Levenskunst verbindt (met mens en wereld)

Mieke Linders

Liedzanger Maarten van Roozendaal schetst in zijn voorstelling ‘Het Wilde Westen’ indringend en met humor zijn beeld van onze kommervolle leefwereld en de teloorgang van vrijheid en schoonheid. Authentiek van vorm, met een goede balans tussen licht en donker, vertolkt hij zijn verhaal vanuit een grote innerlijke betrokkenheid. Vanuit deze bewogenheid geven kunstenaars vaak hun visie op hoe wij mensen met elkaar en onze buitenwereld omgaan. De spiegel die zij ons voorhouden kan ons beroeren. Beeldende kunst, muziek en literatuur kunnen ons in contact brengen met een diepere laag in onszelf en zicht bieden op de omgang met onze omgeving. Een leven zonder zelfkennis is geen leven, beweerde Socrates. De eigen levensweg op het spoor komen is een ware zoektocht. In onze complexe, snel veranderende wereld waarin we overstelpt worden met indrukken via scherm en reclame, kunnen we dat spoor gemakkelijk bijster raken.

Hoe te leven

Met de specifieke vraag ‘hoe te leven’ hield men zich al sinds de vierde eeuw voor Christus bezig. In leefgemeenschappen rond Pythagoras begon men de dag met zelfonderzoek, deed men spirituele oefeningen ter bevordering van de gemeenschapszin en werd de dag afgesloten met rituelen ter bezinning. Volgens Socrates is het ’ken jezelf’ de eerste stap van zelfzorg op weg naar een goed leven. Plato, leerling van Socrates, was de eerste filosoof die spirituele zelfzorg aan de orde stelde. En Plato’s leerling Aristoteles voegde daar de ethiek van de deugden aan toe, een opvoedingsethiek gericht op voortdurende vorming en perfectionering van het zelf. Een zelf dat leeft naar deugden als vriendelijkheid, trouw, loyaliteit en moed. Bij Seneca komen we al het fenomeen stress tegen: het doelloos heen en weer rennen van mensen. In de achttiende eeuw pleit Rousseau voor het volgen van de natuur in onszelf en hij beklemtoonde de zelfbeschikking. Aan het eind van die eeuw, met de opkomst van kapitalisme en burgerdom, verdween de persoonlijke bezinning naar de achtergrond en overheersen waarden als plicht, nut en christelijke moraal. De Romantiek brengt het begrip authenticiteit naar voren: in contact zijn met het diepste ik: de authentieke mens stemt zich goed af op zijn innerlijk wezen.

Rudolf Steiner

De antroposofie onderscheidt vier lagen in de mens: het fysieke lichaam, het levenslichaam, de ziel en de geestelijke kern. Ons fysieke lichaam maakt deel uit van de materiële wereld, die we waarnemen met onze zintuigen. Het wordt in stand gehouden door het levenslichaam dat de levensfuncties verzorgt. Alles in de natuur, mens, plant en dier kent deze etherische levenskracht. De ziel is het gebied waar onze gevoelens leven. De drie zielenkrachten denken, voelen en willen vinden via hoofd, borst en ledematen hun basis in het lichaam. Door middel van de geestelijke kern, ook ons ‘ik’ genoemd, geven we zin aan ons leven, vormen we gedachten en idealen die ons in staat stellen een vrij en verantwoordelijk leven te leiden. Een mens wordt gezien als geestelijk en lichamelijk gezond wanneer de vier wezensdelen in harmonie zijn met elkaar en met de omgeving en dat ongeacht de omstandigheden. Om nu het levenslot te leren aanvaarden, er van te leren en zelfs als ‘vriend’ te omarmen, is het versterken van de ik-kracht een wezenlijke stap. En dat gebeurt door wat we ‘zelfopvoeding’ kunnen noemen.

