Onrust rond de HPV-vaccinatie

Aad Meijer

De media melden de laatste weken [voorjaar 2009, red.] uitgebreid over de voors en tegens van vaccineren ter voorkoming van baarmoederhalskanker.

Met de beste bedoelingen is deze vaccinatie toegevoegd aan het Rijks Vaccinatie Programma (RVP). Er bestaat echter twijfel over nut en veiligheid van het middel en de methode van toedienen, ook in wetenschappelijke kring. Het gaat om een antivirusinjectie die bescherming moet bieden tegen het ontstaan van baarmoederhalskanker. Volgens de Gezondheidsraad is het middel kosteneffectief en veilig. Inmiddels is de voorhoede van de groep meisjes tussen 12 en 16 jaar oud opgeroepen voor de serie van drie inentingen. Van deze groep heeft 45% aan de oproep gehoor gegeven. Een lage opkomst! Komt dat door de slechte voorlichtingscampagne, door de ‘spookverhalen’ van de tegenstanders van de vaccinatie of omdat men het belang van de vaccinatie niet inziet?

Papilloma

HPV is de verzamelnaam van een grote groep Humane Papilloma Virussen. Een deel van deze virussen speelt een rol in het ontstaan van baarmoederhalskanker. HPV kan de structuur veranderen van de cellen in de mond van de baarmoederhals. Soms kan deze veranderde structuur een voorstadium van kanker veroorzaken maar in de meeste gevallen treedt spontaan genezing op. Doorgaans wordt bij meer dan 90% van de vrouwen die deze vorm van kanker ontwikkelen een infectie met deze zogenoemde hoog-risico-HP-virussen (HPV16 of HPV18) aangetroffen.

Oorzaken

Er is dus een verband tussen de ziekte en het aangetroffen virus. Nader onderzoek moet uitwijzen of het virus als unieke oorzaak kan worden beschouwd. Het vermoeden is dat er meer variabelen meespelen zoals andere vaginale infecties, roken en het gebruik van de anticonceptiepil. Feit is dat in Nederland jaarlijks ongeveer 200 vrouwen overlijden aan baarmoederhalskanker. Sinds de invoering van het bevolkingsonderzoek, het zogenoemde uitstrijkje, is het aantal gevallen van baarmoederhalskanker met 70% afgenomen.

Ter vergelijking: jaarlijks overlijden 6000 vrouwen aan klachten ten gevolge van roken en 3300 aan borstkanker.

Verstoorde celgroei

Recent onderzoek beschrijft het mechanisme van kankerverwekkende typen van het HP-virus als volgt: in de door het virus geïnfecteerde cel wordt een celgroeiremmend micro-RNA uitgeschakeld. De cel kan zich vervolgens ongeremd delen en vermenigvuldigen. Micro-RNA heeft een controlerende functie in de celstofwisseling. Van zulke stofjes hangt het af of een bepaald gen actief of inactief is in het proces van celgroei en -vermeerdering. Kankerverwekkende HP-virussen nemen met een zestal eigen genen de controle van de gastheercel over. Vervolgens raken zulke cellen ontregeld en komt een kankerverwekkend eiwit vrij. Dit eiwit vernielt het van nature aanwezige micro-RNA. Kanker kan ontstaan wanneer de controle over celgroei uitvalt. De verstoorde cellen kunnen in een uitstrijkje worden herkend.

Uitstrijkje

De veranderde cellen die bij de baarmoedermond worden aangetroffen, geven een betrouwbare indicatie van het risico op baarmoederhalskanker. Zelfs het allereerste stadium is hiermee vast te stellen. Het uitstrijkje is het systematisch onderzoek van een beetje weefsel dat afkomstig is van de baarmoederhals. Ongeveer 800.000 vrouwen krijgen elk jaar een uitnodiging deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Tweederde deel van de vrouwen doet feitelijk mee met het onderzoek. Als iedereen mee zou doen zouden er geen 200 maar 100 vrouwen per jaar aan baarmoederhalskanker overlijden. Een deel van deze 100 vrouwen valt buiten het bevolkingsonderzoek. Zij zijn jonger dan 30 jaar of ouder dan 60 jaar.

Gerichte ingreep

Van de groep geïnfecteerde vrouwen bij wie de risicotypen HPV16 of HPV18 worden gevonden, is 50 tot 60% na enige tijd vrij van deze infectie. Wanneer echter de infectie zich herhaalt, is er sprake van een verhoogd risico. De risicogroep wordt twee tot vier keer per jaar gescreend. Bij toenemende waarden van HPV16 of HPV18 volgt meestal een kleine ingreep waarbij de veranderde cellen worden weggehaald. Dat leidt bijna altijd tot verwijdering van de infectie en voorkomt het kankerproces.

Trendbreuk

Al met al lijkt minister Klink door het advies van de Gezondheidsraad op te volgen voor een andere strategie ter bestrijding van HPV-infectie te hebben gekozen. Omdat het preventieve onderzoek d.m.v. het uitstrijkje 30% van de vrouwen niet bereikt, lijkt het mogelijk te zijn de 100 sterfgevallen per jaar met een antiviruscampagne te voorkómen.

