Met manische depressiviteit valt goed te leven

Henk Schutte

Manische-depressiviteit (steeds vaker bipolaire stoornis genoemd) is een verzamelnaam voor ernstige psychische klachten die zich kenmerken door vaak langdurig doorschieten in één van twee verschillende éénzijdigheden (daarover later meer). Zowel in de gangbare als in de antroposofische geneeskunst wordt het meestal als een constitutioneel probleem gezien. Dat betekent dat de ziel zich niet op een gezonde manier kan ontplooien omdat hij in een lichaam zit dat onvoldoende steun geeft.

De bipolaire constitutie komt meestal vaker in de familie voor. De erfelijkheid speelt een belangrijke rol. Heb je een gezonde constitutie, die als een warme jas om je ziel hangt, dan biedt dat de mogelijkheid om krachtig werkzaam te zijn in de aardse realiteit. Een goed contact met het lichaam betekent ook een goed contact met de aardse wereld. Het lichaam is zèlf tenslotte ook een deel van de wereld. Het omgekeerde is ook waar: heb je een lichaam dat je niet goed kunt bewonen, dan levert dat problemen op bij het functioneren in de wereld. Dat is bij de bipolaire stoornis in hoge mate het geval.

Veel mensen met deze ziekte lopen vast in hun maatschappelijke carrière omdat ze in het dagelijks leven voorbij gaan aan de beperkingen die hun constitutie nu eenmaal oplegt. Zelf heb ik mijn leraarschap moeten neerleggen omdat ik de spanningen die dit beroep met zich meebrengt, niet aankon. Dat deed pijn omdat ik van het werk hield. Om niet te willen wat je niet kan maar te kijken naar wat er nog wel mogelijk is, daarvan te genieten en dat met liefde te doen, dat is een enorm leerproces. Dit geldt natuurlijk voor ieder mens, maar de brokken die mensen met een bipolaire stoornis maken door over hun grenzen te gaan zijn vaak zeer dramatisch.

Al zeven jaar werk ik, een middag in de week, met veel plezier bij de lotgenotentelefoon voor manisch-depressieven en betrokkenen. De lotgenotentelefoon (0900-512345) is één van de takken aan de boom van de landelijke patiëntenvereniging, de VMDB). Doordat ik honderden patiënten aan de lijn heb gehad, heb ik een levendig beeld gekregen van de worsteling van deze mensen om een bevredigende verhouding tot de wereld te krijgen. Ook partners, familieleden en vrienden van de zieke maken diepe crises door en bellen op. Hoewel ieder de ziekte op een volledig individuele manier doormaakt, zijn er toch algemene kenmerken te ontdekken. Voordat ik die ga schilderen wil ik proberen om een korte en dus onvolledige schets te geven van de antroposofische menskunde. Mijn bron is daarbij o.a. de cursus Algemene menskunde, die Rudolf Steiner gaf aan de eerste groep Vrije School leerkrachten.

Volgens deze cursus zijn alle mensen bipolair. Dat is ook duidelijk te zien aan het skelet: bij de schedel valt de ronde vorm op waarbij het harde gedeelte (schedeldak) het weke gedeelte (hersenen) omsluit. Bij de benen en armen heb je meer lijnvormige beenderen die uitstralen in vingers en tenen. Daar zitten de weke delen (spieren) aan de buitenkant en de botten binnenin. Als we meer functioneel kijken dan heeft de bezinning, het denken, de herinnering, met het hoofd te maken. Als we die functies uitoefenen moeten we ons hoofd stil houden en het lukt beter naarmate we ons op dat moment beter kunnen afsluiten voor uiterlijke indrukken. In het denken nemen we onze innerlijke wereld op de meest bewuste manier waar. De schedel is een soort kleine kloostercel waarin we ons af en toe kunnen terug trekken, waarin we kunnen verstillen en tot rust en inzicht komen. Onze armen en benen komen juist het beste tot hun recht als ze kunnen bewegen. Ook de darmen in onze buik bewegen onophoudelijk. Daarom zou je alles wat onder het middenrif zit, met de armen en benen samen, de bewegings- of wilspool kunnen noemen. Wat we ook voor heldere ideeën in ons hoofd hebben, als ze gerealiseerd moeten worden hebben we onze handen en voeten nodig. Omgekeerd: als we merken dat we iets willen, hebben we ons hoofd nodig om helder te krijgen wat dat precies is of hoe we dat het beste kunnen realiseren. Bezinning op wilsimpulsen is nodig.