Zelfopvoeding

Ons wezen zal worden gevoed door een levensritme overeenkomstig de seizoenen, door regelmaat en goedgekozen gewoonten. Een routine vergemakkelijkt ons leven en schept een vertrouwde omgeving. Dagelijkse oefening, meditatie op vaste tijden en therapie zijn middelen om sterker in het leven te staan. Regelmatig bewegen volgens het eigen innerlijke ritme eveneens. Een besef van lichamelijke vergankelijkheid is van belang en kan een bewuste besteding van de tijd stimuleren. Zelfbeperking en het maken van keuzes zullen rust en overzicht brengen. Het bewustzijn van de tegengestelde krachten in de natuur als licht en donker, koude en warmte, beweging en rust zal helpen om met de tegenstrijdigheden in de menselijke natuur om te gaan. Van tijd tot tijd ‘niets’ doen, tot rust komen en bewust worden van gevoelens zal afstand nemen van die gevoelens vergemakkelijken en meer gelatenheid creëren. Nadruk hierbij op het positieve in mensen kan eveneens helpen heftige emoties terug te brengen. Een terugblik op de afgelopen dag waarbij we de gebeurtenissen in omgekeerde volgorde de revue laten passeren kan nieuwe inzichten geven. Door liefde en zorg voor het eigen wezen en haar omgeving kan op den duur een levensplan ontwaard worden dat de kosmos voor ons in petto heeft.

Levenskunst en onderwijs

In Het leven als Kunstwerk beschrijft Joep Dohmen het contrast tussen het rijke filosofische verleden - dat een ontwikkeling liet zien naar een steeds autonomer menszijn - met de huidige wereld waarin geluk vaak wordt gelijkgesteld aan een comfortabel en succesvol leven. ‘De markt’ kwam veelal in plaats van religie of ideologie. Dohmen pleit voor een cultuur van zelfzorg, waarvan zelfkennis en zelfonderzoek het begin vormen. Met als uitkomst: leven in overeenstemming met een autonoom ik. Ook Goethe verzucht in een brief aan zijn vriend Zelter dat niemand zichzelf en de grondslag van zijn bestaan meer kent. Jongelui worden volgens hem veel te veel in beroering gebracht en vervolgens meegesleurd in de maalstroom van de tijd. Onderwijs was oorspronkelijk bedoeld om de mens zich te laten ontwikkelen tot het ware menszijn op basis van fundamentele waarden: het ware, goede, schone, vriendschap en rechtvaardigheid. Het onderwijs in onze tijd is weliswaar beschikbaar voor velen maar lijkt voornamelijk gericht op het vormen van de mens tot burger, consument en werker. Morele en geestelijke vorming verdwenen naar de achtergrond. Vrije Scholen hebben nog het uitgangspunt het wezen van de mens te helpen ontwikkelen en proberen leerlingen te begeleiden op hun weg tot innerlijk vrije, zelfstandige, zelfverantwoordelijke individuen. De drie zielenkrachten denken, voelen en willen zullen er gelijke aandacht krijgen.

