Mieke Linders
Alle ware kennis is uit pijn geboren
Rudolf Steiner
Pijn als fenomeen en symptoom van ziekte en ontregeling is onlosmakelijk verbonden met de menselijke ontwikkeling. Als oergegeven is het verbonden met ons aards bestaan. Alles wat leeft is aan pijn onderhevig. Om te overleven hebben we een functionerend systeem nodig dat pijn kan verwerken.
Ondanks moderne strategieën voor ‘pain-management’, internetsites over het onderwerp, veelsoortige studies en toepassingen van pijnbestrijding, bestaat er geen helder zicht op pijn. Pijn is een van de meest veelvormige en moeilijkst te objectiveren symptomen.
In Antroposana van april verscheen een eerste artikel over pijn. Onverwacht veel lezersreacties maakten duidelijk dat heel veel mensen met pijn te maken hebben. Daarom in dit artikel meer over (chronische) pijn!
In de antroposofische geneeskunde is sprake van gezondheid wanneer de vier wezensdelen van de mens, het fysieke lichaam, het etherlichaam (de levenskracht), het astraallichaam en het ik onderling in balans zijn. Bij verstoring van dit evenwicht raakt de ziel, het bewustzijndragende astraallichaam, te diep in het fysieke lichaam verankerd. De levenskracht wordt dan aangetast. Er dreigt een scheiding tussen de hogere wezensdelen, de ziel en het ik, en de lagere, het fysieke en etherlichaam. Pijn vernauwt het bewustzijn dat geneigd is alleen de pijnlijke plek te voelen. Meer nog dan acute pijn zal pijn die chronisch is geworden, ten koste gaan van levensprocessen. Rudolf Steiner wees er op dat bij chronische pijn het ik als het ware afscheid neemt. Het maakt zich los van de mogelijkheid om ons leven in zijn veelheid en variatie te ervaren. In de hedendaagse geneeskunde is de overgang van acute naar chronische pijn een belangrijk onderzoeksgebied. Het blijkt dat acute pijn eerder overgaat in chronische pijn dan men aannam. Heftige overbelasting van het acute systeem kan tot blijvende veranderingen leiden, met chronische pijn als gevolg. Acute pijn fungeert als een alarmsysteem dat helpt ontdekken wat verborgen is en dat mogelijk behandeld kan worden. Bij chronische pijn wordt dat anders. De pijn zelf is dan de ziekte geworden. Ze neemt de plaats in van pijn die op een ander niveau niet bewust kan worden waargenomen.
Pijn en bewustzijn
Zenuwuiteinden zijn aanwezig in de meeste weefsels van ons lichaam. Zonder zenuwen zouden we geen pijn hebben. De zenuwen registreren niet alleen de fysieke functie van ons organisme maar ook het verstoorde evenwicht en de dreigende splitsing tussen de hogere wezensdelen en het lichaam. Tastgevoel, smaakzin, reuk en de koude/warmteorganisatie raken verstoord.
Met name bij de behandeling van chronische pijn is het de opgave om geest en lichaam met elkaar in verbinding te laten blijven. De dragers van ons bewustzijn, de ziel en het ik, manifesteren zich in ons denken, voelen en willen. Ons denken hangt samen met het zenuwzintuigsysteem en verstoringen in dit gebied kunnen leiden tot krampachtige pijnen. Het voelen is verbonden met het ritmisch systeem en kan, indien verstoord, tot koliekachtige pijn leiden. Terwijl ontstekingsachtige pijnen verbonden zijn met verstoringen in het stofwisselings-ledematensysteem en onze wilsactiviteit. Het juiste zicht op de pijn wordt extra bemoeilijkt wanneer, zoals vaak het geval is, verschillende pijnen met elkaar samengaan, bijvoorbeeld ontstekingspijn en krampachtige pijn. Afhankelijk van de aard van de pijn en de manier waarop deze zich voordoet, zal in een behandeling gekozen worden voor symptoombestrijding of psychotherapie, of natuurlijk voor een combinatie van beide. Met oog voor de samenhangen en de geestelijke dimensie zal aangepaste pijnbestrijding helpen om de pijn dragelijk te maken. Wanneer pijn uitsluitend onderdrukt wordt, zal ze als geestelijke pijn weer tevoorschijn komen stelde Rudolf Steiner. Pijnbehandeling zal zowel de fysieke, de geestelijke, als de zielsdimensie moeten omvatten.
