesmiddel toe te dienen is om het lichaam van buitenaf, door middel van de huid aan te spreken.

De huid is ons grootste orgaan. Via de huid raken mens en buitenwereld elkaar. In de lagen van de huid komt het drieledige systeem van de opbouw van het menselijk lichaam samen. Het zenuw-zintuiggebied bepaalt voornamelijk de buitenste laag, de opperhuid. In de daaropvolgende lederhuid is vooral het ritmische systeem aanwezig (samentrekken en uitzetten van oppervlakkige bloedvaten). En in de onderhuid komt de stofwisseling tot uitdrukking, zoals in de productie van talg en zweet. Het zenuw-zintuigdeel maakt de huid tot zintuigorgaan en geeft de huid het vermogen om waar te nemen. Het algemene welbevinden van een mens wordt afgemeten aan de registratie van warmte, koude en pijn. Het waarnemen via de huid is dromeriger en algemener dan bijvoorbeeld het waarnemen via oog en oor, waarbij de zintuigfunctie op een bepaald gebied is geconcentreerd. De bewustzijnstoestand van de huid is vergelijkbaar met de innerlijke situatie in de vroegste jeugd. Het jonge kind ontmoet de wereld nog vol overgave en hoe jonger het is, des te krachtiger is zijn vermogen tot nabootsen. De werking van uitwendige therapie vindt haar basis in deze vroege vorm van waarnemen van de huid, van de “op een lager niveau verschoven waarnemingsactiviteit”, zoals Rudolf Steiner het uitdrukte. Zoals het kleine kind dat zo goed kan, neemt de huid waar en bootst vervolgens de kwaliteit van de aangebrachte therapeutische toepassing na. Zo doet lavendel voor hoe warmte in de zenuw-zintuigsfeer werkt, spreekt tijm het warmteorganisme in het ritmische systeem aan en activeert rozemarijn de warmte in de stofwisseling. Tijdens de essentiële rust na een uitwendige behandeling krijgt het lichaam de tijd om te reageren, te antwoorden: ‘na te bootsen’.

Warmte en het ‘ik’

Onze ik-organisatie bestuurt de drie andere wezensdelen van de mens, het fysieke, het astrale (de beleving) en het etherlichaam (de levenskracht). Ze geeft vorm en beweging aan processen in het lichaam. In het ik ervaart de mens zichzelf als individu. Het ik leeft in (zielen)warmte, in enthousiasme, in het hebben van idealen en in het kunnen aangaan van verbindingen. Op zielsniveau doen warmte en beweging zich voor als de wil van een mens. Via warmte kan het ik inwerken op het hele organisme. Met name warmte van de buik en van de voeten is een uitdrukking van door het ik gestuurde warmte. Bij kou trekt het ik zich terug. Nogal wat reguliere medicijnen blijken een ongunstige invloed te hebben op de warmteregulering van ons lichaam.Warmte toevoeren is een mogelijkheid om het ik weer te activeren. Bij een uitwendige behandeling bepaalt het ik van de mens wat het met een aangebrachte substantie doet. Rudolf Steiner verwoordde het aldus: “Alleen wanneer wij door de intensiteit en de kwaliteit van ons organisme in staat zijn ieder warmteproces dat ons aangeboden wordt meteen te ontvangen en tot een innerlijk proces om te vormen, zijn wij als menselijk organisme gezond”.

bad

Water en de mens

Door de werking van warmte en koude wordt de kringloop van water in de natuur in stand gehouden. Ook bij de mens speelt water een belangrijke rol in de warmteregulatie. Omdat de mens voor 65 tot 70 procent uit water bestaat en nauwelijks een dag probleemloos zonder water kan leven, vinden in het lichaam processen plaats die eigen zijn aan het element water zoals oplossen, vormgeven, kristallisatie. Water vormt de basis van alle biologische processen in het menselijk lichaam en is na zuurstof de belangrijkste substantie voor de menselijke gezondheid. Als transportmedium werkt het mee aan de opname van voeding en de uitscheiding van afvalstoffen. Bij uitwendige toepassingen werkt water verkwikkend en kan het voedend zijn voor de zintuigen. Denk aan het geluid van water in beweging. In water kunnen kruiden, oliën, essences en badmelk worden opgelost waarna deze, aangebracht op de huid of toegevoegd aan een bad, therapeutisch kunnen werken.