Onderwijs en opvoeding

Krachten die leven in de elementen aarde, water, licht en vuur werken via de zintuigen tot in het lichamelijke in ons door. Door het in en met de natuur leven worden volwassenen, maar met name kinderen in de groei, vitaler en gezonder. Bewegen in de natuur is onlosmakelijk verbonden met de ontwikkeling van mentale vermogens als dromen, denken en bewustzijn. Vanaf het moment dat de mens rechtop ging lopen kregen de linker en rechter hersenhelft eigen taken. Evolutionair gezien zijn mentale vermogens dan ook naar binnen gekeerde bewegingen. Kinderen leggen met eerbied en verwondering op een diep niveau verbinding met wat ze tegenkomen. Al doende, via  zintuigen en indrukken, willen zij de werkelijkheid tot zich nemen en leren begrijpen. Dat wat een kind waarneemt is meer dan wat hij ziet. Achter ieder beeld ligt een grotere werkelijkheid verborgen. Met de kracht van de fantasie is het kind in staat tegenstrijdigheden die het tegenkomt op te lossen. Wat zich vanuit de geestelijke wereld wil uitdrukken, drukt zich uit in beeld. De ziel is de verbinding tussen de geestelijke wereld en de aarde. Beelden zijn dat ook. Het is dan ook wezenlijk dat de verhalen die kinderen worden verteld of hen gepresenteerd worden beelden oproepen die door hen zelf gemaakt worden. Een foto of film gaat pas leven wanneer ze er zelf betekenis aan geven. Op basisschoolleeftijd is die betekenis primair gevoelsgeladen. In opvoeding en onderwijs zal men kinderen dan ook bij voorkeur een genuanceerd, afwisselend gevoelspalet laten ontdekken. Kinderen willen dingen zelf doen en hebben een drang naar zelfstandigheid en autonomie. Een opvoeder zal tegenwicht bieden met het doel een kind te helpen opgroeien tot een mens die kritisch kan nadenken en zelfstandig kan oordelen; die de balans kan bewaren tussen zichzelf en de ander; in staat is lief te hebben en te houden van alles wat die liefde waard is; handelt naar eigen inzicht en in tegenwoordigheid van geest. Het meest krachtige middel om dit doel te bereiken is het voorleven.

Beeldschermen

Beeldschermen zijn niet meer weg te denken uit onze samenleving. Ze werken evenwel verlammend op het bewegen, op de fantasie en de energie. Bij een beeldscherm is een jong kind toeschouwer in tegenstelling tot de deelnemer die het in wezen wil zijn. Het zelf beelden kunnen maken gaat bij een tv of computer verloren. In de beelden die tv, computer e.d. ons voorspiegelen, ontbreekt dat wat ons in de natuur voedt. Bij kinderen, bij wie lichaam en innerlijk leven sterker samenhangen, tasten zij de vitaliteit aan. Het kind ‘slikt’ zonder proeven. De opgedane beelden kunnen als een onverteerbare brok op de maag blijven liggen. Kinderen die veel tv en computer kijken ontmoeten het wezenlijke steeds minder. Verwondering, eerbied en vertrouwen zijn verder weg. Kinderen komen minder tot vrij spel en gezondheidsklachten als hoofdpijn, inslaap- en verteringsproblemen, concentratiestoornissen en angst kunnen samenhangen met de moderne beeldschermcultuur. Betekent opvoeden tegenwicht bieden, dan zal hier zeker tegenwicht geboden dienen te worden. De beeldschermcultuur heeft de neiging ons los te weken uit het geheel. Het gevoelsleven stompt af en dat leidt tot de behoefte aan steeds sterkere prikkels en sensatie. Het wilsleven raakt enigszins verlamd, zodat de uitzetknop bedienen lastig wordt. Het denkleven boet in aan (morele) verbondenheid, zal sneller tevreden zijn met geboden uitkomsten en doet minder moeite om tot een eigen oordeel te komen. Het gezondmakende tegenwicht in opvoeding en onderwijs zal zich dan ook bij voorkeur richten op een werken aan diepgang, verbondenheid met de wereld en een groter geheel.

In een tijd van voor de computer schreef Adriaan Morriën:

“... In de gespannenheid waarmee een kind naar een paard, een hond of een vogel kijkt, herken ik de geboeidheid van mijn jeugd door alles wat, evenals ik, leefde, een lichaam bezat met hartklop, ademhaling, spijsvertering, beweging van gevoelens, driften en instincten. Ik kon dat niet begrijpen, zoals ik het nog altijd niet begrijp, maar de indruk van het andere was soms zo overweldigend dat ik in een gedachteloze overpeinzing verzonk, een dromerigheid waardoor ik mijzelf niet meer was, maar alleen nog kon kijken, terwijl de minste beweging van wat ik bekeek zich in mijn zenuwen en spieren aftekende, herhaalde en weerspiegelde…”

Literatuur

Eerste publicatie op 1 januari 2009

Antroposana
www.antroposana.nl

print dit artikel...

stuur dit artikel door via email...