Hoe vinden we het juiste woord?

De jaarfeesten in de zomertijd

Diederick Sprangers

In de zomer voelen we ons naar buiten getrokken: we willen genieten van de warme zon en de mooie natuur. Die heeft eind juni haar hoogtepunt van groei en bloei bereikt en gaat nu vruchten vormen. Wij mensen zijn dan eveneens geneigd meer uiterlijk dan innerlijk te werken. Maar ook in het uiterlijke leven kunnen de oude jaarfeesten van onze cultuur een bron van inspiratie vormen voor onze persoonlijke ontwikkeling.

De zomertijd is de tijd van St. Jan (24 juni) tot Michaël (29 september). Sint Jan is een feestdag met een dubbele lading: de geboorte van Johannes de Doper en de dood van Johannes de Evangelist staan op deze dag centraal. Johannes de Evangelist opent zijn evangelie met het beroemde scheppingsverhaal dat de wereld laat ontstaan uit het woord (“In den beginne was het woord…..”). Ingeweven in dit openingsverhaal is de figuur van de andere Johannes (de Doper) die de mensen in Palestina hierover vertelde: hij was ‘de stem van de roepende in de woestijn’. De twee Johannessen verkondigen dus beiden ‘het woord’ en vormen een twee-eenheid. Het Sintjansfeest is dus het feest van het woord - maar wat wil dat nu eigenlijk zeggen?

De woorden die wij mensen spreken, hebben eigenlijk een bijzondere kracht - ook al is het woord in onze cultuur ernstig gedevalueerd: kletspraat, retoriek en holle frasen maken maar al te vaak de dienst uit. Je kunt de kracht van het woord ontdekken als je bijvoorbeeld ergens mee zit en er niet uitkomt: praat je erover met een ander of probeer je het op te schrijven, dan kan het gebeuren dat de zaak plotseling wel helder wordt. Door het te formuleren in woorden, ontstaan ineens nieuwe gedachten en ben je in staat een nieuwe stap te zetten. Zo leiden woorden tot nieuwe ideeën. Dat is de scheppende kracht van het woord, die we vaak onderschatten.

In het woord leeft een vurige wil tot scheppen en in de zomerse hitte kunnen we dat vuur, het Johannes-vuur, herkennen. Naarmate de zomer ten einde loopt, het vuur zich terugtrekt en de herfstige kou zich aandient, keren wij van buiten naar binnen. Dan begint de sfeer van Michaël, die meer tot innerlijke verdieping aanspoort. Bij Michaël gaat het om de strijd tussen goed en kwaad in jezelf, tussen de lagere driften en de edelere vermogens die je in je hebt.

De overgang van de Sintjanstijd naar de Michaëlstijd wordt gevormd door drie kleinere, minder bekende feestdagen: Maria Hemelvaart (15 augustus), de onthoofding van Johannes de Doper (29 augustus) en Maria Geboorte (8 september). Een tweede Johannesdag, ingeklemd tussen twee Mariadagen: deze periode wordt ook wel de ‘Mariazomer’ genoemd. Johannes de Doper werd onthoofd door Herodes: hij offerde zijn stem, die vervolgens in de leerlingen van Christus verder leefde - met name in Johannes de Evangelist, wiens evangelie het meest spirituele en poëtische van de vier evangeliën is. Zo gaat het woord van mens tot mens en draagt - als het goed gebruikt wordt - de liefde door de wereld.

Ook de innerlijke strijd waartoe Michaël ons later in het jaar aanspoort, wordt gevoerd met het woord: Michaëls zwaard is niets anders dan het woord. De Hemelvaart van Maria is de overgang van haar lichamelijke naar haar geestelijke bestaan: zij wordt nu Sofia, de geestelijke moeder van de mensheid. Zij draagt de wijsheid van het hart in zich. Alleen deze wijsheid kan ons leren het juiste woord te vinden om iets te zeggen. We moeten leren onze woorden zuinig en zorgvuldig te gebruiken, want elk woord werkt. Sommige woorden moet je maar één keer spreken: als je ze herhaalt, gaan ze averechts werken - zoals het zwaard van Parcival, dat bij de tweede slag breekt en in een onderaardse bron geheeld moet worden. Dat is de reden dat de Mariazomer de poort naar het Michaëlsfeest vormt: wie het woord in de goede zin wil gebruiken, moet zich steeds opnieuw verbinden met de wijsheid van het hart.

Eerste publicatie op 1 juli 2008

Antroposana
www.antroposana.nl

print dit artikel...

stuur dit artikel door via email...