Diederick Sprangers
Niet alleen artsen, ook wetenschappers zien steeds vaker verband tussen elektromagnetische straling en allerlei gezondheidsklachten. Het blijft echter bij statistisch verband: of (en vooral hoe) de straling de klachten veroorzaakt, is nog niet aangetoond. En statistische verbanden hangen sterk af van hoe je waarneemt: zo lijkt mobielgebruik soms een ‘significante’ kans op een hersentumor te geven en soms niet. Minister Cramer leidt hieruit af dat er niets aan de hand is. Klopt haar argumentatie? Intussen blijken niet alle mobieltjes te voldoen aan de geldende stralingsnorm. Het Europarlement en vele burgers zien wel degelijk gevaren, maar maatregelen komen tot nu toe alleen “van onderop”.
Het Agentschap Telecom (toezichthouder op telecommunicatie) constateerde in januari dat mobieltjes van Samsung (type SGH C450) de Europese stralingsnorm overschrijden. Samsung haalde daarop alle 140.000 mobieltjes van dit type van de markt. Het Agentschap had bij wijze van steekproef vijf mobiele telefoons van diverse merken en typen getest; de andere vier voldeden wel aan de norm. Het Agentschap gaat nu het onderzoek naar mobieltjes intensiveren. Veelzeggend is echter dat de betreffende norm gebaseerd is op de stelling dat gezondheidseffecten van de straling alleen door opwarming van ons lichaam (een fysisch effect) kunnen optreden. Inmiddels is ruimschoots bewezen dat biologische effecten (schade aan cellen, weefsels en organen) al bij veel lagere stralingsniveaus optreden dan opwarming. Bovendien worden uiteenlopende ziekten en gezondheidsklachten in verband gebracht met straling - eveneens op niveaus onder de norm. De norm lijkt dus veel te hoog. Kunnen mobieltjes onder de norm ook schade veroorzaken?
Ons lichaam is in feite een bio-elektrisch systeem: het zenuwstelsel en het hart functioneren door middel van subtiele elektrische signalen; vrijwel alle biochemische processen in het lichaam zijn afhankelijk van even subtiele elektrische velden. Het is dan ook niet vreemd dat sterke elektrische straling van buitenaf een grote invloed op ons lichaam heeft. Inmiddels is bewezen dat de straling van de vele apparaten om ons heen biologische effecten heeft: DNA-schade, beïnvloeding van hersenactiviteit en van immuunfuncties, productie van stress-eiwitten (die schade bestrijden) en afstervende cellen zijn enkele van de vele effecten van straling die vastgesteld zijn.
Of de vele gezondheidsklachten die artsen en burgers in verband brengen met straling, via deze effecten tot stand komen, is nog niet vastgesteld. Wel komt steeds meer onderzoek beschikbaar naar het statistische verband tussen de klachten en straling. Bijvoorbeeld het “Interphone” onderzoek, een onderzoek naar de relatie tussen hersentumoren en mobiel bellen, onder 6400 tumorpatiënten en een vergelijkbare groep gezonde mensen in 13 landen. Het vindt plaats onder regie van het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) van de Verenigde Naties en loopt al tien jaar. De voorlopige resultaten zijn bekendgemaakt: voor bepaalde soorten hersentumoren geeft meer dan tien jaar mobielgebruik aan één kant van het hoofd een significant verhoogd risico; voor andere hersentumoren zijn de resultaten minder duidelijk. Bij een nadere blik valt op dat de kranten de gevonden risico’s zwaarder aanzetten dan de onderzoekers zelf, maar dat minister Cramer meent dat Interphone helemaal geen verhoogde risico’s laat zien (in haar schriftelijk antwoord op kamervragen van Remi Poppe (SP) in januari). Zij beroept zich op het feit dat de onderzoekers melden dat hun resultaten onzeker zijn, omdat de patiënten en de gezonde mensen een verschillende herinnering aan hun belgedrag zouden kunnen hebben. Patiënten zouden zich een intensiever mobielgebruik menen te herinneren dan er werkelijk was, omdat ze een oorzaak voor hun tumor zoeken. Het gevonden risico kan daardoor overschat zijn. De onderzoekers wijzen echter nog twee mogelijke fouten in de opzet van hun onderzoek aan, die juist tot een onderschatting van de risico’s leiden. Cramer pakt alleen de eerste fout op en maakt daarvan dat hun bericht “geen conclusies bevat waarin aangegeven wordt dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat het gebruik van een mobiele telefoon leidt tot een verhoogd risico op hersentumoren.” Andere Britse en Amerikaanse deskundigen wijzen nog eens vier andere mogelijke fouten in het onderzoek aan, waarvan er één tot over- en drie tot onderschatting van de risico’s leiden. Kortom, Cramer doet, mild gezegd, de waarheid tekort.