Tussen beide geschetste polen, de rustpool (hoofd) en de bewegingspool (buik en ledematen) is het middengebied te vinden in de vorm van onze ribbenkast. Daar is ook beweging maar dan ritmisch (ademhaling, hartslag). Dit ritmische gedeelte is de fysieke basis voor ons gevoelsleven. De drie gebieden zijn niet functioneel van elkaar gescheiden maar lopen in elkaar over.

Als iemand manisch wordt dan begint de onderpool (de wilspool) te domineren. Het ritmische systeem (middengebied) is niet meer in staat om het evenwicht te bewaren. Alles wat met het driftleven samenhangt overspoelt de zieke op een geweldig dwingende manier. Dat kan leiden tot ontremmingen op allerlei terrein: seksuele ontremmingen, koopzucht, spraakwaterval, agressie, dweperij enzovoorts. Alles staat in het teken van het ongeduld, het gedreven worden. Alleen de toekomst telt, de bezinning op het eigen gedrag is zoek. Niet zelden raken mensen zichzelf volledig kwijt in de roes van de overactiviteit en is een opname nodig in een psychiatrisch ziekenhuis. Langzamerhand, maar soms plotseling, kan de situatie volledig omkeren. Was er eerst de ongeremde stuwing, later kan de wil opeens uitgeblust zijn. Nu gaat het hoofd de boel terroriseren. Alle genante situaties, alle verwoestingen in het sociale leven die zijn veroorzaakt in de voorafgaande manie, komen plotseling in het bewustzijn. Het overmoedige, gezwollen ego van de manische patiënt schrompelt helemaal in elkaar tot een lege, donkere, schaamtevolle, eenzame, verlammende, angstige doodsbeleving. Kon men kort tevoren nog euforisch surfen op de omslaande golf van de begeerte, nu is men van zijn surfplank gevallen en zwemt tussen de haaien. Een diepe depressie is met geen pen te beschrijven. Het is echt een vorm van vroegtijdig doodgaan. Het schokkende is dat dit zelfs in letterlijke zin geldt voor een groot aantal patiënten met een bipolaire stoornis. Er is, volgens de door mij geraadpleegde literatuur, geen andere ziekte met zo’n hoog suïcidepercentage.

Er zijn ook ziektetoestanden waarbij de twee uitersten samen in een soort mengvorm optreden. Een voorbeeld is de ontstemde manie. Iemand voelt zich depressief maar vertoont ook de rusteloze activiteit en de ‘confrontatiezucht’ van de manische patiënt.

Na de verschrikkingen van de bipolaire stoornis reëel onder ogen te hebben gezien, kom ik nu toe aan het eigenlijke motief dat tot dit artikel leidde. Dat is namelijk de eigen ervaring dat er met deze ongeneeslijke ziekte goed te leven valt en de hoop die dat misschien kan bieden aan mensen bij wie de ziekte nog maar net is losgebarsten en die nog wanhopig aan het zwemmen zijn.

Zoals al gezegd: de bipolaire stoornis is een constitutioneel, lichamelijk probleem. Het moet dan ook als zodanig behandeld worden. De gangbare en de antroposofische geneeskunst kunnen daarbij hand in hand gaan. Een regulier middel dat veel manisch-depressieven steun geeft, is Lithium(carbonaat). Er zijn ook andere middelen. In het algemeen moet men naar mijn mening niet te terughoudend zijn met gangbare medicijnen bij deze kwaal. Iedereen wil het graag ‘zèlf doen en dat is een loffelijk streven, maar dat lukt naar mijn ervaring beter mèt die middelen. Tegen iemand met een gebroken been zeg je ook niet: “Kom op loop nou toch zèlf!”. Een spalk van gips is dan heel normaal. Het gips geneest het been niet maar maakt de genezing wel mogelijk. In tegenstelling tot een been is een constitutie niet helemaal te genezen, en dus is ondersteuning in de vorm van medicatie met Lithium vaak langdurig of zelfs levenslang nodig. Een antroposofisch arts kan een extra bijdrage leveren door organen die gestoord zijn in hun functie (en daardoor de ziel nadelig beïnvloeden), te behandelen (bijvoorbeeld lever of hart, enzovoorts). Ook andere antroposofische therapieën, zoals bijvoorbeeld euritmietherapie en kunstzinnige therapie kunnen worden ingezet.