Ontmoeting, wisselwerking, balans

Op haar eigen individuele wijze maakt het menselijk organisme contact met de buitenwereld. Van deze individuele situatie kan een beeld verkregen worden door te kijken naar het verloop van zeven cyclische levensprocessen die verbonden zijn met de levenskracht (het etherlichaam) en ook met de beleving (het astraallichaam). Het waarnemen van het lichamelijke functioneren en de uitingen van het zielenleven zijn belangrijke aanknopingspunten bij de keuze van een uitwendige behandeling. Hoe verloopt de opname: de ademhaling en de opname van indrukken? De aanpassing: hoe past een lichaam zich aan warmte of koude aan en op zielenniveau: is er sprake van interesse, loopt de persoon ergens warm voor? Bij het afbreken wordt gekeken naar het voedingspatroon, de vertering inclusief de vertering van zintuiglijke indrukken. Het scheiden gaat de uitscheidingsprocessen na van het lichaam, de mogelijke aanwezigheid van een allergie, de manier waarop het individu keuzes maakt en met grenzen omgaat. Het instandhouden kijkt hoe de vitaliteit wordt bewaakt door het slaap- en waakritme, het ritme tussen activiteit en passiviteit. De groei neemt lengte, gewicht en innerlijke groei waar. En het tot stand brengen wordt bepaald door de productie van nieuwe cellen, genezing en de mate van creativiteit. Doel van de levensprocessen is om dat wat uit de buitenwereld tot ons komt aan voeding en indrukken af te breken. In het proces van opbouw en lichaamseigen maken daarna, ontstaat vernieuwde vitaliteit en groei. Wanneer de levenskracht uit balans is, te zwak of te actief beweegt, dan zullen het astrale lichaam en het ik zich moeilijker met het fysieke lichaam verbinden. Door middel van uitwendige therapie kunnen de levensprocessen worden ondersteund en de wisselwerking tussen de wezensdelen worden beïnvloed.

Normaal is de verhouding tussen de delen al aan verandering onderhevig, Ritmische invloeden, groei en ontwikkeling brengen variatie aan. Wanneer één wezensdeel overheerst kan dit betekenen dat het een heel sterk deel is, maar ook zou het zo kunnen zijn dat de samenhangende wezensdelen te zwak zijn en niet voldoende tegenspel kunnen bieden.

Wanneer iemand zich bijvoorbeeld verliest in emoties en onbeheerst reageert, zijn de processen in het astrale lichaam een eigen leven gaan leiden en heeft het ik zijn coördinerende rol prijsgegeven. Bij een oververhit hoofd dat dan zou kunnen optreden is warmte aan het ik voorbijgegaan. Het astrale lichaam heeft deze in het hoofd vastgezet. Een verzorging of behandeling zou kunnen bestaan uit het verwarmen van voeten en bovenbenen die in deze situatie vaak koud zijn. Bij sommige hoofdpijnen helpt een kruik of een stevige wandeling voldoende. Een andere keer zal een mosterd-kuitkompres of een mosterd voet-kuitbad pas de warmtestuwing en onrust tot bedaren kunnen brengen. Bij een nog andere hoofdpijn zal juist geprobeerd worden de rust in het zenuw-zintuigdeel te herstellen door middel van een lavendel-essence-kompres op het voorhoofd of een lavendelolie-kompres in de nek. Bij hoofdpijn die haar oorzaak vindt in de stofwisseling kan weer een mierikswortel-nekkompres worden toegepast.

wikkelsUitwendig behandelen

Zalf- en olieapplicaties en inwrijvingen (lokaal of op het hele lichaam) worden koel, niet extra verwarmd, aangebracht, waarmee de zenuw-zintuigkant van de behandeling wordt benadrukt.