Maakt Cramer zich geen zorgen, het Europees Parlement doet dat wel. In zijn commentaar op het EU-Actieplan Milieu en Gezondheid stelde het in september dat de Europese stralingsnorm bijgesteld moet worden. De norm is volgens het EP achterhaald omdat ze van 1999 dateert en geen rekening houdt met: (1) nieuw risico-onderzoek, (2) de vele nieuwe ontwikkelingen in de mobiele technologie, (3) de voorzorgsmaatregelen die het Europees Milieuagentschap van de EU zelf aanbeveelt, (4) het feit dat o.a. België, Italië en Oostenrijk inmiddels strengere normen hebben, en (5) speciale bescherming van zwangeren, baby’s en kinderen. Als voorbeeld van nieuw risico-onderzoek verwijst het EP naar het BioInitiative rapport, een overzicht uit 2007 van ruim 1500 wetenschappelijke onderzoeken die de gevaren van straling voor de gezondheid verduidelijken. (Antroposana schreef in het juli-nummer van 2008 over dit rapport.) Minister Cramer is echter ook van de uitspraak van het EP niet onder de indruk, met name omdat zij meent dat het BioInitiative rapport “geen objectief en gebalanceerd beeld van de huidige stand van de wetenschap geeft” en “geen basis vormt om in het algemeen het beleid ten aanzien van blootstelling aan elektromagnetische velden te wijzigen en in het bijzonder de in Nederland gehanteerde grens- en advieswaarden te heroverwegen”.
Cramers mening over het BioInitiative rapport ontleent zij aan reacties van de Gezondheidsraad (GR) en het “Kennisplatform Elektromagnetische Velden en Gezondheid” (KEVG) op dit rapport. Het KEVG is twee jaar geleden opgericht door Cramer en enkele andere ministers. Het bundelt bestaande organisaties die deskundig zijn, o.a. de KEMA en de GGD’en, en dient om wetenschappelijke informatie helder te presenteren aan burgers en beroepsmensen. Zowel het KEVG als de GR laten (in een “kennisbericht” voor het publiek, respectievelijk een “briefadvies” aan Cramer) weinig heel van het BioInitiative rapport. Beiden hebben vrijwel dezelfde bezwaren. Ten eerste zouden de auteurs van het BI rapport selectief gezocht hebben naar onderzoek dat gezondheidsschade laat zien en geen aandacht schenken aan onderzoek dat geen verband tussen straling en schade vindt. “Dit leidt tot een vertekend beeld”, meent het KEVG. Ten tweede gaat een deel van de conclusies in de samenvatting verder dan de conclusies in de afzonderlijke hoofdstukken van het rapport. Tot slot wijst de GR twee “feitelijk onjuiste” uitspraken aan in het rapport en stelt het KEVG dat “biologische effecten onterecht zijn doorvertaald naar gezondheidseffecten”.