De antroposofische geneeskunde kent veel medicijnen en therapiemogelijkheden die in geval van pijn kunnen worden ingezet. Hoopgevend voor mensen met chronische pijnaandoeningen, is recent onderzoek waaruit blijkt dat de menselijke hersenen tot levenslang veranderen en leren in staat zijn. Door leren en nieuwe ervaringen kan het ''pijngeheugen'' worden bijgesteld en de pijn beïnvloed. Volgens de classificatie van de internationale associatie die pijn bestudeert (IASP) heeft chronische pijn in 20% van de gevallen een organische oorzaak, is 25 procent van primair psychogene oorsprong en 55 procent zou psychosomatisch zijn. Pijn heeft dus in heel veel gevallen een sterke psychologische component of antroposofisch gezegd: de pijn vindt haar wortels in het zieleleven van de mens. Omdat bij chronische pijn met een organische oorzaak ook vaak psychische gevolgen als angst en depressieve stemmingen voorkomen, wordt psychotherapeutische begeleiding in alle gevallen aangeraden.
Chronische pijn en de weg naar ‘genezing’
Een adequate behandeling van pijn gaat uit van de individuele situatie van de patiënt. Het is van belang dat er een vertrouwensband kan groeien tussen de patiënt en de arts of therapeut. Als de patiënt daartoe bereid en in staat is zal een gezamenlijk traject worden aangegaan, waarin de patiënt geleidelijk steeds meer verantwoording zal dragen voor de behandeling en indirect ook voor zijn biografie. Dit kan een langdurig en intensief proces zijn, waarin de daadwerkelijke betrokkenheid van de therapeut van groot belang is. Het doel van de therapie ligt niet in het pijnvrij zijn, maar in het leren inzien van samenhangen in de biografie, in de psychosomatische reacties en vervolgens in het leren ontwikkelen van betere manieren van omgaan met de pijn.
De gezondheidbevorderende krachten, die in ieder mens leven, zullen in de patiënt worden aangesproken en versterkt. Bijvoorbeeld door het leren uiting te geven aan in de knel geraakte gevoelens en het vinden van woorden voor sterke emoties. Het ontbreken van deze uitdrukkingsmogelijkheden leidt vaak tot een slecht toegerust zijn voor belastende levenssituaties, tot psychische overbelasting en ziekte. Bij chronische pijn, waarbij de ziel zich te sterk verbindt met het lichaam, komen vaak slaapproblemen voor. Het is dan van belang om het ritme van slapen en waken weer op orde te brengen. Bewegingstherapie kan het lichaam weer doordringen met etherische kracht, terwijl spraak-, bad- en massagebehandeling de innerlijke beweeglijkheid ten goede komen.
Met behulp van kunstzinnige therapie kan het verstarde innerlijk eveneens in beweging worden gebracht. Via therapeutisch boetseren en schilderen kunnen beelden ontstaan die kenmerkend zijn voor de soort pijn. Zo blijken beelden van patiënten met borstkanker duidelijk te onderscheiden van die van patiënten met kanker in de bronchiën (zie literatuur: Girke). Kleur en vorm geven inzicht in het zieleleven. Door middel van muziektherapie kan met verschillen in toon en interval (spanning en ontspanning) de innerlijke dynamiek van de pijn therapeutisch worden beïnvloed. Harmonie en melodie kunnen de ziel beroeren en verlichten.
Pijn heeft twee kanten
Pijn kan ook worden gezien als een geestelijke grenservaring. Hevige pijn wordt tot de meest intensieve gevoelens gerekend en wordt nauwelijks beïnvloed door positieve gebeurtenissen.
Pijn, als grenservaring tussen buiten- en binnenwereld, leert ons gevaar kennen, werpt grenzen en beperking op en roept gevoelens van eenzaamheid wakker die essentieel zijn in het proces van onze individuele ontwikkeling. Pijn kan ons ook de betekenis en het unieke van relaties en verbondenheid doen realiseren en ons leiden naar een groter bewustzijn en gevoelens van eigenwaarde. Door pijn te ervaren kan een bewuste zelfontdekking en zelfwaardering teweeggebracht worden. Pijn maakt onmachtig en schept een gevoel van uitgeleverd zijn, waar men zo snel mogelijk van verlost wil worden. Anderzijds kan pijn ook de leermeester zijn in het individuele levenslot en bijdragen tot het verwerven van autonoom en competent gedrag, met name in tijden van crises. Helaas realiseren we ons dit vaak pas nadat de pijn geweken is..
Wanneer een mens erin slaagt een zekere omgang met pijn te realiseren zodat hij deze met gelatenheid én opmerkzaamheid kan dragen, dan blijkt pijn iets te willen openbaren. In veel culturen wordt het lijden en verdragen van pijn gezien als poort tot een verinnerlijking van het leven. De hoogbejaarde Siegfried Lenz noemde pijn niet alleen een probleem, maar ook een geheim. Om zekere waarheden, ervaringen en inzichten in het bestaan op het spoor te komen, die zonder pijn verborgen blijven, zullen wij tot pijn bereid moeten zijn. De 100-jarige filosoof Hans Georg Gadamer, die in zijn jeugd polio kreeg en levenslang veel pijn had, zag pijn als een ‘kans’ om in het reine te komen met dat wat onze opdracht is in het leven. Wanneer men zich niet gewonnen geeft kan men dichtbij de werkelijke dimensie van het bestaan komen. Terugleunen en zich louter verlaten op pijnbestrijding geeft pijn de ruimte om krachtiger te worden. Hoe groot de pijn ook moge zijn, essentieel is moed te houden en niet op te geven. Het gevoel enigszins vooruit te gaan, de vreugde van een kleine overwinning op de pijn, is volgens Gadamer het beste medicijn die de natuur biedt. Het overwinnen van pijn ziet hij niet primair in een ingrijpen van een arts of in de toediening van een medicijn en ook niet helemaal als een persoonlijke verworvenheid. Meer nog is het de ervaring van verbondenheid, de ontmoeting met de ander die helend werkt. De eerste troost en kalmering die ons in onze kinderjaren werd gegeven door onze moeders en grootmoeders ziet hij als het oermotief voor het overwinnen van pijn.
