Aad Meijer
De gezondheidszorg zal - waarschijnlijk dit jaar nog - een solide basis krijgen. De patiënt (cliënt) krijgt ‘vaste grond onder de voeten’ want gezondheidsminister Klink wil zeven rechten voor de cliënt in de zorg bij wet vastleggen. Het is de derde stap in een omvangrijke omslag in de regie, sturing en financiering van de zorg. De eerste twee stappen waren de introductie van de Zorgverzekeringswet en die van de Wet Marktordening Gezondheidszorg.
Het lijkt erop dat de minister gouden bergen belooft in een tijd dat de economische crisis nieuwe investeringen in de zorg in de weg staat en de marktwerking in de zorg niet het tovermiddel blijkt te zijn om de zorg beter en beter betaalbaar te krijgen. Een ander instrument om de zorg efficiënter te maken, het Elektronisch Patiënten Dossier roept al evenveel weerstanden op. Het zal er toch niet op uitdraaien dat straks het recht op zorg wettelijk verankerd, maar niet te verzekeren is omdat de toegezegde zorg niet leverbaar is? De redactie zet de zeven patiëntenrechten op een rijtje.
De zeven patiëntenrechten:
De Zorgverzekeringswet en de Wet Marktordening Gezondheidszorg legden de grondslag voor het huidige vernieuwde zorgstelsel. Doelstelling was het organiseren van betaalbare kwaliteitszorg die tegemoet komt aan de behoefte van de individuele zorggebruiker. Voor de hoofdrolspelers: zorgverzekeraars, zorgverleners en de patiënt is een nieuw wettelijk kader nodig. Voor de patiënt krijgt dat kader gestalte in de zeven patiëntenrechten.
1 Het recht op beschikbare en bereikbare zorg
Al dadelijk wordt in het eerste recht de zorggebruiker centraal geplaatst. De Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie noemde het een veelbelovende doorbraak dat ‘de cliënt uitgangspunt is en niet de instelling’. Bij de presentatie van het programma in mei schreef de minister: ‘…we willen bereiken dat de patiënt goede zorg krijgt, die past bij zijn of haar behoefte en dat de cliënt de weg kan vinden in de vele mogelijkheden die de zorg biedt’.
Als dit recht op toegang tot zorg algemeen aanvaard wordt, zal het de veelzijdigheid bevorderen en het zorgpalet met de kleuren vullen waaraan behoefte bestaat. Zodoende kan het ook voor de complementaire zorg een nieuw kader bieden om deze zorg in de toekomst verder te concretiseren en toegankelijk te maken.
2 Het recht op keuze en op keuze-informatie
De patiënt krijgt een ‘afdwingbaar recht’ op keuze-informatie dat de zorgaanbieder verplicht informatie te verschaffen die de patiënt inzicht geeft in de kwaliteit van prestaties en de gemeten resultaten van een behandeling. Een ziekenhuis bijvoorbeeld moet aangeven hoe lang de wachttijd is voor een bepaalde ingreep. De kritische zorgvrager wordt geacht met die kennis invloed uit te oefenen op het aanbod.
Door middel van transparantie en marktwerking zou de efficiency en de kwaliteit ‘vanzelf’ toenemen. Over dit marktprincipe zijn de laatste twee jaar veel vragen gerezen. Zijn de zorgproducten van de diverse ziekenhuizen bijvoorbeeld wel écht met elkaar te vergelijken en zijn de indicatoren, de cijfers die inzicht moeten geven over de kwaliteit, wel betrouwbaar en begrijpelijk voor iemand die een behandeling zoekt?
3 Het recht op kwaliteit en veiligheid
Dit recht betreft de kwaliteit van zorg en veiligheidseisen die een patiënt mag verwachten van zorgverleners. Om dit recht te funderen zijn er volgens het programma richtlijnen nodig die de behandelaar een pakket van minimumeisen opleggen bij de uitoefening van zijn behandelplan. Het recht werkt eraan mee dat de patiënt naar de laatste inzichten van de medische wetenschap wordt behandeld. De Inspectie en de minister zullen toezien op de naleving van normen en protocollen.
Op dit punt is waakzaamheid geboden. Dit recht voor de patiënt kan een keerzijde krijgen. Een te grote mate van controle kan de patiënt-arts-relatie beknotten. Het is altijd de huisarts geweest die als poortwachter de belangen van de patiënt in het oog hield. De patiënt kon in zijn vertrouwelijke relatie met zijn arts zijn advies opvolgen of een second-opinion vragen. Richtlijnen en protocollen zouden de eigen verantwoordelijkheid van een behandelend arts niet moeten ‘uithollen’. Deze protocollen kunnen niet in de plaats treden van de ‘eed van Hippocrates’. De arts moet actief kunnen ingrijpen naar zijn beste inzicht: ‘situationeel’ handelen wordt dat wel genoemd.