De stofwisselingskant van de uitwendige behandeling wordt beklemtoond door het gebruik van warme kompressen. Naast de werking van de substantie is de toegevoegde warmte hier essentieel. De substantie zelf kan eveneens een warmtekwaliteit in zich dragen. Gember, mierikswortel en mosterd zijn hier voorbeelden van. In het antwoord van het organisme wordt de warmte nagebootst.

Bij baden met oliën, badmelk, kruiden en andere substanties wordt het ritmische gedeelte van de mens het sterkst aangesproken. Een bad op lichaamstemperatuur kan ontspannend werken en geeft de mogelijkheid geheel doorwarmd te worden. Het water tilt de mens uit zijn zwaarte. Ook heeft het een licht excarnerende werking op het organisme waardoor dit extra ontvankelijk wordt gemaakt voor de aan het bad toegevoegde substantie. Een therapeut heeft het water eerst door lemniscaatvormige bewegingen in een ritme gebracht. Tijdens het narusten wordt door het goed inwikkelen van het lichaam een harmonische incarnatie, een ‘antwoord’ van het lichaam mogelijk gemaakt.

In het boek Uitwendige therapieën van Emous en anderen, met name geschreven voor  verpleegkundigen, verzorgenden, artsen en therapeuten, wordt grondig en uitgebreid ingegaan op de mogelijkheden van wikkels, kompressen en baden. Naast algemenere achtergronden, uitgangspunten en richtlijnen legt het de nadruk op de manier waarop wordt waargenomen en wordt aangegeven hoe dit waarnemen ontwikkeld kan worden. Een bewust waarnemen zal een heldere afweging bij de keuze van een uitwendige therapie ten goede komen. De applicaties en baden worden door een arts voorgeschreven. De arts bepaalt ook het ritme en de duur van een therapie. De ritmische toediening is een belangrijk aspect voor het slagen van een behandeling.

Het boek biedt een verscheidenheid aan voorbeelden van uitwendige toepassingen en planten- en substantiebeschrijvingen. Vanuit het register kunnen aandoeningen worden opgezocht die uitwendig behandeld kunnen worden. Zelfzorg kan plaatsvinden bij lichtere aandoeningen,  eventueel in overleg met arts of therapeut. De uitwendige therapie spreekt met haar veelsoortige toepassingen het zelfgenezend vermogen van het menselijk lichaam aan en biedt hulp bij het herstel en het onderhouden van de gezondheid.

Verkouden?

Een plotseling opkomende verkoudheid kan bestreden worden met het toevoegen van kastanje badmelk of rozemarijn badmelk aan een bad. Houdt de verkoudheid aan dan kan een borstwikkel, een dubbelgevouwen katoenen doek van 20 bij 125 cm met eucalyptusolie, verlichting brengen. Eenmaal per dag toegepast, gedurende dertig minuten tot drie kwartier en/of gedurende de nacht gedurende een week, zal het hoesten verminderen en de slijm oplossen. Bij chronische situaties afbouwen naar twee tot vier keer per week gedurende vier tot zes weken. Een bad waaraan eucalyptusolie is toegevoegd werkt eveneens helend op de luchtwegen. De olie zal als een warmtemantel werken. Bij verkoudheid gepaard met prikkelhoest kan een borstwikkel met tijmolie worden toegepast. Eén à twee keer per dag, gedurende een uur of langer of tijdens de nacht. De eerste week dagelijks, vervolgens twee tot vier keer per week. Bij langdurige klachten gedurende zes weken. Sterke hoestprikkels bij bronchitis en hoestbuien kunnen verzacht worden door de toepassing van een borstwikkel met lavendelolie. Eerst zes dagen per week toegepast, vervolgens twee tot drie keer per week gedurende een langere periode. Bij ontstekingen van de voorhoofdsholte, de bijholte en kaakholte kan een mierikswortelkompres op de holte helpen de slijmophoping los te doen komen en de ademhaling vergemakkelijken. Eén keer per dag gedurende twee à drie dagen. Voor een vervolgbehandeling moet de roodheid op het behandelde gebied weggetrokken zijn.

boek

Literatuur

Eerste publicatie op 1 januari 2010

Antroposana
www.antroposana.nl

print dit artikel...

stuur dit artikel door via email...