Der Merkurstab, Themenschwerpunkt Schmerz, september/oktober 2008, daaruit in het bijzonder de volgende artikelen:
Ervaringen met pijn
Verdragen…
Om met Galemus te spreken: pijn is alleen bekend bij degenen die de pijn voelen. Ook ik heb zo mijn eigen pijn en mijn eigen manier gevonden om er mee om te gaan. Helaas heeft mijn omgeving er weinig benul van: je ziet er immers goed uit!
Oktober 2004 constateert de huisarts gordelroos in de linkerzijde van mijn gezicht. Hij geeft vooralsnog géén medicatie. Het herstelt zich weer en mijn oog blijft gelukkig onaangetast. Maar wat blijft is een post-herpestische neuralgie (zenuwpijn). Ik heb voortdurend onverdraaglijke jeuk op het hoofd en in het gezicht, alsmede pijn die varieert van kriebels tot vlammende pijn. Alleen tijdens de slaap ervaar ik niets van al deze klachten.
Het gebruik van meerdere soorten anti-depressiva en anti-epilepsie bood geen verbetering. Acupunctuur evenmin. Na ruim vier jaar is de aandoening minder, ook minder belastend. Ik gebruik geen medicijnen en heb diverse manieren ontdekt waardoor ik beter met de pijn om kan gaan: Tai-Chi, meditatie, vrijwel dagelijks wassen van hoofd(haar), hoofd zoveel mogelijk bedekken, ook ’s nachts en prikkels proberen te voorkomen. Inwrijvingen verlichten de jeuk gedeeltelijk en mijn antroposofisch huisarts ondersteunt met injecties.
Met zo min mogelijk spanningen én ontspanning en afleiding is mijn pijn momenteel redelijk te verdragen. Intussen, ik ben nu 67 jaar, heb ik me er bij neergelegd dat de gevolgen van mijn gordelroos definitief zijn en “geleerd er -zo goed mogelijk- mee te leven”.
Mw. M.K. (Wageningen)
Stil geworden
Al jaren bewandel ik een spirituele weg. Twee jaar geleden begonnen de ongemakken, ik kon steeds moeilijker lopen tot grote pijn me vroeg de oorzaak te onderzoeken. Er werd een hernia geconstateerd. Ook voor mij was de oorzaak duidelijk, enorme inspanningen en grote onverwachte zorg thuis hadden veel van mij gevraagd. Als alleenstaande met een eigen zaak, had ik niet veel keuzes: doorwerken.
Het antwoord dat mijn ziekte mij vroeg kon ik helemaal beamen: terugtrekken op mezelf, in mijzelf, rust nemen. Ik kon het verwelkomen, uiteindelijk kon ik ervan genieten om hulp te vragen, hulp te krijgen, de stilte op te zoeken. Dat klinkt nu wel makkelijker dan het was. De pijn belemmerde me in alles. Na verloop van tijd kreeg ik er vrede mee, gaf me aan de pijn over en geloofde erin dat deze enorme obstakels in mijn leven een functie zullen hebben.
‘Wat wil de zieke me zeggen, wat doet me goed, hoe voelt de stilte?’
Met kerst 2008 kwam er voelbaar verandering in. Toen ik voor het eerst bemerkte dat ik er niet constant eraan herinnerd werd voelde ik: ‘ik ben er blijkbaar klaar voor om te genezen’. Wat volgde was ongelooflijk. Er kwam een enorme energie en kracht vrij, nieuwe projecten wilden ontstaan alles ging moeiteloos, ik had het gevoel meer uren per dag ter beschikking te hebben. Allemaal wensen die ik voor mijn ziekte uitte, ‘ik wil weer creatief bezig zijn en meer tijd ter beschikking hebben’, kwamen uit.
‘Wat heb je gedaan, hoe ben je beter geworden?’, vroeg mijn omgeving. Mijn antwoord: ‘Niets, gewoon stil geworden, naar binnen gegaan’.
Achteraf ben ik zeer dankbaar voor mijn ziekte.
Mw. B.G. (Haarlem)
Eerste publicatie op 1 juli 2009