Hoe meer de situatie verbetert, hoe groter de mogelijkheid wordt om ook bewust ‘van bovenaf’ op je constitutie te werken. Dat komt neer op zelfopvoeding. Een werkzame methode is wordt gevormd door de Nebenübungen’ of ‘Basisoefeningen’.  Joop van Dam (antroposofisch arts) schreef er een uitstekend boekje over (Het zesvoudige pad), waarin hij een vruchtbaar huwelijk sluit tussen enerzijds de basisoefeningen zoals Rudolf Steiner die kort beschrijft in De wetenschap van de geheimen der ziel en anderzijds ‘de terugblik oefening’, die Steiner op vele plaatsen op verschillende wijzen heeft beschreven. Het boekje van Joop van Dam is toegankelijk en praktisch.

Door mijn werk aan de lotgenotenlijn heb ik gemerkt hoe groot de behoefte is om naast de (meestal onvermijdelijke) medicijnen zèlf iets te doen om beter met de kwaal om te kunnen gaan. Dat is een duidelijke ontwikkelingsvraag. Daarvoor zijn er natuurlijk vele wegen, het zesvoudige pad is er één van. Hoewel je met deze weg maar kleine bescheiden stapjes kunt doen in het omvormen van je constitutie, kan het een groot effect hebben op je levensgeluk, en het vertrouwen in de toekomst. Je kunt de crises (die vaak in mildere vorm wel blijven terugkomen) bewuster hanteren. Je kunt er beter bijblijven. Het langzaam groeiende zelfinzicht is een opkomende zon die ook door de wolken heen zichtbaar blijft in crisissituaties. Zo kan de ziekte langzamerhand veranderen van een catastrofe in een fascinerend onderzoeksgebied. Daarmee komt de acceptatie van en de liefde voor het moeilijke levenslot binnen bereik.

Tot slot wil ik kort een aantal aanwijzingen van Joop van Dam behandelen die ik ontving naar aanleiding van mijn vragen over de bipolaire stoornis. Eerst noem ik de basisoefeningen van het zesvoudige pad:

  1. controle over het denken
  2. controle over het handelen
  3. gelatenheid in het gevoelsleven
  4. positiviteit
  5. onbevangenheid
  6. harmonisering van de oefeningen.

Joop van Dam raadde mij aan om te onderzoeken welke rol de tijd speelt in het zesvoudige pad en in de ziekte.  Een depressieve patiënt wordt door zijn constitutie gedwongen om de hele dag terug te blikken (piekeren). Alles wat aan herinneringen opkomt is negatief. De verbinding met de toekomst is er niet meer. Men kan bij deze ’terugblik-dwang’ bewust aanknopen door elke avond tien minuten te proberen om in de afgelopen dag iets te vinden wat positief is, al is het nog zo klein. Zo worden positiviteit en onbevangenheid geoefend in de terugblik. Dat zijn juist die eigenschappen die een gezonde verbinding met de toekomst mogelijk maken. Het dagelijks opschrijven in een schriftje werkt goed. Het vraagt wel inzet maar het levert ook wat op. Als een patiënt manisch dreigt te worden, wil hij te snel gaan. Hij is zo obsessief bezig met de toekomst dat hij met zevenmijlslaarzen vooruit wil. Sterke emoties spelen vaak een grote rol. Deze situatie vraagt om de derde oefening. Als men objectiever naar de eigen gevoelens kijkt kan men er vrijer mee omgaan. Ook de vierde oefening (positiviteit) is dan belangrijk. Manische mensen krijgen door hun stuwkracht makkelijk conflicten. Door bewust het positieve in mensen te willen vinden, kan men voorkomen dat botsingen onherstelbare breuken veroorzaken en kan er ook gelachen worden. Van deze oefeningen moet men geen wonderen verwachten maar er gaat een werking vanuit en het gevoel goed bezig te zijn kan al vrij snel optreden. Dit geldt ook voor een andere tip van Joop van Dam: bewuster proberen om te gaan met alles wat beweegt tussen twee uitersten, zoals:

  1. spreken – luisteren
  2. bidden – werken
  3. alleen zijn – onder de mensen zijn.
  4. inspannen – ontspannen
  5. denken – doen
  6. schenken – ontvangen
  7. terugblikken – vooruitblikken
  8. waarnemen - denken
  9. buiten zijn – binnen zijn
  10. waken - slapen

enzovoorts.

Als afsluiting wil ik nog de ervaring vermelden dat het oefenen in een stroomversnelling kan komen als je een aantal mensen bij elkaar kunt vinden die samen willen oefenen. Je kunt elkaar dan steunen en adviezen van elkaar ontvangen.

Meer weten?

Naast de reeds genoemde literatuur kan ik de volgende werken aanbevelen:

Eerste publicatie op 1 oktober 2008

Antroposana
www.antroposana.nl

print dit artikel...

stuur dit artikel door via email...