De NPCF ziet veel in het nieuwe recht op kwaliteit en veiligheid: ‘Dat nu wettelijk verankerd gaat worden dat er goede afstemming tussen zorgverleners plaats moet vinden, en dat een patiënt daar ook recht op heeft, biedt veel kansen voor verbetering van de patiëntveiligheid.‘’
4 Het recht op informatie, toestemming, dossiervorming en privacy
In het Burgerlijk Wetboek liggen deze rechten reeds verankerd. Zij gelden nu al voor de geneeskundige behandeling maar zullen ook van toepassing worden gemaakt voor het werkgebied ‘verzorging, verpleging en begeleiding’. De patiënt/cliënt heeft in elke zorgrelatie recht op informatie, bij uitstek daar waar in de behandeling fouten optreden die merkbare gevolgen hebben. Voor de langdurige vormen van zorg wordt een Zorgplan wettelijk verplicht. Alle afspraken tussen cliënt en zorgverlener moeten daarin staan vermeld. Deze rechten gelden zonder beperking ook voor wilsonbekwame mensen.
5 Het recht op afstemming tussen zorgverleners
De cliënt krijgt een recht op afstemming tussen zorgverleners. Dit moet in de praktijk voorkomen dat men van het kastje naar de muur wordt gestuurd. Behandelaars moeten zorgdragen voor het overdragen van informatie die van belang is in de behandeling naar collega’s die de zorg op een later moment overnemen of doorverwijzen naar een andere behandelaar of verzorger. De cliënt kan bij in gebreke blijven van een behandelaar deze aansprakelijk stellen en schade claimen.
6 Het recht op een effectieve, laagdrempelige klacht- en geschillenbehandeling
De wetgeving gaat op dit punt aansluiten bij reeds bestaande initiatieven. Ziekenhuizen hebben bijvoorbeeld al een eigen regeling in geval van klachten. Het recht op afhandeling van een klacht of geschil voorziet ook in de mogelijkheid om de burgerlijke rechter of een externe klachtencommissie een uitspraak te laten doen. De betrokken instanties zijn het er over eens dat de weg naar een klachtencommissie gemakkelijk toegankelijk moet zijn. Wellicht komt er één toegangsloket voor het indienen van klachten of bemiddelingsverzoeken.
In de relatie tussen zorggebruiker en behandelaar is wederzijds vertrouwen een voorwaarde voor de zorgkwaliteit. Wanneer marktwerking deze relatie onder druk zet, kunnen de rechten - bedoeld om de kwaliteit van de zorg te waarborgen - ook aanleiding geven tot een claimcultuur zoals we die uit de Verenigde Staten kennen. Geen Amerikaanse toestanden klinkt het vaak in dit verband. Ook is te hopen dat de uitwerking van het recht op informatie niet zal leiden tot bureaucratische rompslomp.
7 Het recht op medezeggenschap en goed bestuur
De zorggebruiker heeft het recht invloed uit te oefenen op de besluitvorming in zorginstellingen. Cliënten hebben het recht van toegang tot een Cliëntenraad of kunnen zich daarin laten vertegenwoordigen. Zij kunnen zich laten helpen door een vertegenwoordiging van een landelijke organisatie die opkomt voor deze belangen. De zorginstellingen zelf worden zich meer en meer bewust van de waarde van de inbreng van ervaringsdeskundigen. Zij moeten mee-vormgeven aan het beleid. Het mes snijdt eigenlijk aan twee kanten. Recht en plichten ontmoeten elkaar.
Elektronisch Patiënten Dossier
De rechten van de patiënt dienen er in de eerste plaats toe de toegang tot de zorg en de kwaliteit van de medische zorg te bevorderen en te waarborgen. In dat licht kan de zorg in Nederland, inclusief de complementaire zorg, de nieuwe regels toejuichen. Er zijn zeker kanttekeningen te zetten bij de verdere uitwerking ervan. Zo zijn er de laatste maanden grote twijfels gerezen over het Elektronisch Patiënten Dossier. De bezwaarprocedure die in november naar alle Nederlanders is verstuurd heeft heftige kritiek opgeleverd. Circa een half miljoen mensen heeft bezwaar aangetekend!
Het is voor veel mensen de vraag of de gegevens uit het EPD uitsluitend in het belang van de zorg zullen worden aangewend. Wanneer de markt nog meer doordringt in de medische praktijk, kunnen de gegevens inzet worden van allerlei belangen die de beheersbaarheid dienen of het medisch statistisch wetenschappelijk onderzoek. Het is maar de vraag of het wanvertrouwen hierover kan worden weggenomen.
Zorg: markt of recht
Gelijke toegang tot medische voorzieningen is een algemeen mensenrecht dat op allerlei plaatsen in de Grondwet, in nationale en internationale wetten en verdragen is verankerd. Nu de marktwerking doordringt in de ziekenhuispraktijk ontstaat er een probleem. In het Haarlemse Kennemer Gasthuis bijvoorbeeld wordt voorkeurszorg geïntroduceerd. Met een hoge bijdrage krijgt men namelijk het recht eerder behandeld te worden. Het is de vraag of dat voorkeursbeleid niet de tweedeling in de zorg brengt die we eigenlijk niet willen. Het Haarlemse initiatief staat op gespannen voet met het grondrecht van algemene toegang.
De komende tijd zal er nog veel gesproken worden over het rechtsleven in de zorg. Het is te hopen dat de rechtsregels voldoende tegenwicht kunnen bieden tegenover de economische factoren die de gezondheidszorg zorg verregaand en eenzijdig dreigen te bepalen. De hamvraag blijft: is de zorg een markt?
Geraadpleegd
Eerste publicatie op 1 april 2009