Bij het besluit om te kiezen voor een volksinenting kan een groot vraagteken gezet worden. Zijn er niet veel meer factoren te onderzoeken die kanker, in dit geval aan de baarmoederhals, veroorzaken? Is massavaccinatie de beste strategie om HPV-infectie te voorkomen? In medisch-wetenschappelijke kring wordt getwijfeld aan de juistheid van de beslissing om het antivirale middel aan het rijksvaccinatieprogramma toe te voegen. Terwijl bekend is dat baarmoederhalskanker zich pas op lange termijn ontwikkelt en openbaart, zijn de effectiviteit en de mogelijke bijverschijnselen van het vaccin op langere termijn nog niet onderzocht. Ook is aan het licht gekomen dat de industrie het vaccin met twijfelachtige druk op de markt gezet heeft.

Te vroeg

De bezwaren van een groep wetenschappers werden gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (2008;152:2001-4):

Wij hebben grote bezwaren tegen opname van HPV-vaccinatie in het Rijksvaccinatieprogramma op zo korte termijn. Op basis van de 7 criteria die de Gezondheidsraad hanteert bij zijn advies  beargumenteren wij dat aan 5 daarvan onvoldoende wordt voldaan en dat de minister en de Tweede Kamer beter kunnen wachten met het nemen van een dergelijk besluit.

De zeven criteria zijn: ziektelast, veiligheid,  effectiviteit, individuele en collectieve aanvaardbaarheid, doelmatigheid en prioriteit.

De onderzoekers vonden massale vaccinatie - in dit stadium - geen geschikte methode om het doel - voorkomen van besmetting met HPV - met voldoende succes te bereiken. Dat zou anders liggen in een derdewereldland waar controle en screening door middel van uitstrijkjes niet uitvoerbaar zijn zoals in Nederland.

Vermijdbare ziekte

Een ander bezwaar komt vanuit de christelijke geloofsgemeenschap. Zo zegt professor Wolter Oosterhuis (hij is van wetenschappelijke én christelijke huize) van de Erasmus MC/Daniel den Hoed Kliniek in het Nederlands Dagblad van 7 maart 2009:

“De prik tegen baarmoederhalskanker is vooral ingevoerd omdat er een kleine groep vrouwen is met veel seksuele contacten die zich niet laten controleren. Meisjes met een christelijke levensstijl hebben die inentingen niet nodig.”

Volgens Oosterhuis is baarmoederhalskanker een vermijdbare ziekte: “Meisjes die een monogaam huwelijk aangaan en voor hun huwelijk daar ook naar leven hebben geen inenting nodig. Hij vindt het vreemd dat je een hele bevolking moet onderwerpen aan een vaccinatie, omdat een kleine groep vrouwen met risicovol gedrag vertikt mee te doen aan een bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker.”

Hij zou het beter vinden als die vrouwen elke vijf jaar een 'uitstrijkje' lieten doen.

Dekkingsgraad

Daarmee wordt een ander zwak punt in de HPV-campagne zichtbaar, namelijk dat alle meisjes van 12-plus worden samengenomen in één statistisch heterogene groep. In behoudend christelijke milieus zal de kans op vroege seksuele contacten met meerdere partners beduidend lager uitvallen. Dat levert minder trefkans op om met het HPV-virus in aanraking te komen. Daarin kunnen ouders van 12-plus meisjes een argument vinden om van vaccinatie af te zien. En dat levert weer een lagere dekkingsgraad op. De vraag is of de peperdure inentingscampagne (375 euro per set injecties) zo haar doel niet voorbijschiet. De dekkingsgraad werd aanvankelijk ingeschat op 90%. De opkomst van gemiddeld 45% valt daarbij tegen. Ook is niet zeker of alle meisjes die prik 1 hebben gekregen de beide opvolgende injecties zullen halen.

Conclusies

Ouders van een meisje van twaalf en ouder moeten zelf een risicoafweging maken bij de keuze voor deze inenting. De uitnodiging voor deelname aan de vaccinatie was persoonlijk aan het meisje gericht. Op die leeftijd is het kunnen maken van zulke complexe afwegingen doorgaans nog geen verworvenheid. In de meeste gevallen zullen natuurlijk ook de ouders meedenken. De nog onopgehelderde vragen die rondom de campagne leven, maken de afweging er niet makkelijker op. Hoe veilig is de vaccinatie op de langere termijn, welke bijwerkingen zijn nog te verwachten? Voor de ouders die afzien van vaccinatie speelt verder de vraag of zij bij hun dochter kunnen aandringen op het preventieve bevolkingsonderzoek door middel van het uitstrijkje. Want die methode blijkt veilig en effectief te zijn ter voorkoming of genezing van baarmoederhalskanker. Dat uitstrijkje blijft trouwens nodig, ook na vaccinatie. Het veelbeproefde uitstrijkje en de screening op HPV-virussen leveren in elk geval geen bijwerkingen op waar we later spijt van krijgen. Ook met vaccinatie blijft het nodig om de gehele risicogroep stelselmatig ter controle op te roepen. Voor de dertig procent van de vrouwen die (nog) niet meewerken aan deze monitoring kan de publiciteit rond HPV-vaccinatie een stimulans zijn alsnog hieraan deel te nemen. Ook blijft het gebruik van condooms ter voorkoming van geslachtsziektes een absolute must.

Literatuur:

Eerste publicatie op 1 april 2009

Antroposana
www.antroposana.nl

print dit artikel...

stuur dit artikel door via email...