Het eerste bezwaar doet niets af aan de waarde van het onderzoek dat in het rapport gepresenteerd wordt. Het onderzoek dat géén verband tussen straling en schade vindt, spreekt immers niet tegen dat zo’n verband er is. Er bestaat geen onderzoek dat bewijst dat er geen verband is: alle onderzoek naar de klachten stelt tot nu toe alleen vast dat er in een specifiek geval wel of geen statistisch verband met straling is. Dit kan dus geen “vertekend beeld” opleveren. Het tweede bezwaar is terecht: ik constateerde dit zelf ook in Antroposana in juli 2008. Het betekent dat je het rapport moet beoordelen op basis van de individuele inhoud en niet van de samenvatting. Dat laten de GR en het KEVG echter na: zij geven geen oordeel over de inhoud van de afzonderlijke hoofdstukken. Bij zijn laatste bezwaar heeft de GR in één geval waarschijnlijk gelijk, maar in het andere misleidt hij de minister: in dit geval luidt de “onjuiste” uitspraak dat biologische veranderingen die door straling worden veroorzaakt, “kunnen leiden tot verlies van welzijn, ziekte of dood”. De GR acht deze uitspraak niet wetenschappelijk onderbouwd. Dit bedoelt het KEVG ook met “biologische effecten zijn onterecht doorvertaald naar gezondheidseffecten”. Het exacte verband is inderdaad nog niet ontdekt. Maar het rapport legt meer dan genoeg aanwijzingen, namelijk statistische verbanden, voor gezondheidsschade en welzijnsbeperking door straling op tafel: variërend van geheugen- en slaapstoornissen tot kanker en Alzheimer. Hoe deze precies volgen uit de biologische veranderingen, is onbekend. Maar hoe moeten de talloze ziekten en klachten anders verklaard worden zonder de statistische verbanden met straling te negeren? In de gewraakte uitspraak staat bovendien “kunnen leiden tot”. Kortom, dit is een misleidend argument.
Het is echter een van de centrale argumenten tegen beleidswijziging die steeds te beluisteren zijn bij de overheid en de industrie: de relatie tussen de biologische effecten en de klachten is niet bekend. De biologische effecten zijn onomstotelijk bewezen bij lage stralingsniveaus (onder de norm): dit trekt niemand meer in twijfel, ook de GR en het KEVG niet. Voor de klachten zelf zijn alleen statistische relaties met straling gebleken en die relaties staan bloot aan vele onzekerheden, zoals we zagen. Zolang een klacht niet terug te voeren is op een biologisch effect, wordt hij niet “bewezen” geacht. De GR legt hier sterke nadruk op: “Het BioInitiative rapport (...) gaat voorbij aan het onderscheid dat door experts gemaakt wordt tussen effect en schade”, stelt hij in de conclusie van zijn briefadvies aan Cramer. Dat is een leugen: het rapport behandelt de biologische effecten en de schade (= klachten) in afzonderlijke hoofdstukken.
Belangrijker is echter dat dit punt geen invloed zou mogen hebben op de vraag of voorzorgsmaatregelen nodig zijn: dat dient uitsluitend af te hangen van de ernst van de klachten en van de vraag of het enigszins waarschijnlijk is dat ze met straling te maken hebben. Het voorzorgbeginsel vereist niet dat er al wetenschappelijke zekerheid is, alleen dat er op grond van een voorlopige maar gedegen risico-evaluatie, aanwijzingen zijn voor potentieel gevaar. Cramer erkent dit ook letterlijk in haar brief van januari aan de Kamer. Zij stelt echter (in navolging van de GR en het KEVG) dat er “op basis van wetenschappelijke informatie geen aanwijzingen zijn voor een potentieel gevaar van langdurige blootstelling aan veldsterktes die in de leefomgeving voorkomen.” Dit is de kern van de zaak: ze ontkent de talloze aanwijzingen voor gezondheidsschade, omdat die niet op “wetenschappelijke” wijze tot stand gekomen zouden zijn. Dat is echter niet waar: er zijn meer dan genoeg wetenschappelijke onderzoeken die dergelijke aanwijzingen bevatten - dat kan niet meer ontkend worden. De GR omzeilt dit in zijn adviesbrief over het BI rapport; het KEVG erkent in zijn kennisbericht nog ruiterlijk dat het die aanwijzingen genegeerd heeft: “Er is niet gekeken of alle conclusies in de ondersteunende hoofdstukken wetenschappelijk correct zijn. Die hoofdstukken en conclusies zal het Kennisplatform wel betrekken bij het opstellen van kennisberichten over afzonderlijke onderwerpen.” Hopelijk gebeurt dit laatste nog, maar Cramer heeft vooralsnog alleen dit bericht ontvangen van het KEVG. Anderzijds schrijft het KEVG in zijn reactie op het terughalen van de Samsung telefoontjes glashard: “Op dit moment zijn alleen gezondheidseffecten door opwarming bij sterkere bronnen wetenschappelijk bevestigd. Andere negatieve gezondheidsaspecten waarover is gepubliceerd zijn wel beoordeeld maar tot op heden niet vastgesteld in relatie tot de zendsignalen van een mobiele telefoon.” Een openlijke leugen, want negatieve gezondheidsaspecten worden onmiskenbaar vastgesteld in bijvoorbeeld de Interphone-rapportage van oktober en het BioInitiative rapport.
Daarnaast misleidt de minister het parlement door te verlangen dat aanwijzingen voor gevaar langs wetenschappelijke weg tot stand moeten komen voordat zij maatregelen neemt. De observaties van artsen, therapeuten en burgers dat veel klachten verbonden lijken te zijn met straling, zijn dermate talrijk en internationaal, dat zij op zichzelf meer dan voldoende aanleiding zijn tot voorzorg. En hoe vaak neemt een regering niet voorzorgsmaatregelen op basis van feiten uit de maatschappij waarbij geen enkele wetenschapper betrokken is (bijvoorbeeld bij terreurdreiging)? De ontkenning door de minister is, gezien de ernst van de klachten, uiterst onverantwoord. Zij negeert haar verantwoordelijkheid om signalen van een ernstig gezondheidsprobleem serieus te nemen.
Intussen worden wij dagelijks bestookt met de straling van mobieltjes, draadloos internet, zendmasten en talloze andere apparaten en zijn wij op onszelf aangewezen voor bescherming daartegen. De gedupeerde patiënten staan in de kou. Gelukkig is er van andere zijde wel verzet tegen de belangrijkste bron van hoogfrequente straling, namelijk de GSM- en UMTS-masten, die de mobiele telefoon- en internetverbindingen verzorgen. Volgens StopUMTS.nl zijn er minstens 55 gemeenten en 15 woningbouwverenigingen die GSM- en UMTS-masten weren. Onder de gemeenten bevinden zich Arnhem, Nijmegen, Breda, Eindhoven, Zwolle, Leeuwarden, Alkmaar en Amersfoort. In veel gevallen hebben burgers een rol gespeeld in dit gemeentebeleid. In de gemeente Noordoostpolder, die wel masten plaatst, hebben inwoners van het dorp Nagele via de rechter de plaatsing van een Vodafone-mast tot nu toe weten te verhinderen; de gemeente heeft nog een hoger beroep lopen voor de Raad van State. Dat is interessant, omdat in de beroepszaak de betrouwbaarheid van de adviezen van de Gezondheidsraad een rol speelt. Overigens treft gemeentebeleid meestal alleen masten boven de 5 m: de staat en de telecombedrijven hebben namelijk in 2002 een convenant gesloten dat de gemeenten geheel en de burgers nagenoeg buitenspel zet bij masten lager dan 5 m. Enkele gemeenten zijn echter doende dit convenant te doorbreken.
[Dit artikel verscheen eerder in: Driegonaal, jrg.30, nr.5/6, juni 2009]
Eerste publicatie op 1 juli 2009